Europa: Wat valt er te kiezen voor de Nederlandse waterprofessional?

In mei worden 751 nieuwe parlementsleden gekozen waarvan 26 Nederlanders. Zij gaan de komende vijf jaar onze belangen in Brussel behartigen. Het echte werk wordt gedaan in 22 verschillende commissies. Wet- en regelgeving over water is niet toegewezen aan speciale commissies, maar wordt in verschillende commissies voorbereid. Bijvoorbeeld de commissies Milieubeheer, volksgezondheid en voedselveiligheid, Interne Markt en consumentenbescherming, Industrie, onderzoek en energie en Landbouw en plattelandsontwikkeling. 
Water verdeeld over commissies
“Na de verkiezingen krijgen de parlementariërs in juni een commissie toegewezen. Zij kunnen zelf een voorkeur aangeven, maar dat wil niet zeggen dat die voorkeur wordt opgevolgd. De verdeling gaat via een specifiek systeem. Pas als de commissies zijn samengesteld, is voor ons duidelijk met wie we de komende jaren gaan samenwerken”, vertelt Esther Boer. “De afgelopen jaren hebben we prettig samengewerkt met onder meer Gerben Jan Gerbrandy (D66) en Bas Eickhout (GroenLinks). Voor ons zou het heel fijn zijn als zij terugkomen.”
Actuele waterthema’s
Bureau Brussel (een gezamenlijk bureau van de Unie van Waterschappen en Vewin) heeft alle kersverse, Nederlandse kandidaatsparlementsleden al een informatiefolder gestuurd waarin de belangrijkste waterdossiers zijn benoemd. “Wij pleiten er voor dat verontreinigende stoffen aan de bron worden aangepakt, volgens het principe de vervuiler betaalt. Verder is de regelgeving op het gebied van prioritaire stoffen, biociden en REACH relevant. En we blijven ons sterk maken voor de publieke drinkwaterbedrijven. Mede dankzij onze inzet is in de huidige concessierichtlijn opgenomen dat het aan de lidstaten zelf is om te beslissen of drinkwater een Dienst van Algemeen Belang is. Nederland heeft daar al reeds in 2006 voor gekozen.” Boer voegt toe dat ze op het gebied van landbouw op korte termijn niet hoeft te lobbyen. De hervorming van het Europese landbouwbeleid is onlangs voor de komende zeven jaar vastgesteld.” 
Standpunten politieke partijen
In de Europese verkiezingsprogramma’s van de deelnemende, politieke partijen is waterbeleid niet overal een issue. VVD, D66 en PVV besteden in hun programma’s geen specifieke aandacht aan het onderwerp. Het CDA wil verbetering van waterkwaliteit en de beschikbaarheid van zoetwater in Europees verband aanpakken. De PvdA maakt zich sterk voor publieke waterbedrijven en water als duurzame energiebron. 50Plus en SP willen allebei dat de landbouwsubsidies verdwijnen. Mosterd na de maaltijd wellicht, want het Europese landbouwbeleid ligt immers voor de komende zeven jaar vast. SP is daarnaast voorstander van scherpere controles op goed waterbeheer, strengere normen en het invoeren van sancties. Christenunie/SGP focust in haar programma vooral op waterkwaliteit en Europese samenwerking op het gebied van de uitvoering van de Kaderrichtlijn Water (KRW). 
Water als speerpunt
GroenLinks besteedt in haar verkiezingsprogramma de meeste aandacht aan water. De partij wil ook dat drinkwaterbedrijven in publieke handen blijven en stuurt aan op strenge Europese voorschriften voor producten en productieprocessen als een incentive voor zuinig gebruik van resources. Daarnaast plaatst de partij kanttekeningen bij de biobased economy. Het gebruik van biobrandstoffen mag niet leiden tot een tekort aan voedsel en water. Speciale aandacht gaat uit naar recycling van fosfor. De partij wil dure importen en watervervuiling te voorkomen en pleit voor meer onderzoek naar recycling van fosfor. Het programma vermeldt dat boeren een ruime beloning voor waterberging moeten krijgen. Ook wil GroenLinks meer Europese samenwerking op het gebied van ruimte voor de rivier en waterkwaliteit. Ten slotte wil GroenLinks dat Brussel de regie op het gebied van natuurcompensatie sterker in handen neemt, zodat Europa weer ruimte kan bieden aan dieren als de wolf en de lynx – tot in Nederland aan toe. 
Europese fracties
De Nederlandse politieke partijen werken in Europa samen in grotere fracties op basis van politieke voorkeuren. De Europese Volkspartij (EPP) is nu met 275 zetels de grootste partij. EPP bestaat uit onder meer het CDA en het Duitse CDU en CSU. Dan is er de Progressieve Alliantie van Socialisten en Democraten (S&D, 275 zetels)  voor sociaal-democratische partijen als SPD, Labour en de PvdA. De Alliantie van Liberalen en Democraten voor Europa (ALDE, 84 zetels) is een liberale fractie met de VVD en D66. De Groenen/ Europese Vrije Alliantie (EVA, 58 zetels) bundelt groene en regionale partijen, zoals Groenlinks en het Duitse Bündnis 90/ Die Grünen. Volgens Esther Boer hebben de grote Europese fracties voordelen. Zij kunnen in bijna alle commissies belangen behartigen en daardoor meer invloed uitoefenen.