Drie miljoen euro voor onderzoek naar piping

Het verschijnsel van piping is al eeuwenlang bekend. Waterschappen houden er rekening mee bij de maatregelen die ze nemen tijdens perioden van hoogwater op rivieren. “Na de overstromingen in New Orleans bleek dat piping een grotere invloed had op de sterkte van de dijken dan eerder werd aangenomen”, vertelt Knoops. “Daarom zijn wetenschappelijke instellingen, zoals Deltares, volop bezig om deze ervaringen te vertalen naar nieuwe toetsvoorschriften voor dijkbeheerders om te beoordelen of ze al dan niet last hebben van het fenomeen.”

Ondergrond
Twee jaar geleden bleek uit onderzoek dat piping, waardoor de dijk zwakker wordt, een groter risico vormt voor de stabiliteit van de dijken dan tot dan toe werd gedacht. Uit een inventarisatie door diverse waterschappen blijkt nu dat dit verhoogde risico bij ruim de helft van de onderzochte 940 kilometer dijk bestaat. Knoops wijst erop dat hierbij wellicht te weinig rekening is gehouden met de ondergrond waarop de dijken zijn gebouwd. “Daarom verwacht ik dat het probleem kleiner is dan aanvankelijk werd aangenomen. Maar of dat ook echt zo is, weten we pas over een jaar of drie, vier, wanneer de projecten zijn afgerond.”

Praktijkervaring
De eerste veertien verkenningen hebben volgens Knoops twee doelen. “In de eerste plaats willen wij praktijkervaring opdoen door vernieuwende toepassingen in de praktijk te testen, zoals geotextiel en drainagesystemen. Daarnaast is nader onderzoek naar de ondergrond van dijken essentieel om de omvang van het probleem nauwkeuriger in kaart te brengen.”
Traditionele dijkverbeteringen kunnen immers leiden tot de aanleg van forse pipingbermen van enkele tientallen meters tot zelfs meer dan honderd meter breed, of tot dure technische constructies, zoals damwanden.
Contract 
Waterschap Rivierenland tekende eind met voor het eerst een contract met een aannemer die bij de dijkverbetering een deel van de planstudie en de hele uitvoering voor zijn rekening neemt. Volgens dijkgraaf Roelof Bleker wil het waterschap met deze aanpak aannemers stimuleren om met innovatieve methoden te komen om de problemen op het betreffende dijkverbeteringstraject tussen Schoonhovenseveer en Langerak aan te pakken. Aannemingsmaatschappij De Vries & van de Wiel heeft het contract gekregen door onder andere verticale drainage aan te bieden.

Verticale drainage
Verticale drainage – of ook wel verticale ontspanningsbronnen genoemd – wordt op een groot gedeelte van het traject toegepast omdat de stabiliteit van de dijk hier een probleem is. Bij extreem hoog water is er meer water onder de dijk en ontstaan er te hoge waterspanningen die leiden tot instabiliteit van de dijk. Door simpelweg de waterspanning weg te halen, is het probleem op te lossen. Het water wordt afgevangen via gefilterde bronnen die uitkomen op een verzamelleiding. Deze loost het water weer op sloten en andere watergangen.

Innovatiepotje
Knoops is op de hoogte van de kritiek van sommige aannemers dat aanbestedingsregels het moeilijk maken om innovaties, zoals geotextiel, in de markt te zetten. “Daarom kunnen wij niet garanderen dat na een geslaagde proef het bedrijf de innovatie grootschalig kan toepassen. Tegelijkertijd stel ik vast dat aannemers het risico van dit soort projecten vooral bij de overheid leggen en zelf niet altijd willen investeren. Daarom is het wellicht een goed idee als verschillende marktpartijen samen met de overheid geld in een innovatiepotje steken om zo de risico’s op te vangen.”