Gaat Nederland al polderend onder water?

Na ruim vijf jaar ideëel adviseren mogen we concluderen dat overheidsinstanties niet echt zitten te wachten op de inbreng van burgers. Overweldigend dikke dossiers, vaak zonder wezenlijke uitgangspunten, worden ter visie gelegd. Voorlichting vindt plaats voor de vorm en beantwoording van inspraak heeft als doel zich in te dekken. Ten slotte keurt de slager alsnog zijn eigen vlees. Officieel wordt aan alle verplichtingen voldaan en daarna is het eenvoudig om knollen voor citroenen te verkopen. Rijkswaterstaat zelf kampt met een tekort aan waterbouwkundige kennis en uitbesteding van plannen maakt dat echte deskundigen zeker niet het laatste woord krijgen. Het is bij de uitvoerende instanties nu eenmaal meer een kwestie van “U vraagt, wij draaien!”.
Adviezen worden structureel in de wind geslagen
De tweede Deltacommissie en de Adviescommissie Water hebben waardevolle adviezen aangereikt en voorstellen voor integrale watersysteembenadering werden op een presenteerblaadje aangeboden. De overheid heeft deze niet of nauwelijks omarmd, zoals te lezen is in het artikel Deltaprogramma 2014, risicovol en miljardenverslindend. Nadat de Commissie Veerman een gat sloeg in het landelijk waterstaatkundig bolwerk, werd dit spoedig gedicht door consensus en afscherming binnen de regionale stuurgroepen. De sturende rol van Rijkswaterstaat veranderde gelijktijdig steeds meer in een uitvoerende taak. Het miskennen van waterbouwkundig ingenieurs komt de samenleving duur te staan. Zonder onderzoek en feiten is consensus de dood in de pot. Effectieve maatregelen blijven achterwege en onnodige geldverslindende innovaties vliegen ons om de oren.
Maatschappelijke kosten- en batenanalyses ontbreken
Wanneer initiatieven, planvorming, propaganda, nadere uitwerking, voorlichting, inspraak en goedkeuring in vrijwel dezelfde handen liggen, dan vraagt dit, in combinatie met het ontbreken van objectieve analyses, vrijwel zeker om problemen. De trein kan immers ongehinderd voort denderen in de eenmaal ingeslagen richting. Deze gang van zaken illustreert zowel de macht van de regionaal betrokken ambtenaren, vaak managers en belanghebbenden, om eigen projecten door te drukken als de onmacht van de centrale overheid om gestalte te geven aan landelijk samenhangende en gerichte planvorming. In NRC-Handelsblad schetst Arjen Schreuder in het artikel Waar een wil is, komt een weg hoe een dergelijk proces in zijn werk gaat.
Ook Bas van Holst stelt op de informatieve website over de maatschappelijke kosten- en batenanalyse (MKBA) in het artikel MKBA, nee tenzij? dat al decennia lang aan de Tweede Kamer is toegezegd dat maatschappelijke kosten-batenanalyses zullen worden gebruikt voor de onderbouwing van de beleidskeuzes. Volgens Van Holst leiden dergelijke toezeggingen echter niet tot een verplichting zolang het woord wettelijk niet is toegevoegd, zoals bij de m.e.r. ‘Politici, de beoogde gebruikers, lijken uiteindelijk geen enkele interesse te hebben in het nut of in de uitkomsten van de MKBA’s bij de afweging van investeringen in infrastructuur’, concludeert Van Holst.
Van de regen in de drup 
Met betrekking tot water zijn de gevolgen desastreus. Tegen de natuurlijke processen in, wordt de kust tijdelijk beschermd met zandsuppleties, die vaak sneller dan we wensen door zandafslag weer in zee verdwijnen, zoals onlangs waarneembaar bij de Sinterklaasstorm. In plaats van de voorgenomen herijking van de landelijke zoetwaterverdeling, hanteert men de huidige afvoerverdeling van de grote rivieren als uitgangspunt. Een open Nieuwe Waterweg handhaaft het grootschalige zoetwaterverlies, geeft verzilting de ruimte en is er debet aan dat regio’s verstoken blijven van zoetwatergaranties. De Afsluitdijk wordt dan wel overslagbestendig, maar blijft verder onbeschermd liggen in een onafzienbare watervlakte. Voor de zoetwatervoorziening worden we afhankelijk van het IJsselmeer. Het onderhoud aan de Hondbossche zeewering is verwaarloosd en het fundament van de Oosterscheldekering wordt aangetast. Van een estuarium is geen sprake, de Kier gaat niet werken, het voortbestaan van de zoete scheepvaartcorridor Schelde-Rijn wordt bedreigd, de onbalans in de Westerschelde veroorzaakt zandverlies dat Antwerpen ondermijnt, de Rijnmond-Drechtsteden lopen aan twee zijden gevaar en de geplande noodberging Volkerak-Zoommeer is discutabel en marginaal. Tenslotte liggen een vierde verdieping van de Schelde, de bouw van een getijdencentrale in de Brouwersdam en het gedeeltelijk afbreken van de Deltawerken ten gunste van ‘natuurherstel’ op de loer. Plannen die zee en zout binnenhalen blijven ongewenst en zinloos bij een land dat grotendeels beneden de zeespiegel ligt.
Van draagvlak naar protest is een kleine stap
Tot nu toe hebben we slechts gepoogd om het tij te keren. Onze oproep Overtuig dat het Deltaprogramma juist is of vaar een andere koers! bleef onbeantwoord. Het vasthouden aan verkeerde afspraken leidt op termijn onherroepelijk tot hoofdpijndossiers en kapitaalvernietiging. De voorgenomen ontpoldering van de Hedwige ontketende massaal protest. Op vergelijkbare wijze zal het besef doordringen dat het Deltaprogramma op de verkeerde leest is geschoeid en dan verdwijnt het vertrouwen in de overheid snel. Met waterveiligheid valt nu eenmaal niet te marchanderen.
Pakt de overheid de draad weer op?
‘Samen-werken met water’, de titel van de bevindingen van de Deltacommissie uit 2008, zou de rode draad moeten zijn van het Deltaprogramma om veiligheid, welvaart en natuur in balans te houden. Het huidige Deltaprogramma is echter gebaseerd op consensus. Wordt het wachten op een progressief Deltaplan ooit beloond? De overheid moet dan wel bereid zijn zich te baseren op integrale afwegingen, op onderzoek, feiten en MKBA’s, want anders gaat Nederland alsnog al polderend onder water.
Wil Borm, Adviesgroep Borm & Huijgens