Europese Commissie: agrariërs moeten uitrijden mest afbouwen om KRW-doelen te kunnen halen

De uitzonderingspositie voor Nederlandse agrariërs om meer mest te mogen uitrijden dan hun collega’s in andere landen wordt vanaf volgend jaar in drie jaar afgebouwd. Dat schrijft de inmiddels afgetreden minister Staghouwer van Landbouw in een Kamerbrief. Volgens de Europese Commissie is dit nodig om de doelen van de Kaderrichtlijn Water te halen. “Voor de KRW is het belangrijk dat de stikstofbelasting van het oppervlaktewater afneemt. Het verminderen van deze emissies zou in de regionale uitwerking van de stikstofplannen evenveel aandacht moeten krijgen als het verminderen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden”, reageert Aaldrik Tiktak, senior onderzoeker bodem en water bij het Planbureau voor de Leefomgeving.

De Europese Commissie zal in de derogatiebeschikking substantiële aanvullende voorwaarden opnemen. Die moeten ervoor zorgen dat Nederland de doelen van de Kaderrichtlijn Water haalt. Waar de voorgangers van Staghouwer maar bleven herhalen dat Nederland de doelen zou halen, geeft deze minister tussen de regels van de Kamerbrief aan dat het nog een grote uitdaging zal zijn.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Zo moet Nederland vanaf 2023 verontreinigde gebieden aanwijzen in lijn met een eerdere uitspraak van het Europese Hof van Justitie over Duitsland. In deze gebieden wordt de zogeheten derogatie sneller afgebouwd. Ook komen er aanvullende eisen, zoals een verlaging van de stikstofgebruiksnormen vanaf 2025.

Averrechts effect

Of de stikstofbelasting van water zal afnemen als de derogatie wordt beëindigd is onzeker, stelt Tiktak van het Planbureau voor de Leefomgeving. “Boeren krijgen immers alleen een derogatie om meer dierlijke mest aan te wenden als ze voldoen aan extra eisen, zoals het hebben van minimaal 80 procent grasland. Als deze eisen vervallen en boeren hun teeltplan aanpassen, zou dat een averechts effect kunnen hebben op de uit- en afspoeling van meststoffen. De transitievergoeding die minister Staghouwer toezegt om boeren te helpen het areaal grasland te behouden kan het risico op verslechtering verminderen.”

Uit de laatste derogatierapportage blijkt volgens hem dat de nitraatconcentratie in het uitspoelend water gemiddeld voldoet aan de norm van 50 mg per liter, maar dat er op bedrijfsniveau nog steeds overschrijdingen zijn. Om deze overschrijdingen aan te pakken is het noodzakelijk te sturen op het totale stikstofgebruik (dierlijke mest én kunstmest) en niet alleen op het aanwenden van dierlijke mest.

Extra kostenpost

Het afschaffen van de derogatie levert boeren wel een extra kostenpost op. Ze moeten immers meer dierlijke mest afvoeren en eventueel kunstmest aankopen. “In die zin kun je voorzichtig stellen dat de derogatie door het voorkomen van kunstmestgebruik bijdraagt aan kringlooplandbouw, zoals minister Staghouwer in een eerder verschenen Kamerbrief stelt ”, aldus Tiktak.

Overigens is het bij de huidige hoge kunstmestprijzen de vraag of boeren – ook bij het vervallen van de derogatie – massaal kiezen voor meer kunstmestgebruik. Dat kan alleen uit als de melkprijzen navenant mee zouden stijgen, wat volgens Tiktak onwaarschijnlijk en onzeker is.

Hij benadrukt dat het stikstofbeleid vooral gaat over emissies naar lucht en dat het bij mest vom emissies naar oppervlakte water gaat. Het is volgens hem nog niet is te zeggen hoe het stikstofbeleid ingevuld gaat worden, hoe waterkwaliteit daarin wordt meegenomen en wat dat betekent voor de KRW-doelen. “Technische maatregelen die vooral gericht zijn op het verminderen van de stikstofdepositie, zoals emissiearme stallen of luchtwassers, dragen beperkt bij aan de verbetering van de waterkwaliteit”, licht Tiktak toe.

Verminderen emissies naar het oppervlaktewater

“De waterkwaliteit wordt immers maar voor een beperkt deel beïnvloed door atmosferische depositie. Af- en uitspoeling via de bodem zijn veel belangrijkere bronnen van nutriënten in het oppervlaktewater.”

Voor het verbeteren van de waterkwaliteit is daarom het verminderen van deze emissies van belang. Maatregelen zoals extensivering of uitkoop van boeren hebben daarom alleen effect op de waterkwaliteit als ook de toediening van meststoffen afneemt. Dit is niet per definitie zo, stelt Tiktak: als een (melk)veehouderij beëindigd wordt en de grond van het bedrijf geen andere bestemming krijgt, dan kan de grond nog altijd conform de nitraatrichtlijn bemest worden.

Ook dragen maatregelen die uit- en afspoeling van vervuilende stoffen beperken alleen bij aan de waterkwaliteit als ze worden uitgevoerd op gronden die in verbinding staan met wateren waar de KRW-doelen nu niet worden gehaald. “Overigens wordt de waterkwaliteit vooral negatief beïnvloed door te hoge fosfaatemissies. Fosfaat wordt in tegenstelling tot stikstof relatief sterk aan de bodem gebonden. De in het verleden toegediende fosfaat blijft daarom lang naleveren, waardoor emissiereducerende maatregelen pas na langere tijd effect zullen hebben op de waterkwaliteit”, aldus Tiktak.

Integrale aanpak noodzakelijk

Hij geeft aan dat het van belang is dat bij de regionale uitwerking van de stikstofplannen waterkwaliteit integraal wordt meegenomen. “Bij het sturen op waterkwaliteit is het bovendien belangrijk om te kijken naar de totale stikstof- en fosfaatbelasting en niet alleen naar de belasting door uitsluitend dierlijke mest. Als aan deze voorwaarden wordt voldaan kan het stikstoftraject kansen bieden om een aantal waterkwaliteitsproblemen bij de bron aan te pakken.”

Met deze maatregelen alleen zullen echter niet alle KRW-doelen gehaald worden, waarschuwt hij. Daarvoor zijn ook maatregelen nodig bij andere bronnen, zoals de industrie en de rioolwaterzuiveringsinstallaties, en andere typen maatregelen zoals inrichtingsmaatregelen. Ook ligt er nog een opgave om de vervuiling door gewasbeschermingsmiddelen aan te pakken. Overigens is voor de KRW sowieso geen sprake van uitstel: de KRW-doelen moeten immers al voor 2030 worden gehaald (namelijk in 2027), of, als dat door natuurlijke oorzaken niet mogelijk is, moeten in elk geval de maatregelen in 2027 zijn genomen.