Druk op waterbronnen neemt toe door opgeheven melkquotum

Melkveebedrijven die groeien moeten dat voor een deel baseren op meer grond. Dat schreef staatssecretaris Dijksma van Economische Zaken op 30 maart in een brief aan de Tweede Kamer waarmee ze de algemene maatregel van bestuur grondgebondenheid presenteerde. Melkveehouders die hun bedrijf uitbreiden en daardoor meer mest produceren dan zij in 2014 deden, moeten jaarlijks aantonen dat zij over voldoende grond beschikken. 
Mestverwerking
Bedrijven met een fosfaatoverschot van tussen de 20 en 50 kilo per hectare moeten bij uitbreiding een kwart van de extra fosfaatproductie op extra grond binnen het eigen bedrijf kunnen gebruiken. De rest van de fosfaatgroei moet op grond van de Wet verantwoorde groei melkveehouderij volledig worden verwerkt. Voor intensieve melkveebedrijven met een fosfaatoverschot dat groter is dan 50 kilo per hectare geldt dat zij de extra fosfaat bij uitbreiding voor de helft op extra grond binnen het eigen bedrijf moeten kunnen plaatsen. Dit gaat om ruim 10% van de melkveebedrijven. 
Mest transport
In de praktijk betekent dit dat er landbouwbedrijven zijn die grond aankopen in een andere provincie waar zij hun mestoverschot heen rijden. Dijksma wil deze manier van werken aan banden leggen door te eisen dat in 2020 tachtig procent van alle koeien in Nederland in de wei moeten lopen. De algemene regel van bestuur waarmee de grondgebonden groei wordt geregeld, treedt op 1 januari 2016 in werking, maar zal met terugwerkende kracht ook gaan gelden voor 2015.  

Quotum
Milieuorganisatie Natuur & Milieu is blij dat Dijksma het melkquotum vervangt door een mestquotum.  In een reactie op de website zegt Sijas Akkerman: “Veel koeien leidt tot mestoverschotten en watervervuiling, doordat het teveel aan mest in sloten terecht komt en het  grondwater vervuilt. Ook leidt het tot meer mestfraude en een melkveehouderijsector die de intensieve veehouderij achterna gaat. Dat heeft grote gevolgen voor het milieu, in de vorm van broeikasgassen en ammoniakuitstoot.”

Handhaven normen
Vewin, de vereniging van Nederlandse drinkwaterbedrijven, legt vooral een verband met de normen van de Kaderrichtlijn Water. “Voor ons is van belang dat de normen worden nageleefd en dat de Europese nitraatrichtlijn uit 1991 wordt gehandhaafd”, stelt de belangenorganisatie. In landbouwgebieden kampen drinkwaterbedrijven nog steeds met een verminderde kwaliteit van drinkwaterbronnen. Het uitspoelen van nitraat en fosfaat leidt vaak tot overschrijding van de norm voor nitraat en tot indirecte problemen zoals de hardheid van water. 

Ontheffing
Vorig jaar kreeg Nederland van de Europese Commissie opnieuw toestemming de mestnormen te verruimen. in de periode van 2014 tot 2017 mag Nederland in plaats van 170 kilogram mest per hectare 250 kilogram mest per hectare te gebruiken. Aan de ontheffing zijn er in bepaalde gebieden wel restricties verbonden. Voor de zandgronden in Overijssel, Gelderland, Utrecht, Noord-Brabant en Limburg geldt een maximale verruiming tot 230 kilogram stikstof. In deze gebieden bestaan al langer problemen. Dit geldt ook voor de lössgronden in het zuiden van Limburg. Landbouwers zijn blij met de verruiming, maar voor de watersector geldt dat de belasting van grondwater in landbouwgebieden onverminderd hoog blijft. 

Normoverschrijding
Volgens het Compendium voor de Leefomgeving overschreed Nederland de Europese norm (50 mg/l) voor nitraat in 2012 in circa 20% van het ondiepe grondwater. In het middeldiepe grondwater vindt overschrijding op circa 5% van de meetlocaties plaats. Stikstofuitspoeling naar het grondwater bedreigt de kwaliteit van de grondstof voor drinkwater. Enkele waterwinputten in Oost-Nederland zijn gesloten en soms moet dieper grondwater worden gewonnen of moeten extra kosten voor zuivering worden gemaakt.