Dijkbezwijkproef Leendert de Boerspolder vergroot inzicht sterkte dijken op veen

In het verleden is al veel onderzoek gedaan naar de sterke van veendijken en kleidijken op veen. Dit soort type dijken komen in Nederland veel voor. Met de resultaten zijn de instrumenten om de sterkte van dit type dijken te berekenen, verder ontwikkeld en aangescherpt. “Uit veel berekeningen blijkt dat het eigenlijk een wonder is dat sommige dijken nog bestaan”, vertelt Biemans. “Dat komt doordat er in de rekenmodellen veel veiligheidsmarges zijn ingebouwd. Daardoor worden dijken afgekeurd, terwijl ze niet onveilig hoeven te zijn. Maar dat is tot nu toe nooit in de praktijk getest.”
Voorbereidingen
Het hoogheemraadschap van Rijnland maakt van de Leendert de Boerspolder, een polder van zes hectare ten zuiden van de Haarlemmermeer een natuurgebied en stelde daarom de veendijk beschikbaar voor deze proef. Tijdens het experiment krijgen de betrokken partijen, waaronder het Hoogheemraadschap van Rijnland, TU Delft, STOWA , Deltares en de Stichting IJkdijk, voor het eerst in de praktijk inzicht in de actuele sterkte van dijken op veen. Een uniek project waarvoor de voorbereidingen inmiddels in volle gang zijn. “Vorig jaar zijn wij al gestart met grondboringen om de opbouw van de dijk in kaart te brengen”, legt Biemans uit. “Daarnaast zijn waterspanningsmeters geplaatst om straks te kijken hoe de dijk reageert als deze instabiel wordt gemaakt.”
Vier fases
Het instabiel maken van de dijk verloopt in vier fases die ieder één week duren. “In de eerste fase gaan wij de dijk met water verzadigen, zodat wateroverspanning ontstaat. Daarna gaan wij de dijk geleidelijk verzwakken door er een greppel achter te graven. Vervolgens graven we de greppel steeds verder uit, zodat de dijk gaat vervormen, tot deze uiteindelijk bezwijkt in de eerste helft van oktober”, aldus Biemans. 
Heterogeniteit
De projectleider verwacht dat het team de onzekerheden in de huidige rekenmodellen om de sterkte van veendijken en kleidijken op veen te meten door de praktijkproef kan verkleinen. “Deze dijken blijken er in de rekenmodellen vaak onveiliger uit te komen dan in de praktijk het geval is. De onzekerheden willen wij wegnemen, zodat beheerders dijken minder sterk hoeven te verstevigen. Dat scheelt uiteraard in de kosten.”
Eén van de belangrijkste onderzekerheden is de heterogeniteit van de ondergrond. “Doel is om onder meer een standaardformule te ontwikkelen waarmee je de heterogeniteit in kaart kunt brengen. Daarnaast moet de proef ertoe leiden dat de wateroverspanning in een dijk nauwkeuriger kan worden ingeschat.”

Uitdrogen
Biemans wijst erop dat de problematiek van het uitdrogen van een veendijk op veen niet in de proef aan de orde komt. In de zomer van 2003 zorgde dit voor grote problemen in Wilnis toen een ringdijk verschoof door langdurige droogte. “Daarom hopen wij dat andere waterschappen ook een proeftraject beschikbaar stellen om hier inzicht in te krijgen.” 
De projectleider verwacht dat de resultaten ook interessant zijn voor andere landen die met vergelijkbare problemen hebben te kampen. “Daarnaast is het een mogelijkheid om voor Nederlandse bedrijven die aan de proef deelnemen om zich wereldwijd in de kijker te spelen.”
Lees hier meer over de unieke dijkbezwijkproef.