Evaluatie Deltares: Waterkwaliteit verbetert dankzij meststoffenwet

In 2012 is ten behoeve van de Evaluatie Meststoffenwet het Meetnet Nutriënten Landbouw Specifiek Oppervlaktewater (MNLSO) samengesteld uit 172 bestaande meetlocaties van de Nederlandse waterschappen die landbouw als enige antropogene bron van nutriënten hebben. Het doel van dit meetnet is om vast te stellen of er een waterkwaliteitsprobleem is in landbouw specifiek oppervlaktewater. De bevindingen uit het MNLSO zijn input voor landelijke beleidsevaluaties met betrekking tot de Meststoffenwet (EMW2016), de Nitraatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Water (KRW).

Metingen
Om vast te stellen of de hoeveelheid stikstof (N) en fosfor (P) afneemt zijn er verschillende statistische methodes voor trendanalyse toegepast op alle meetgegevens van locaties die minimaal tien jaar lang maandelijks zijn bemeten. Onafhankelijk van de gehanteerde methode laat de meerderheid van de MNLSO-locaties een neerwaartse trend in nutriëntenconcentraties zien. De dalende trends zijn ook vastgesteld voor zomer- en winterconcentraties, voor de deelgebieden zand, klei en veen en voor verschillende meetperioden. De conclusie dat de nutriëntenconcentraties dalen is dus niet afhankelijk van de gekozen statistische methode, meetperiode of deelgebied.

Regionale verdeling
Uit de analyse blijkt dat voor stikstof in de periode 2011 t/m 2014 tussen de 48 en 64% van de meetpunten niet voldoet aan de door de waterschappen gestelde normen. Voor fosfor voldoet tussen de 41 tot 54% niet. De gemeten concentraties stikstof en fosfor zijn in natte perioden meestal hoger dan in droge perioden. In natte periodes worden ondiepe en oppervlakkige stromingsroutes van percelen naar het oppervlaktewatersysteem belangrijker. Via deze ondiepe routes worden meer nutriënten vanuit het landsysteem meegevoerd, doordat de nutriëntenconcentraties in de bovengrond veelal hoger zijn dan in het diepere grondwater. Hoge concentraties en grote normoverschrijdingen voor stikstof en fosfor komen in het hele land voor, hoewel de fosforconcentraties in de klei- en veengebieden over het algemeen hoger zijn dan in het zandgebied.  Voor P-totaal zijn de verslechteringen geclusterd in het zuidoosten van Nederland.

Extra maategelen
Onderzoekers Joachim Rozemeijer en Janneke Klein van Deltares verwachten dat Nederland op termijn kan voldoen aan de normen als er extra maatregelen worden genomen. “Die maatregelen zijn  afhankelijk van het type landbouw en het type gebied. Er circuleren verschillende maatregelenlijsten; momenteel werken we met Alterra en PBL aan een eenduidige lijst met de meest kosteneffectieve maatregelen.” Daarnaast zijn de onderzoekers benieuwd welke invloed alle recente ontwikkelingen in de veehouderij zullen hebben op de waterkwaliteit. “Uit CBS-gegevens blijkt dat na het opheffen van de melkquota het aantal koeien in Nederland flink is toegenomen en dat het niet altijd duidelijk is wat er met de mest gebeurd.”