Gegevensuitwisseling bij rampen onvoldoende gestructureerd

De telefoon op de meldkamer gaat. Er blijkt een grote brand te woeden op een bedrijventerrein. Chemical Experts BV, een bedrijf dat chemische stoffen omzet in halffabricaten, staat in brand na een explosie in een opslagtank. De snel uitslaande brand produceert een enorme gifwolk welke, door de harde wind, snel beweegt richting een waterwingebied. Door de grote kans op motregen vormt deze gifwolk grote risico’s voor het drinkwater. Op 120 meter afstand van de opslagtank bevindt zich een tankstation waardoor er ook ontploffingsgevaar ontstaat. Het is van essentieel belang dat gemeenten, veiligheidsregio’s, waterschappen en andere betrokken organisaties snel in actie komen om de risico’s van de dreigende ramp zo snel mogelijk in kaart te brengen en een oplossing bedenken.

Informatie uitwisseling kan beter
Een dreigende ramp zorgt voor veel druk op de betrokken organisaties in de keten. Er moet snel geschakeld worden, terwijl de daadwerkelijke impact van de ramp meestal niet direct duidelijk is. In bovenstaand voorbeeld is het bijvoorbeeld onbekend welke invloed de weersomstandigheden zullen hebben. Als het droog blijft, is er mogelijk geen gevaar voor het drinkwater, als het gaat regenen kan dit wel het geval zijn. Onder grote druk moeten de betrokken organisaties met elkaar samenwerken, waarbij iedere organisatie specifieke taken, verantwoordelijkheden en informatie ter beschikking heeft. Er ontstaat een grote behoefte aan informatie over bijvoorbeeld het rampgebied, de bewoners ervan en het waternetwerk. Iedere betrokken organisatie beschikt over een deel van deze informatie, vaak ook weer te vinden op een kaart. Maar zijn deze gegevens ook integraal beschikbaar of moet er gebruik gemaakt worden van verschillende systemen? Zijn deze gegevens actueel, zodat er met 100% zekerheid gezegd kan wie er daadwerkelijk in het rampgebied wonen? Zijn de gegevens ook snel aan te vullen of wijzigen wanneer de omvang van de ramp verandert? Zijn ze ook op mobiele apparaten beschikbaar zodat de brandweer op locatie de laatste informatie beschikbaar heeft? En hoe zit het met het gegevensgebruik in relatie tot de privacy?
Mijn ervaring is dat de beschikbaarheid en uitwisselbaarheid van deze informatie nog onvoldoende structureel ingeregeld is. Informatie is opgenomen in specifieke systemen waardoor het complex is om snel en eenvoudig deze informatie te ontsluiten naar andere organisaties. Ook gebeurt dit op basis van dumps of exports, waardoor er geen autorisatie is op gegevensgebruik. De betrokken ketenorganisaties zijn vooral intern georiënteerd en nog onvoldoende bekend met de rol die zij spelen in de keten en in de samenwerking met andere organisaties. 
Externe ontwikkeling waterschappen geremd
Waterschappen gaan een steeds prominentere rol spelen in onze samenleving. Er ontstaat een positieve beweging van waterbeheerder naar maatschappelijk dienstverlener. Waterschappen voegen steeds meer waarde toe aan de leefomgeving, bijvoorbeeld door samen met gemeenten de regie te gaan voeren op het integrale waterbeheer. Ook zijn ze als partner betrokken bij het adviseren over de rol van het water bij het bouwen van een nieuwe wijk en wordt het winnen van grondstoffen en energie uit het water steeds belangrijker. Deze ontwikkelingen zorgen voor een toenemende samenwerking met ketenorganisaties, waardoor de focus van waterschappen langzaam verschuift van intern naar extern. Het uitwisselen van informatie met ketenorganisaties wordt hierdoor steeds belangrijker. Om dit te vereenvoudigen worden er steeds meer standaarden ontwikkeld waarin afspraken gemaakt worden over referentie architecturen (GEMMA, WILMA, VERA) en uitwisselingsformaten. Door aan te sluiten op dezelfde voorzieningen is de gebruikte informatie bij de verschillende ketenorganisaties identiek, waardoor informatievoorziening efficiënter en kwalitatief beter wordt. De samenwerking wordt hierdoor ook beter.
Slechts een beperkt aantal van de betrokken organisaties is daadwerkelijk aangesloten op deze standaardvoorzieningen. In veel gevallen is er twijfel over de toegevoegde waarde en is het beeld dat de interne informatie beter en completer is. Hierdoor wordt een betere informatievoorziening tussen deze ketenorganisaties ernstig beperkt. 

Willen we wel samenwerken?
Mijn beeld is dat de mate van samenwerking tussen ketenorganisaties per regio en individuele organisatie sterk verschilt. Ondanks de overheidsbeweging naar samenwerking, standaardisatie, regie en het structureel beleggen van taken en verantwoordelijkheden blijft de implementatie van standaardprocessen en bijbehorende gestandaardiseerde voorzieningen nog uit. Volgens mij vormt dit juist de basis om efficiënt samen te kunnen gaan werken. Ik ben erg benieuwd wat hier de reden van is.