“Er is een forse impuls gegeven aan de zichtbaarheid van waterschappen”

 Tekst Annemarie Geleijnse

Hoe kijkt u op de verkiezingen terug?
“De eerste bevindingen zijn positief. Van de twaalf miljoen stemgerechtigden, komt uiteindelijk 44 procent stemmen op het waterschap. Iets meer dan drie procent blijkt blanco of ongeldig, maar hoe dan ook is de overgebleven veertig procent een significante verbetering, bijna verdubbeling, van wat het was. Al blijft overeind dat nog altijd meer dan de helft niet komt.” 

Had u stiekem toch op meer dan vijftig procent gehoopt?
“Vooraf heb ik gezegd dat ik voor alles boven de 35 procent zou tekenen. Dat vond ik al een mooie uitdaging. Maar er blijft een opgave om te zorgen dat we de algemene bereidheid van de burger om te stemmen nog verder optillen. De combinatie met de Provinciale Staten heeft gewerkt. We zouden misschien zelfs moeten overwegen om andere verkiezingen waar dat mogelijk is ook te combineren. Dat ontzorgt de burger. En gezamenlijk trek je meer aandacht.”

Denkt u dan ook aan de Tweede Kamerverkiezingen?
“Ik pleit er voor om de volgende verkiezing in 2019 eerst op exact dezelfde manier te organiseren. Dat zou voor het eerst in tientallen jaren zijn dat we twee keer op een rij dezelfde verkiezingen hebben. Dat is ook wat waard. Mijn analyse is dat de onbekendheid met waterschapsverkiezingen het hoge percentage blanco of ongeldige stemmen verklaart. Laten we het in 2019 dus alsjeblieft op dezelfde manier doen. Onze uitdaging is de aandacht voor het werk van het waterschap en het belang daarvan op peil te houden. De komende vier jaar moeten we dat waterbewustzijn op een nog hoger plan brengen.” 

Is de onzichtbaarheid van de waterschappen door de verkiezingen wel enigszins afgenomen?
“U formuleert het heel voorzichtig. Ik denk dat er een forse impuls is gegeven aan de zichtbaarheid. Er was aandacht in satirische programma’s op televisie, er waren cartoonisten in de landelijke dagbladen. We hebben geturfd en de teller stond afgelopen vrijdag op 130 landelijke artikelen en items op radio en televisie in de weken naar de verkiezingen toe. Zoveel aandacht krijgen we normaal niet.”

Die aandacht was niet altijd positief. Er waren ook kritische geluiden, onder andere over de manier van campagnevoeren. Zo zouden de partijen zich schuldig maken aan misplaatste bangmakerij met kreten als ‘Stemmen of zwemmen’ en beelden van verdrinkende teddyberen.
“Niet alle aandacht was juichend, er was ook discussie. Maar ik vind dat goed. Er mag kritisch stilgestaan worden bij wat onze democratische organen doen en waarom ze dat doen. Dat juich ik alleen maar toe.” 

Vond u de kritiek op het zogenoemde angstzaaien terecht?
“Ik zie dat als een geslaagde manier van aandacht trekken. Maar aandacht trekken alleen is te gemakkelijk. Als je die eenmaal hebt, moet je de burger in staat stellen om zich ook te informeren. Je moet ze ook voorzien van serieuze informatie. Daarvoor hadden we Kieskompas”. 

Kieskompas is 1,4 miljoen keer geraadpleegd begreep ik?
“De tellerstand is zelfs 1,5 miljoen geworden. Dat is veel meer dan was verwacht en gehoopt. Krouwel zelf hoopte vooraf op een miljoen. Als je het uitrekent zie je dat van de kleine vijf miljoen mensen dat is komen stemmen, bijna een op de drie zich vooraf via Kieskompas heeft verdiept in de keuze.”

Daar staat tegenover dat het invullen van Kieskompas als lastig werd ervaren. Om stellingen zinnig te beantwoorden, heb je best veel kennis nodig van het werk van de waterschappen. Ligt daar nog een taak voor de Unie van Waterschappen? 
“Wij hebben dit als Unie georganiseerd en, anders dan de provincies, gefaciliteerd uit het centrale budget. Er zat bij de stellingen een knopje nadere informatie, daar kon je doorklikken naar wat achtergrond. Dat neemt niet weg dat we dit soort geluiden meenemen. We gaan dat samen met Kieskompas en wetenschapper André Krouwel bekijken. Dat levert ongetwijfeld inzichten waar we over vier jaar iets mee kunnen. Ik heb er vertrouwen in dat mijn opvolger dat goed oppakt.”

Een punt van zorg vooraf was dat de gecombineerde verkiezingen in het voordele van de grote landelijke politieke  partijen zou werken en dat lokale partijen en waterpartijen het onderspit zouden delven. Is die zorg terecht gebleken? 
We moeten daar nog eens goed naar kijken. Op basis van de uitslag blijft die vraag overeind. Een aantal landelijke partijen hebben het redelijk tot goed gedaan. Water Natuurlijk heeft zich weten te handhaven als grootste. Algemene Waterschapspartij heeft zich op iets minder niveau ook gehandhaafd, maar op wisselend niveau binnen de waterschappen. Maar mijn indruk is ook dat de lange sliert van lokale partijen het gemiddeld minder heeft gedaan dan de vorige keren. Dat is mijn voorzichtige en voorlopige analyse. Maar wat vervolgens de motieven achter de stemkeuzes zijn, daar zou nader onderzoek naar gedaan moeten worden. Ik ben geen Maurice de Hond. Of we dat ook echt gaan onderzoeken is nog niet besloten.”

Denkt u dat de discussie rondom de geborgde zetels – een kwart van het bestuur is daarmee al ingevuld – invloed heeft gehad of het hoge aantal blanco en ongeldige stemmen?
 
“Dat onderwerp staat al langer op de politieke agenda maar mijn indruk is dat daar in de aanloop naar de verkiezingen niet heel veel over is gediscussieerd. Mijn indruk is ook niet dat kiezers die tegen geborgde zetels zijn uit protest dan ook maar niet op de ingezetenen gaan stemmen.”

Tot slot: hebben de succesvolle verkiezingen een positieve bijdrage geleverd in de discussie over het al dan niet afschaffen van de waterschappen?
“In de sociale media zag ik die discussie nog wel voorbijkomen. Een opvallend bericht vond ik dat 72 procent van de Statenleden in een enquête zou hebben aangegeven dat ze de taken van het waterschap er wel bij denkt te kunnen doen. Als dat het sentiment is onder statenleden dan hebben we daar ook nog een missie. Ik durf te zeggen dat we als waterschappen de meest loyale mede-uitvoerder zijn als het gaat om natuur, ruimtelijke ordening en veiligheid. Zonder het werk van het waterschap kwam er van die regie- en kaderstellende rol van de provincie niets terecht.” 

Die Statenleden onderschatten de kennis en kunde van de waterschappen?
“De Statenleden zouden zich beter moeten realiseren dat ze hun taak als toezichthouder beter moeten koesteren. Richt je nou op dat waar je voor bent ingesteld als het gaat om waterbeheer. We zijn een doe-democratie, we zijn een doe-organisatie, we doen ons werk: en dan werkt er eens een keer wat en dan moet het anders! Hou ons scherp op hoe we dat werk doen en tegen welke kosten maar realiseer je dat we dit werk niet doen ondánks de organisatie en de structuur en de verkiezingen, maar dat dat daar gewoon onderdeel van is. 
Ik hoop dat Satenleden en anderen die begerig naar ons kijken zich realiseren dat de waterschappen goed werk leveren en onmisbaar zijn. Als ze met een plan komen om het anders te organiseren moeten ze wel tweehonderd procent zeker weten dat het daarmee beter, sneller, goedkoper, schoner en veiliger wordt. Als daar maar enige twijfel bij bestaat, zeg ik: niet doen! Zorg dat wij ons werk nog beter gaan doen in plaats van te starten met een onzeker experiment vanuit ideologische of theoretische structuurplaatjes. “