Rijkswaterstaat stelt in een rapport dat de Vortex-technologie het enige alternatief is voor de toepassing van chemicaliën in koelwatersystemen van grotere industrieën. De organisatie keek echter niet naar andere mogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de toepassing van biologisch afbreekbare chemicaliën. Ook zijn de ervaringen met de technologie in de praktijk niet altijd even gunstig, stelt Antoine van Hoorn, voorzitter van de Expertgroep Koelwater van Envaqua.

Rijkswaterstaat publiceerde in januari het rapport ‘Het gebruik van additieven in open koelwatercirculatiesystemen.’ Het eerste deel is een studie naar gebruikte additieven bij twaalf bedrijven via aangeleverde informatie over de hoeveelheden en de milieueigenschappen. Het tweede deel focust op praktijkervaringen uit een eerder veldonderzoek naar het gebruik van biociden in open koelwatercirculatiesystemen.

Ongezuiverd lozen op oppervlaktewater

Bedrijven gebruiken de additieven om het rendement van het koelsysteem te borgen. De meeste grote bedrijven lozen volgens Rijkswaterstaat het koelwater en de additieven ongezuiverd op het oppervlaktewater. Daarnaast zijn er soms kleine koelwaterlozingen op het riool. De twaalf bedrijven uit het onderzoek gebruiken jaarlijks ruim 540 ton additieven. Hierbij gaat het om polymeren (45 procent), biociden (15 procent, hoofdzakelijk chloorbleekloog), fosfaten en fosfonaten (9 procent), tensides (2 procent) en overige middelen. Voor heel Nederland schat Rijkswaterstaat dat bedrijven ongeveer 1.600 ton gebruiken.

Onduidelijkheid over afbraak polymeren

Rijkswaterstaat stelt dat het onduidelijk is of met name de polymeren en de anti-scalants (fosfaten/fosfonaten) in het troebele Nederlandse afvalwater wel afbreken. De stoffen zijn niet acuut toxisch, maar veelal wel persistent. Het gebruik van polymeren en andere anti-scalants kan volgens Rijkswaterstaat sterk worden teruggedrongen door het toepassen van de Vortex-technologie. Dit is een fysische methode om verkalking van koelwatersystemen te voorkomen, waarbij geen koelwater-additieven meer nodig zijn.
De terugverdientijd van deze techniek is maximaal drie jaar, stelt Rijkswaterstaat. De organisatie adviseert het bevoegd gezag dan ook om de Vortex-technologie als best beschikbare techniek aan bedrijven voor te schrijven. Doel is om te voorkomen dat niet langer grote hoeveelheden chemicaliën ongezuiverd het oppervlaktewater ingaan.

Beleid van de toekomst

Rijkswaterstaat heeft inmiddels verschillende bedrijven laten weten dat dit het beleid van de toekomst is, zegt Antoine van Hoorn, voorzitter van de Expertgroep Koelwater van Envaqua. De ervaringen met deze technologie zijn volgens hem echter lang niet zo rooskleuring als de opstellers van het rapport beschrijven. Vooral bij de toepasbaarheid bij grote industrieën plaatst Envaqua vraagtekens. “De vier Envaqua-leden die ons commentaar schreven, werken bij koelwaterchemicaliënleveranciers. Ze zien regelmatig koelwaterinstallaties met Vortex-technologie waar toch chemicaliën aan moeten worden toegevoegd. Bedrijven met grotere industriële koelinstallaties passen de technologie nog niet eens toe.”

Europees beleid in beweging

Bovendien is het Europese beleid voor industriële waterkoeling eindelijk in beweging. Het laatste zogeheten BREF-document dat beschrijft wat de meest milieuvriendelijke technieken zijn die een bedrijf kan toepassen dateert uit 2001. Eigenlijk zou het iedere vijf jaar moeten worden vernieuwd, maar dat is nooit gebeurd. Daarom verstuurde Envaqua met VEMW in het voorjaar van 2020 een enquête naar de bedrijven die koelwater gebruiken waarin de organisaties vragen welke aanpassingen nodig zijn. De eerste resultaten zijn inmiddels binnen. “Samen met een groep deskundigen gaan we de inbreng van de deelnemende bedrijven verwerken tot voorstellen voor het nieuwe document”, zegt Van Hoorn. “Dat heb ik ook bij Rijkswaterstaat aangegeven. Het was volgens mij beter geweest als ze hierop hadden gewacht.”

Geen aandacht legionellapreventie en waterbesparing

Het rapport gaat verder volledig voorbij aan onderwerpen als bijvoorbeeld legionellapreventie en waterbesparing. Een gedeelte van de gebruikte informatie is volgens Envaqua verouderd, onvolledig of soms zelfs onjuist. Daarnaast is het onderzoek niet representatief, het aantal bedrijven dat betrokken is bij het onderzoek te laag en vertegenwoordigen deze bedrijven zeker niet de industriële koelwaterwereld.

“Er zijn zoveel ontwikkelingen op het gebied van industriële waterkoeling. Rijkswaterstaat besteedt hier geen enkele aandacht aan”, benadrukt Van Hoorn. Zo kan de lozing van chemicaliën naar beneden door minder koelwater te gebruiken, het koelwater voor te behandelen of een extra zuiveringsstap toe te voegen. Ook is het mogelijk om biologisch afbreekbare chemicaliën toe te passen. Daarnaast mist Envaqua de relatie tussen de behandeling van koelwater met biociden om legionella te voorkomen. “Rijkswaterstaat stelt dat het niet goed is voor het milieu. Maar hoe moeten we dan legionella voorkomen?”

Leden van de Expertgroep hebben tijdens het onderzoek deskundigheid aangeboden, waarvan geen gebruik is gemaakt, stelt Van Hoorn. Zo hadden onjuistheden kunnen worden voorkomen. Een woordvoerster van Rijkswaterstaat laat weten dat de organisatie begin juni een gesprek met Envaqua heeft over het rapport.