Eerste Kamer stemt in met Omgevingswet

De nieuwe wet beoogt het omgevingsrecht te bundelen in één Omgevingswet. De gebiedsgerichte onderdelen van de huidige wetten worden in één wet geïntegreerd met één samenhangend stelsel van planning, besluitvorming en procedures.

Het aannemen van de wet door de Eerste Kamer ging niet zonder slag en stoot. In een twaalf uur durend marathondebat vorige week dinsdag uitte diverse senatoren in de Eerste Kamer zorgen over de borging van de normen voor ondermeer waterveiligheid. Deze worden straks niet op nationaal niveau in de omgevingswet vastgelegd maar geregeld in de algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s).

Diverse senatoren toonden zich tijdens het debat kritisch op  het verplaatsen van de normen naar de AMvB’s. Het is een zorg die ook  drinkwatervereniging Vewin bij de Eerste Kamer had neergelegd. Volgens Vewin staat de decentralisatie die de nieuwe Omgevingswet teweeg brengt haaks op het nationaal belang van een duurzame drinkwatervoorziening.

Hoogwaterbescherming
Senator Diederik van Dijk (SGP) vroeg minister Schultz van Haegen op korte termijn te kijken hoe belangrijke normen en regels in de wet zelf opgenomen kunnen worden. Of de waterveiligheid de komende jaren 10, 320 of 30 miljard gaat kosten, zou niet in een AMvB bepaald moeten worden, vindt hij. Normen voor hoogwaterbescherming uit het Deltaprogramma horen in ieder geval op nationaal niveau, dus in de omgevingswet zelf thuis. “Het Deltaprogramma geeft aan dat de kans dat iemand overlijdt door een overstroming, maximaal 1/1000ste procent per jaar mag zijn. Dit richtsnoer gaat de komende decennia bepalen welke investeringen in dijkversterking nodig zijn. Deze norm verdient volledige democratische legitimiteit en opname in de Omgevingswet”, zo poneerde hij tijdens het debat. De uitwerking van de in de nationale wet vastgelegde normen kan vervolgens wat hem betreft wel decentraal. Zo kan in de AMvB specifiek worden uitgewerkt wat de bijhorende normen zijn voor  de primaire waterkeringen. Van Dijk zei zijn voorkeur voor nationale verankering van de veiligheidsnormen uit te spreken “in navolging van de Unie van Waterschappen die een klemmend beroep op ons heeft gedaan om dit in de wet te verankeren.”

Waterwet
Ook senator Mirjam Bikker (ChristenUnie) is van mening dat normen rondom waterveiligheid in de nationale wet thuishoren. Schultz liet eerder in antwoord op kamervragen van Bikker al weten dat de waterveiligheidsnormen die zijn gekoppeld aan de overstromingsbenadering uit het Deltaprogramma, via een afzonderlijk wetsvoorstel worden ingepast in het stelsel van de Waterwet. Per 1 januari 2017 zouden deze van kracht moeten zijn. Dit onderstreept alleen maar de inhoudelijke zorg van de ChristenUnie, zo stelde Bikker. “De waterveiligheidsnormen zullen vervolgens namelijk worden aangemerkt als omgevingswaarden en volgens de structuur van deze wet worden ze later ingepast in een AMvB. Daarmee zegt de Omgevingswet te weinig over de waarde van de delta en van het bevechten van onze veiligheid ten opzichte van het water.” De normen voor de primaire waterkeringen, de dijkvakken, passen prima in een AMvB vindt ook Bikker, maar het uitgangspunt daaronder hoort in de wet.

Bestuursakkoord
Anne Flierman (CDA) wees erop dat het “prijzenswaardig” is dat er een bestuursakkoord ligt tussen IPO, VNG en de Waterschappen, maar hij vraagt zich af hoe lang het stand houdt. Tegen de tijd dat de wet van kracht wordt, is het akkoord al vijf jaar oud, en zijn we een raads-, een staten-, en minstens een Tweede Kamerverkiezing verder. Wat zal er dan nog van over zijn gebleven? Volgens mij wordt er nu hier en daar al aan het akkoord gemorreld en dat wordt na de genoemde verkiezingen beslist niet minder.”

Christine Teunissen van de uiteindelijk tegenstemmende Partij van de Dieren gaf aan te vrezen dat economische belangen uiteindelijk de boventoon zullen voeren. “Wat als normen tot stand komen of bepaalde normen worden weggelaten die van groot belang zijn voor schone lucht en waterkwaliteit om meer ruimte te laten voor bedrijvigheid? Waar is het landelijke vangnet dan?” Maatregelen als het waarborgen van waterkwaliteit vergen in een klein land als het onze volgens haar een centrale normstelling.

 


Minister Schultz van Haegen wist de Eerste Kamer in een langdurig debat op 17 maart te overtuigen

Versnippering
Minister Schultz legde in  het twaalf uur durende debat geduldig uit waarom ze ervoor heeft gekozen een groot deel van de normering in AMvB’s vast te laten leggen. “De belangrijkste reden daarvoor is het verbeteren van de inzichtelijkheid voor de uitvoeringspraktijk.” Ze haalde als voorbeeld van de huidige versnippering en onoverzichtelijkheid de milieukwaliteitseisen aan. Voor lucht zijn deze op wetsniveau geregeld, voor water op AMvB-niveau en voor bodems op ministrieel niveau. “Met de Omgevingswet willen wij overzicht en samenhang op één niveau te realiseren en de regels logisch bundelen in vier AMvB's. Dan weten burgers en bedrijven snel waar ze aan toe zijn.” Ze wees erop de discussie of water niet zo belangrijk is dat het niet in een wet geregeld zou moeten worden, ook in de Tweede Kamer te hebben gevoerd.

Gerust hart
Schultz voegde eraan toe dat AMvB’s uiteindelijk dezelfde werking hebben als een wet. Europese regelgeving valt daarbij tijdig door te voeren, zonder dat een tijdrovende wetswijziging nodig is. Die snelheid is een ander belangrijk argument van Schultz voor de omgevingswet.

Veel zorgen uit zowel de Eerste als de Tweede Kamer hangen samen met het ontbreken van een compleet beeld over hoe de uitwerking van de normen er straks in de AMvB’s uit gaat zien. Schultz leek die vrees te willen ondervangen door te wijzen op de achterdeur. Ze zei ervan overtuigd te zijn dat de Eerste Kamer tegen de omgevingswet “met een gerust hart ja” kan zeggen. “En als dat geruste hart er dan niet is, is er altijd nog de invoeringswet. Dat heb ik ook in de Tweede Kamer gezegd. Als u na de AMvB's nog altijd het gevoel hebt dat het niet goed geregeld is, is er altijd een mogelijkheid om bij de invoeringswet alsnog bepaalde zaken een plek in de wet te geven.”