Bij de aanleg van gesloten bodemenergiesystemen wordt vaak geboord door kleilagen die grondwaterlagen van elkaar gescheiden houden. Het is zaak die boorgaten goed af te dichten, maar dat gebeurt vaak niet (foto: ILT).

In een nieuwe Deltafact zijn in opdracht van STOWA de effecten en de risico’s van grootschalige toepassing van open- en gesloten bodemenergiesystemen op de grondwaterkwaliteit in kaart gebracht. Het gaat specifiek om bodemenergiesystemen met opslagtemperaturen tot 25 °C.

In het rapport is onder meer gekeken naar risico’s tijdens de aanleg en de exploitatie van de systemen. Bodemenergiesystemen zijn sinds het begin van de 21e eeuw grootschalig toegepast. De onderzoekers schatten dat er in 2018 zo’n 50.000 gesloten en 3.000 open systemen in ons land zijn.

Verontreiniging
In 2019 constateerde het RIVM en de inspectie voor leefomgeving en transport (ILT) in een risicoanalyse dat scheidende lagen in de ondergrond worden vaak onvoldoende afgedicht bij de aanleg van bodemenergiesystemen. Hierdoor kan verontreinigd of zouthoudend grondwater naar schone grondwaterlagen stromen. Ook gebruiken boorploegen slootwater als werkwater, waardoor het grondwater vervuilt.

Groei
In het kader van de energietransitie en het in 2019 afgesloten tweede klimaatakkoord zal de toepassing van zowel open als gesloten bodemenergiesystemen naar verwachting verder doorgroeien.

Kennisleemte
Uit de Deltafact blijkt dat er vooral een gebrek aan kennis is over de faalkansen van de aanleg van individuele systemen. Dat maakt het lastig om de milieurisico’s bij grootschalige toepassing van gesloten bodemenergiesystemen te beoordelen.