“Er is genoeg zoet water voor Zeeland”

Oude schoolplaat van het Deltaplan dat voorzag in de verzoeting in Zeeland.

Zeeland is zouter dan ooit. De verzilting van het grondwater heeft het kritieke punt bereikt. De provincie snakt naar zoet water. “De verzoeting van het Grevelingenmeer moeten we daarom zo spoedig mogelijk ter hand nemen”, stelt Wil Borm van Adviesgroep Borm & Huijgens. Een pleidooi om de in jaren ’70 van de vorige eeuw terzijde geschoven plannen uit het oorspronkelijke Deltaplan opnieuw te heroverwegen.

Het oorspronkelijke Deltaplan voorzag toen al de gevolgen van verzilting en zeespiegelstijging waar we nu tegen aan lopen, stelt Borm. Zo ontwierp de toenmalige Deltadienst een zoet Zeeuws Meer dat zou bestaan uit de Grevelingen en de Oosterschelde.
“Helaas is het plan niet uitgevoerd. De Haagse politiek zwichtte voor het maatschappelijk verzet en liet daarbij het doel zoetwatervoorziening grotendeels los.”
De protesten van de opkomende milieubeweging die streefde naar behoud en van de vissers en schelpdierkwekers die vreesden voor hun boterham, maakten zo’n indruk dat tegen de wens van Rijkswaterstaat Den Haag indertijd overstag ging. Met de beste bedoelingen koos de politiek voor zout, maar met de kennis van nu zou men dit volgens hem nooit besluiten.

Zeeland zouter dan ooit

Het resultaat? Zeeland is zouter dan ooit en de verzilting van het grondwater heeft het kritieke punt bereikt. De provincie heeft zwaar te lijden onder de huidige droogte. Borm wijst erop dat de verzilting door klimaatverandering en zeespiegelstijging versneld zal toenemen. “Wanneer Zeeland nu niets doet, nemen waterveiligheid en leefbaarheid schrikbarend af”, waarschuwt hij.
“Realiseren we wel dat we het meeste zoete water ongebruikt via een open Nieuwe Waterweg in zee lozen?”, vraagt Borm zich af. “Bij hoge afvoeren spuien de Haringvlietsluizen de overvloed in zee. Wanneer we een deel van dat spuiwater gebruiken kunnen de Zeeuwse wateren verzoeten.”

Zoetwatervoorziening steeds problematischer

De waterschappen verkondigen al jaren dat we af moeten van een systeem dat alleen water afvoert, merkt Borm op. En dat we moeten kiezen voor een systeem dat ook water vasthoudt. Afname van zowel de natuurwaarden van de Zeeuwse zoute wateren als van de leefbaarheid van Zeeland maken volgens hem duidelijk dat indertijd de keuze voor zout misschien niet zo verstandig was. “Door dit beleid wordt de zoetwatervoorziening van Zeeland steeds problematischer, vooral voor natuur en landbouw. Warme en droge zomers zijn eerder regel dan uitzondering. Ingrijpende en betaalbare maatregelen zijn nodig voor een klimaatbestendig Zeeland.”

Verdringing van zout door het hevelen van de zwaardere onderlaag naar zee (links) en het inlaten van zoet rivierwater aan het oppervlak. Ontwerp ir. W. Lases

Heroverweging op zout gericht waterbeleid

Hij wijst erop dat de provincie Zeeland ernaar streeft de eerste klimaatbestendige regio in Nederland te worden. Daarom is het volgens hem belangrijk het op zout gerichte waterbeleid aan een heroverweging te onderwerpen. De maatregelen die het Zeeuws Deltaplan Zoet Water voorstelt zijn volgens hem van een te lokale aard en vragen hoge investeringen. “Het zou goed zijn de uitgangspunten en effectiviteit van de voorgestelde maatregelen nog eens tegen het licht te houden.”

Meer dan voldoende zoet water beschikbaar

De Deltadienst bereidde al in de jaren ’70 de verzoeting van zowel de Grevelingen als de Oosterschelde volledig voor. Borm: “De zoute wateren kunnen in enkele maanden worden verzoet (red. zie illustratie). In perioden dat er voldoende rivierwater beschikbaar is, wordt de zwaardere zoute onderlaag eenvoudig bij eb naar zee geheveld, terwijl aan het oppervlak zoet water wordt ingelaten. Zo verdringt het zoete water het zout zonder dat er sprake is van menging.”
Er is volgens hem door het jaar heen meer dan voldoende zoet water beschikbaar om de Zeeuwse wateren te verzoeten. Andersom, in droge tijden met weinig rivieraanvoer, is de zoetwatervoorraad te liften door tijdelijk zout water aan de bodem binnen te laten. Zo krijgen we een ruime zuidwestelijke zoetwatervoorraad die we op een flexibele wijze het hele jaar door op peil kunnen houden.

Methode met zeer veel voordelen

Voor mens en natuur is het de meest vriendelijke methode met zeer veel voordelen, stelt Borm. Bovendien is deze methode geheel CO2-neutraal. Ze behoeft geen extra energie, omdat ze werkt met het getij. Een voorbeeld van samenwerken met de natuur. Voor de toekomstige waterveiligheid is het van belang dat ‘het zoete Zeeuwse Meer’ als noodberging voor hoge rivierafvoeren kan fungeren.
Al beschouwen veel Zeeuwen de aanwezigheid van zoute wateren als een voldongen feit, als de wateren niet zoet worden, wordt Zeeland onleefbaar. Verzoeting geeft waterkwaliteitsverbetering en meer biodiversiteit. Het geeft een antwoord op langere perioden van droogte die we kunnen verwachten. Een robuuste oplossing, natuurvriendelijk, relatief goedkoop en klimaatbestendig, stelt Borm.

Durf, visie en initiatief

“We gaan in Nederland gezamenlijk de transitie aan naar een klimaatbestendige en circulaire economie. De overheid moet daaraan sturing geven en ook het algemene belang beschermen. Geen bestuurlijk onvermogen, maar durf, visie en initiatief.”
Alle sectoren waaronder landbouw, natuur, recreatie, visserij, logistiek, wonen en industrie zullen volgens hem moeten inspelen op de veranderingen die komen. Zo kunnen visserij en schelpdierkweek hun werkwijze aanpassen of hun bakens zeewaarts verzetten.
Borm benadrukt dan ook met klem om de verzoeting van het Grevelingenmeer zo spoedig mogelijk ter hand te nemen. “We staan wat betreft Zeeland immers met de rug tegen de muur. Er is genoeg zoet water voor Zeeland. Gebruik het! Sluit de kust en verzoet!”