Geen lozingsvergunning nodig voor lekkend grondwater A4

Doordat er meer grondwater omhoogkwam dan verwacht, dreigde het nieuwe verdiepte wegdeel van de A4 bij Schipluiden onder water te komen staan. Het wegpompen van water werd aanvankelijk niet toegestaan omdat huizen en boerderijen in de omgeving door versnelde bodemdaling van de veengrond zouden kunnen verzakken.

Gewijzigde vergunning
In december verleende het Hoogheemraadschap van Delfland na maanden steggelen toestemming aan Rijkswaterstaat om toch veel meer lekkend grondwater bij de tunnel tussen Delft en Schiedam weg te pompen dan in een eerdere vergunning was vastgelegd. Dagelijks mag anderhalf miljoen liter water onder de snelweg worden weggepompt, drie keer meer dan aanvankelijk gepland. Aanvullend onderzoek van Rijkswaterstaat toonde aan dat verdroging en inklinking door retourbemaling afdoende kan worden verkomen.

Wet Milieubeheer
De gewijzigde vergunning leidde tot de motie van Liesbeth van Tongeren (Groen Links). Hierin werd Schultz gemaand uit te zoeken of er niet een aparte lozingsvergunning op basis van de Wet Milieubeheer nodig was geweest. Het zou bij het oppompen en afvoeren niet gaan om grondwater maar om afvalwater, zo was de redenering. Het gaat immers om water dat “door lekkage op of onder de weg is gekomen”. 

Schultz laat de kamer nu weten dat de verleende vergunning wel degelijk aan de regels voldoet. Omdat in de vergunning voorschriften zijn gesteld “ter voorkoming van bodemverontreiniging en verontreiniging van het grondwater, is dit lozen op grond van die vergunning toegestaan”, schrijft Schultz. “Derhalve is een lozingsvergunning niet noodzakelijk.”

Voorschriften
Deze voorschriften bepalen onder meer dat het onttrokken grondwater uit de verdiepte ligging wordt teruggevoerd in het eerste watervoerend pakket. Op die manier wordt een mogelijke daling van de freatische grondwaterstand voorkomen. Daarnaast is voorgeschreven dat het onttrokken grondwater niet in het hemelwate stelsel of in een zuiverende voorziening voor hemelwater terecht mag komen. Ook is voorgeschreven dat het geretourneerde water geen negatieve invloed mag hebben op het grondwater. “Dat laatste”, zo laat Schultz de Tweede Kamer in haar reactie op de motie weten, “is overigens ook niet de verwachting.”