De droogte van 2018 is in Vlaanderen erkend als ramp voor de landbouw. (foto: Wikimedia Commons).

De Vlaamse Milieumaatschappij (VMM) werkt aan een plan dat vastlegt wie in het geval van waterschaarste prioriteit krijgt voor watergebruik. In 2018 kampte Vlaanderen, net als Nederland, met extreme droogte. Afgelopen maand publiceerde de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) een evaluatierapport over de waterschaarste en droogte in 2018. Onderdeel van dat plan is verdere uitwerking van een afwegingskader voor het prioriteren van waterverdeling. In Nederland geldt er al zo’n ‘afschakelplan’ en is het gebruik van die verdringingsreeks vastgelegd in de Waterwet.

In Vlaanderen werd vorige zomer al een voorlopig afschakelplan gehanteerd door de in juni ingestelde Droogtecommissie die provinciegouverneurs en de minister advies gaf over de te nemen crisismaatregelen. In het evaluatierapport is te lezen dat in Vlaanderen onomkeerbare schade aan de infrastructuur, de openbare watervoorziening, de energievoorziening en onomkeerbare schade aan de natuur voorrang kregen. Daarna volgde het drinkwater voor vee en daarna de mogelijkheid om op regionaal niveau landbouw, industrie, recreatie of natuur voorrang te geven.

Impact berekenen

Bij de uitwerking van een definitief afschakelplan zal in Vlaanderen meer rekening worden gehouden met de economische en ecologische impact van verschillende maatregelen. Katrien Smet van de VMM stelt dat in een interview met VRT-nieuws dat er wordt overlegd met alle betrokken actoren, zoals middenveldorganisaties, natuurverenigingen, de landbouwers en de industrie. Het afschakelplan moet in de zomer van 2020 klaar zijn voor gebruik.

Preventie

In Vlaanderen wordt eerst een analyse gemaakt van de sectorspecifieke waterschaarste- en droogterisico’s. Deze informatie is ook cruciaal voor het nemen van maatregelen die de kans op een crisis verkleinen. Het analyseren van data van voor, tijdens en na de waterschaarste is ook nodig om per sector en regio risico’s te kunnen inschatten. Nieuw te ontwikkelen regiospecifieke modellen kunnen helpen bij het uitwerken en het toepassen van een definitief afschakelplan.

Regionaal maatwerk

Ook in Nederland bleek er na evaluatie van de droogte behoefte aan een verduidelijking van de verdringingsreeks. In de Waterwet is in de verdringingsreeks weliswaar vastgelegd waarvoor het water bij beperkte beschikbaarheid gebruikt mag worden, maar die wet bepaalt ook dat er in de verdringingsreeks zoveel mogelijk ruimte voor maatwerk moet zijn. Landelijke en regionale waterbeheerders hadden tijdens de zomer in 2018 behoefte aan meer handvatten voor afwegingen rond kleinschalig hoogwaardig gebruik en overige belangen (categorie 3 en 4). Met name voor kapitaalintensieve gewassen, industrie en natuur zijn duidelijke regels nodig. Bijvoorbeeld onder welke omstandigheden sprake kan zijn van onomkeerbare schade.

Drinkwater

Het Vlaamse evaluatierapport stelt verder dat in 2018 de drinkwatervoorziening in Vlaanderen nooit in het gedrang is gekomen. Er is wel ingezet op diversifiëring van de bronnen, zowel naar type (grondwater, oppervlaktewater, hergebruik afvalwater) als naar spreiding. Tussen drinkwaterbedrijven wordt er gewerkt aan interconnectiviteit. Bijvoorbeeld via het Aquaduct programma en de geplande verbindingen tussen water-link en Pidpa, waardoor de leveringszekerheid op Vlaamse schaal vergroot.

Landbouw

In oktober 2018 erkende de Vlaamse regering de droogte in de periode van 2 juni tot 6 augustus 2018 al als een ramp voor de landbouw. Het Vlaamse departement van Landbouw en Visserij gaat daarom schadevergoedingen uitkeren. Het Koninklijk Meteorologisch Instituut (KMI) concludeerde dat er deze zomer in heel Vlaanderen uitzonderlijk weinig neerslag viel.