In de extreem droge zomer van 2018 was een landelijke crisisorganisatie actief om schaars water te verdelen. (foto: Pixabay).

Een vertegenwoordiger van de drinkwatersector wordt toegevoegd aan de landelijke crisisorganisatie droogte als regulier lid van de Landelijke Commissie Waterverdeling (LCW) en het Managementteam Watertekorten (MTW). Dat schrijft minister Cora van Nieuwenhuizen van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) 25 april in een brief over de Evaluatie over de Crisisbeheersing Watertekort 2018 aan de Tweede Kamer.

Tot dusver bestond het MTW uit Rijkswaterstaat, de Unie van Waterschappen, het Interprovinciaal Overleg, het KNMI, het ministerie van IenW, het Departementaal Coördinatiecentrum Crisisbeheersing en de Directie Communicatie. Tijdens de droogteperiode in 2018 nam drinkwaterkoepel Vewin op uitnodiging deel aan het Managementteam Water. Van Nieuwenhuizen geeft met deze maatregel invulling aan de motie van het kamerlid Corrie van Brenk van 50Plus. Zij vroeg de regering op 13 februari 2019 de betrokkenheid van de drinkwatersector in crisisoverleggen bij droogte te borgen.

Evaluatie

De evaluatie van het functioneren van de crisisorganisatie voor waterbeheer tijdens de droge zomer van 2018 werd in het eerste kwartaal van 2019 uitgevoerd door een samenwerkingsverband van Berenschot en Arcadis. In de evaluatie zijn ervaringen van de verschillende partijen in kaart gebracht. Ook is gekeken naar het Landelijk Draaiboek Waterverdeling en Droogte, het Handboek Crisisbeheersing IenW en het Nationaal Handboek Crisisbesluitvorming. De evaluatie van Berenschot Arcadis heeft betrekking op de periode van 10 april 2018 tot en met 27 september 2018, het moment van afschaling tot niveau 1 (geel).

Goed voorbereid

De minister stelt in haar brief dat Nederland in 2018 goed was voorbereid op de droogte. Volgens haar was de crisisorganisatie voldoende toegerust op haar taak. Zij trekt deze conclusie ook op basis van de eerste resultaten van de Beleidstafel Droogte. Uit de eerste fase van die Beleidstafel bleek onder meer dat er behoefte is aan een handleiding voor het toepassen van regionaal maatwerk dat mogelijk is in het kader van de verdringingsreeks. Uit de evaluatie van de crisisorganisatie komen wel een aantal tips voor verbeteringen.

Informatie delen

Zo adviseren de onderzoekers om de bekendheid van de rol- en taakverdeling van crisisteams bij waterbeheerders en maatschappelijke partijen te vergroten. Ook zullen de crisispartners voortaan actief verwijzen naar de website van de Helpdesk Water, waarop naast het Landelijk Draaiboek zelf, uitgebreide informatie is te vinden over de landelijke coördinatie bij watertekorten. Het Watermanagementcentrum Nederland gaat cursusmateriaal maken over de samenwerking en werkwijze in de crisisbeheersing. Dit kan relevant zijn na enkele jaren zonder ernstige droogte. Uit de evaluatie blijkt verder dat een goede afstemming tussen de verschillende crisisorganisaties van belang is.

Meer personeel

Gedurende een lange periode van droogte is er meer personele capaciteit nodig. De lange periode van watertekort en droogte heeft veel van de betrokkenen in de crisisorganisatie gevraagd. En nog steeds is er sprake van een verhoogde inzet gericht op de mitigatie van de gevolgen van de afgelopen droogteperiode en voorbereidingen op een eventuele volgende droogteperiode. Dit gaat ook om de inzet voor de uitwerking van de aanbevelingen van de Beleidstafel Droogte en de structurele inzet in het Deltaprogramma Zoetwater.

Communicatie uitbreiden

Ten slotte adviseren de onderzoekers om de crisiscommunicatie uit te breiden. Nu was de communicatie vooral gericht op waterverdeling, maar de effecten van droogte en hitte op grondwater, waterkwaliteit, landbouw en natuur zijn ook relevant. Volgens de was er ook te weinig aandacht voor de regionale diversiteit in de effecten van het watertekort en de droogte, in het bijzonder de vroegtijdige en lang aanhoudende droogte-effecten op de hoge zandgronden. Uit onderzoek moet blijken welke informatiemiddelen nog ontbreken en ontwikkeld moeten worden voor bewustwording.