schuine boringen voor aardwarmte
Boren naar aardwarmte gebeurt in Nederland sinds 2007, vooral in glastuingebieden. De rijksoverheid wil de toepassing van geothermie snel opschalen (foto: Kwekerij Bernhard/Twitter).

Schuine boringen om aardwarmtebronnen onder grondwatervoorraden te bereiken leveren niet altijd risico’s voor de kwaliteit van het grondwater op. Dat stelt minister Blok van het ministerie van EZK in een recente Kamerbrief. Volgens Dunea is het nog erg onzeker of schuine boringen echt veilig zijn. Het drinkwaterbedrijf pleit voor het voorzorgsprincipe. “Waarom zou je risico nemen op onherstelbare schade aan je drinkwatervoorziening? En dit terwijl de bevolking in de regio sterk groeit?”

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft in de regio Holland Rijnland aan vier bedrijven een opsporingsvergunning voor geothermie afgegeven. Twee van de zoekvergunningen die EZK afgaf aan onder meer Shell, beslaan deels waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied. Mijnbouwactiviteiten zijn hier echter bij wet verboden, stelt Dunea.

Vervuiling grondwater

Twee andere zoekvergunningen bevatten gebied dat is gereserveerd voor toekomstige drinkwaterbronnen. Geothermie en waterwinning gaan volgens Dunea niet samen. Boringen maken belangrijke kleilagen waterdoorlatend. Ook levert boren een te groot risico op vervuiling van het zoete grondwater. Dunea en de provincie Zuid-Holland dienden daarom bezwaarschriften in tegen de opsporingsvergunningen. Drinkwaterbedrijven sloegen begin december opnieuw alarm.

Reële risico’s

Eerder waarschuwden zowel de Algemene Rekenkamer als het Staatstoezicht voor de Mijnen voor de risico’s. Ook adviseerden ze betere wet- en regelgeving. De winning van aardwarmte brengt volgens de Algemene Rekenkamer reële risico’s met zich mee: bevingen, vermenging van grondwaterzones en weglekken van schadelijke vloeistoffen. Bovendien heeft het Staatstoezicht voor de Mijnen meermaals corrosie in geothermieleidingen geconstateerd. In 2020 legde de toezichthouder drie putten langdurig stil in verband met mogelijke lekkages.

Kamervragen

De Tweede Kamerleden Van Esch en Van Raan van de Partij voor de Dieren stelden begin november vragen aan minister Blok. Zo vroegen ze onder meer waarom het kabinet toch opsporingsvergunningen voor aardwarmte verleend voor gebieden waarvan op voorhand duidelijk is dat bedrijven in die gebieden nooit daadwerkelijk naar aardwarmte mogen boren.

Blok schrijft dat het kabinet boringen die van buiten de begrenzing van beschermingsgebieden tot onder de grondwatervoorraden komen soms wel mogelijk acht, mits er geen risico’s zijn voor de kwaliteit van het grondwater.

schuine boringen voor aardwarmte

Volgens Blok kan het echter voorkomen dat een geothermie bron die op grote diepte onder een grondwatervoorraad ligt, veilig bereikt kan worden door middel van een schuine boring, zonder risico’s voor de kwaliteit van het grondwater. De minister schrijft verder dat de opsporingsvergunning wordt verleend voor een bepaald gebied, terwijl op het moment van verlenen nog niet duidelijk is waar in dit gebied de vergunning zal worden aangevraagd om een locatie aan te leggen om te boren.

De vraag of en onder welke voorwaarden er kan worden geboord, wordt niet geregeld in de opsporingsvergunning op grond van de Mijnbouwwet, maar wordt geregeld in de omgevingsvergunning voor deze activiteit. Echter, de Provinciale Milieu Verordening (PMV) van de provincie Zuid-Holland beschermt het grondwater bestemd voor drinkwater en schrijft voor dat boren in het waterwingebied en grondwaterbeschermingsgebied niet mag, ook niet schuin.

Tijdelijk beleidskader

Alleen op basis van deze omgevingsvergunning kan er op een voorgenomen locatie ook daadwerkelijk worden geboord om aardwarmte op te sporen. Of en onder welke voorwaarden er na de boring kan worden gewonnen, wordt bepaald in het instemmingsbesluit met het winningsplan onder de Mijnbouwwet. Tot de nieuwe mijnbouwwetgeving voor geothermie van kracht is, wordt dit voor aardwarmtewinning geregeld in het Tijdelijk Beleidskader geothermie.