“European Environmental Agency geeft vertekend beeld Nederlandse ecologische waterkwaliteit”

Het European Environmental Agency publiceerde op 9 maart een rapport over hoe de verschillende Europese lidstaten de Kaderrichtlijn Water (KRW) hebben geïmplementeerd en wat er nog moet gebeuren om tot een goede ecologische status te komen. Daaruit blijkt dat negentig procent van de Nederlandse wateren geen goede ecologische kwaliteit heeft omdat de samenstelling en hoeveelheid van algen, waterplanten, macrofauna en vissen teveel afwijken van de gewenste situatie. 
Het ministerie van IenM wijst er in een schriftelijke reactie op dat het rapport een vertekend beeld geeft. Het is gebaseerd op de ‘one-out-all-out’- benadering, wat betekent dat de slechtste van meer dan veertig parameters voor een waterlichaam bepalend is voor het eindoordeel. Bovendien baseert het EEA zich volgens het ministerie op gegevens die in 2009 zijn gepubliceerd. Uit nieuwe metingen tussen 2010 en 2013 ontstaat een positiever beeld.
Niet representatief
Nederland heeft de Europese Commissie er volgens het ministerie het afgelopen jaar op gewezen dat het beeld van het EEA niet representatief is. Het eindoordeel neemt de inspanningen om de waterkwaliteit te verbeteren niet mee en wordt slechter naarmate het monitoringsprogramma vollediger is. Nederland heeft hierbij volgens het ministerie steun gekregen van andere lidstaten en de Europese Commissie biedt nu ruimte om ook andere indicatoren te gebruiken. 
Het ministerie van IenM heeft dit dan ook gedaan in de ontwerp-stroomgebiedbeheerplannen 2016-2021, die nu ter inzage liggen. Daarin geeft het ministerie aan dat 21 tot 43 procent van de afzonderlijke vier biologische parameters in de goede toestand verkeert. Binnen enkele jaren is er dus een toename van 2 tot 11 procent gerealiseerd. De kleinste verbetering zit bij waterplanten en de grootste bij vis.

Landbouw

Michaël Bentvelsen van de Unie van Waterschappen is het met het ministerie van IenM eens dat het EEA-rapport een vertekend beeld schetst. “Wanneer je op één biologische parameter slecht scoort, lig je eruit. En dat is sneu. Want het gaat voorbij aan de verbeteringen die er wel degelijk zijn.Tegelijkertijd ligt er voor Nederland nog een grote opgave om de doelstellingen uit de KRW-richtlijn te halen.” Daarbij gaat het volgens hem vooral om de grote hoeveelheden stikstof en fosfaat en gewasbeschermingsmiddelen uit de agrarische sector die voor vervuiling zorgen. “Daarnaast is er in Nederland nauwelijks ruimte om, zoals de KRW-richtlijn voorschrijft, beken en andere wateren te laten meanderen om een goede hydromorfologie te realiseren.”
De terugkeer van de otter en de bever in Nederlandse wateren bewijst volgens hem dat de ecologische waterkwaliteit vooruit is gegaan. “Het gaat de goede kant op, maar Nederland is zeker nog niet overal klaar. Vooral de agrarische sector is nu aan zet.”

Agrarisch Deltaplan
Bentvelsen verwijst hierbij naar het Deltaplan Agrarisch Deltabeheer van LTO Nederland. Daarin kondigde de brancheorganisatie twee jaar geleden maatregelen aan om op vrijwillige basis de uitstoot van stikstof en fosfaat terug te dringen om zo ook de ecologische waterkwaliteit te verbeteren. 
Verder signaleert hij een toenemende urgentie bij het ministerie van IenM om, mede naar aanleiding van een motie in november 2014 van het Tweede Kamerlid voor de PvdA, Lutz Jacobi,  de waterkwaliteit te verbeteren. Daarin pleit zij voor een Deltaplan Zoet Water en Waterkwaliteit, om een samenhangende aanpak en onafhankelijke regie voor voldoende zoet water en waterkwaliteit te waarborgen. 
In mei vindt op initiatief van het ministerie een symposium plaats waar verschillende belanghebbenden zich over het onderwerp buigen. “Daarbij is er ook aandacht voor de toenemende microverontreinigingen en antibiotica in wateren”, aldus Bentvelsen.
Maatwerk
Volgens aquatisch ecoloog Piet Verdonschot van de Wageningen Universiteit is er de afgelopen jaren door de landbouwsector een behoorlijke slag gemaakt in het terugdringen van de fosfaat- en stikstofgehaltes. Tegelijkertijd moet er volgens hem nog veel gebeuren om uiterlijk in 2027 de doelstellingen van de KRW-richtlijn te halen. “Nederland investeert  in herstel, zoals het natuurvriendelijk maken van oevers en het meanderen van beken. Maar dat is niet genoeg.”
Volgens hem zou er in de nieuwe stroomgebiedbeheerplannen meer ruimte voor maatwerk moeten komen on het ecologisch herstel te bevorderen. “Bijvoorbeeld door de aanleg van bufferzones tussen watergangen en de omgeving. Dat is in Denemarken tien jaar geleden al ingevoerd. Door de aanleg van grazige zones of struiken en bomen, krijg je de structuren die de organismen in het water nodig hebben.”
Verdonschot wijst er verder op dat de wijze van meten met de huidige biologische maatlatten door de meeste deskundigen, inclusief waterschapsecologen, sterk in twijfel wordt getrokken. “En dat betekent niet dat wanneer wel correct beoordeeld gaat worden de scores omhoog gaan. Een one- out-all out in biologische zin betekent gewoon dat of de vissen, algen, waterplanten of macrofauna niet op orde zijn. Met andere woorden; een vierde van het ecosysteem is niet op orde. En als een kwart van je horloge niet werkt, geeft het vast niet de juiste tijd aan. En dat is toch iets om over na te denken.”