Hein Molenkamp van Water Alliance leidde de paneldiscussie. (foto: Jac van Tuijn).

Zes vertegenwoordigers van vooraanstaande water tech hubs uit Singapore, Israël, China, Zuid-Korea, Verenigde Staten en Nederland namen op de eerste dag van de European Water Tech Week (EWTW) in Leeuwarden op 24 september deel aan een paneldiscussie en bespraken hun ervaringen met nationale clustering van watertechnologie. Het is voor het eerst dat de internationale waterhubs bij elkaar komen om te praten over een wereldwijd netwerk van hubs. Met dit initiatief zet Leeuwarden een nieuwe trend.

De internationale waterhubs hebben allemaal een heel verschillende achtergrond maar de paneldiscussie maakte ook belangrijke overeenkomsten duidelijk. Zo is de betrokkenheid van toptalent en kleine ondernemingen, bij voorkeur start-ups, heel belangrijk. Ondernemers en studenten zijn bij uitstek leveranciers van frisse ideeën die de watermarkt uitdagen met betere producten te komen en vooral om flexibeler in te spelen op de veranderingen in de marktvraag.

Regie
De zes vertegenwoordigers zijn de hele week in Leeuwarden aanwezig om, op uitnodiging van de WaterCampus Leeuwarden, te praten over een wereldwijde samenwerking op specifieke gebieden en over de afstemming met andere regionale waterhubs. Zo wil Leeuwarden voorkomen dat de waterhubs elkaar gaan beconcurreren. Alleen al in Amerika zijn er namelijk 25 clusters voor watertechnologie. De Amerikaanse waterhub Water Council Wisconsin zou wereldwijd de rol van centraal contactpunt op zich kunnen nemen en de WaterCampus in Leeuwarden zou een dergelijke regierol voor Europa kunnen vervullen.

Verbinden van Europese topkennis
Tijdens de opening gaf professor Cees Buisman van Wetsus weer het jaarlijkse overzicht van de gebeurtenissen op het kennisinstituut. Buisman benadrukte dit keer de rol van de 45 professoren van Europese universiteiten die met hun studenten aan Wetsus zijn verbonden. Hun verbondenheid stelt Wetsus in staat om baanbrekend multidisciplinair onderzoek te doen zonder er een enorm grote organisatie op na te houden. “We hebben nu 70 studenten die hier vanuit verschillende disciplines samen onderzoek doen en daarbij op afstand door hun professoren worden begeleid”.

Knutselen
Buisman nam telkens het woord ‘tinkering’ (knutselen) in de mond. Geen baanbrekend onderzoek zonder onbevangen sleutelen of knutselen. Volgens Buisman staat dit principe bij Wetsus hoog in het vaandel en hij prees onderzoeker Michel Saake gekscherende als opperknutselaar. Saake heeft een methode ontwikkeld om een ijslaag te gebruiken als alternatief voor membraanfiltratie. Hij was op zoek naar een oplossing voor de dure proton doorlatende membraanfilter. Saake ontdekte spelenderwijs dat een dunne ijslaag ook over die functionaliteit beschikt. Wetsus hoopt deze revolutionaire doorbraak in de watertechnologie over vijf jaar te kunnen presenteren.

Cees Buisman van Wetsus in gesprek met prins Constantijn over het stimuleren van innovatieve watertechnologie . (foto: Jac van Tuijn).

Meer kritische massa
De tweede dag van de internationale waterweek begon met een opvallend duo-gesprek van Cees Buisman met prins Constantijn. De prins is ambassadeur van Nederlandse startups en reist daarvoor de hele wereld af. Buisman benadrukte de WaterCampus gebruikt maakt van een kennisintensieve strategie. “Nederlandse watertechnologiebedrijven zijn goed in bepaalde niches. Wij willen die bedrijven ondersteunen maar moeten daardoor beschikken over state-of-the-art kennis in al die verschillende niches. We hebben meer massa nodig om de Nederlandse watersector in staat te stellen om in meer niches de top te bereiken.”

Financiering is lastig
Prins Constantijn prees de filosofie van de WaterCampus maar vroeg zich af hoe de WaterCampus denkt meer massa te kunnen krijgen. Hij daagde de WaterCampus uit om meer fondsen te verwerven en hij verwees naar het succes van de Amerikaanse technische universiteit MIT die vooral zoekt naar financiering uit de publieke sector. Buisman liet weten dat het al heel moeilijk is om bij de Nederlandse regering twee miljoen euro vrij te krijgen, laat staan de miljarden waar prins Constantijn aan denkt.