Directeur Edwin Lokkerbol van de Vereniging van Waterbouwers (foto: Vereniging van Waterbouwers).

De Nederlandse grond-, weg- en vooral waterbouw is in drie maanden tijd 800 tot 900 miljoen euro aan omzet misgelopen doordat opdrachten voor het baggeren of verplaatsen van grond zijn vertraagd, ingetrokken of uitgesteld. Dat komt doordat het ministerie van I&W begin juli strengere regels heeft gepubliceerd voor de omgang met grond en bagger met PFAS stoffen.

“Die uitval is puur het resultaat van de afgelopen maanden”, stelt directeur Edwin Lokkerbol van de Vereniging van Waterbouwers op basis van een eigen inventarisatie in een interview met het FD. “Rijkswaterstaat zet circa 200 tot 300 miljoen euro minder in de markt. Met de waterschappen en het werk in het groot grondverzet erbij, loopt het totaal zo op tot 800-900 miljoen euro.”

De crisis als gevolg van PFAS (wat staat voor poly- en perfluoralkylstoffen die worden gebruikt in onder meer anti-aanbaklagen, waterafstotende kleding en blusmiddelen) raakt de sector hard. Lokkerbol vreest voor liquiditeitsproblemen. “Als een kleinschalige baggeraar drie waterschappen als klant heeft en twee houden ermee op, dan heeft hij echt een probleem.”

Langetermijneffecten onbekend
De laatste jaren is de aandacht voor PFAS sterk toegenomen. In Nederland komt dat door de omstreden uitstoot van de Chemours-fabriek in Dordrecht. Er vallen zesduizend stoffen onder de PFAS-familie. Sommige heten Zeer Zorgwekkende Stoffen omdat ze in hogere concentraties mogelijk vruchtbaarheidsproblemen, leverschade en kanker veroorzaken. En vooral: er is veel onbekend over langetermijneffecten.
Het grote probleem van PFAS is dat ze niet biologisch afbreekbaar zijn en dat de stoffen zich in het lichaam ophopen. PFAS wordt inmiddels overal aangetroffen in de bodem en in de natuur. In doorsnee zit er zo’n 3,5 microgram per liter bloed van de stoffen in het menselijk lichaam. Ruim onder de normwaarde van het RIVM, maar eigenlijk hoort het niet in het lichaam thuis.

Analysepakket uitgebreid
Vanaf 1 oktober moet bij baggeren en grondverzet worden gemeten hoeveel PFAS er aanwezig zijn. Op de plek waar bagger of grond wordt neergelegd moet eenzelfde meting plaatsvinden. Ook is het analysepakket uitgebreid van 14 naar 28 stoffen. En de normen zijn streng. Vrijwel overal in de Nederland wordt al meer PFAS in de bovengrond aangetroffen dan in de norm voor landbouw en natuur. In 2020 volgt pas een definitief handelingskader met een set regels.

Wachtrijen bij laboratoria
Het gevolg is drieledig. Ten eerste zijn er wachtrijen bij de laboratoria die nu meer grondmonsters aan een breder onderzoek onderwerpen. Ten tweede worden opdrachten aangehouden om te zien hoe de regels er straks definitief uitzien. Ten slotte is het nu al de vraag of iemand nog van zijn grond of slib af komt. Grondverwerkers hebben in juli subiet hun loket gesloten om in afwachting van de ingangsdatum van 1 oktober geen nieuwe risico’s op zich te nemen.

Lokkerbol laat aan WaterForum weten dat de wachttijden slechts een klein deel van het probleem zijn. “Bouwers en baggeraars kunnen hun grond ook niet kwijt in zandputten. En als het wel kan, moeten ze een nieuwe vergunning aanvragen. En dat traject duurt zes maanden tot twee jaar.”

Laboratoria investeren
Fenelab, de brancheorganisatie voor de laboratoriumbranche, meldt in een persbericht dat laboratoria de afgelopen maanden miljoenen euro’s in nieuwe meetinstrumenten voor de analyse van PFAS-stoffen heeft geïnvesteerd. Ook de validatie van de testmethode is in volle gang. “Begin oktober is er genoeg capaciteit om aan de sterk toegenomen vraag te voldoen”, stelt Jaap-Willem Hutter, voorzitter sector Milieu van Fenelab en technisch-directeur van SYNLAB Analytics & Services in Rotterdam. De aanvankelijk beperkte capaciteit van laboratoria is zeker niet de reden voor uitstel en mogelijk zelfs afstel van infrastructurele werken, benadrukt de voorzitter van de sector Milieu. Dat was immers de teneur in vele berichten in de pers. ”De belangrijkste vraag over eventuele vertragingen of zelfs afstel van projecten is of de grond uiteindelijk kan worden toegepast. Dat is gekoppeld aan de door de overheid vastgelegde grenswaarden voor veilig gebruik.” Die zijn naar verwachting in 2020 bekend als het RIVM-onderzoek is afgerond.