Dijkafschuiving Reeuwijk gevolg van eerdere ophoging

Door de afschuiving van een veendijk in Reeuwijk liepen in juli 2021 een groot aantal weilanden onderwater. (foto: Hoogheemraadschap van Rijnland)

De afschuiving van de veendijk in Reeuwijk in juli 2021 kwam door een weggevallen tegendruk in de diepe ondergrond. Hierdoor ontstond instabiliteit. Op de dijk is ooit een extra kleilaag aangebracht. Door verdroging is de druk van het dijklichaam te veel geworden. Dit blijkt uit een recent afgerond onderzoek dat uitsluit dat de afschuiving zou zijn ontstaan door graverij van Amerikaanse rivierkreeften. Daarover is door de omwonenden lang gespeculeerd.

Het Hoogheemraadschap van Rijnland onderzocht, in samenwerking met Deltares, Wageningen Universiteit (WUR) en de TU Delft alle mogelijke oorzaken van de dijkafschuiving. Volgens Rijnland maakt het onderzoek duidelijk dat de afschuiving zijn oorzaak heeft in de diepe ondergrond.

Vervolgonderzoek moet volgens hoogheemraad Bas Knapp nog duidelijk maken in hoeverre het ging om heel lokaal specifieke omstandigheden of dat er sprake was van dominante factoren die meer algemeen spelen bij veendijken.

Gewichtverlies

Uit het onderzoek blijkt dat de veendijk diep in de ondergrond is afgeschoven als gevolg van verlies van stabiliteit (tegendruk). Het is nog niet helemaal duidelijk wat precies de ‘trigger’ is geweest: de droogte of een dijkverhoging. Gewichtsverlies van veen door droogte is een langdurig proces dat mogelijk teruggaat tot de extreem droge zomer van 2018. Herberekeningen aan de hand van grondmonsters en veldonderzoek moeten nog duidelijk maken wat de bijdrage van droogte is geweest.

Opmerkelijk

Hoogheemraad Knapp vindt het opmerkelijk dat de afschuiving plaatsvond in een zomer die niet heel extreem droog was. “De bodemsamenstelling is er heel bijzonder. In de ondergrond bevinden zich op deze locatie een zandlaag en een klei-afzetting. De vraag is of deze samenstelling de dominante factor is geweest, of was het de droogte? Daarover hopen we nog meer te weten te komen zodat we daar bij ons dijkbeheer beter rekening mee kunnen houden.”

Dijkverhoging

De andere ‘trigger’ is meer locatie specifiek. In 1994 is het betreffende dijkvak opgehoogd met een kleilaag zonder dat daarbij het binnentalud is verhoogd. “Zo voeren we dijkverhogingen niet uit”, laat Knapp weten. “De ophoging is niet zo ontworpen en we begrijpen niet goed waarom alleen de kruin is verhoogd en geen klei op het talud is aangebracht. We hebben wel een quick scan gedaan bij andere keringen.”
Volgens Knapp is nu de grote vraag in hoeverre de afschuiving heel locatie specifiek was of dat hier dominante factoren een rol hebben gespeeld die elders in Nederland ook in veendijken spelen. Dit kan gevolgen hebben voor de toetsingsmethodiek voor dijksterkten. “Deltares doet hier nog nader onderzoek naar”, aldus Knapp.

Diergraverij

“In het veldonderzoek is onder andere gewerkt met boringen in de grond, een diep gegraven sleuf en laboratoriumonderzoek van grondmonsters. Daardoor weten we hoe de bodem is opgebouwd en waar de afschuiving in de dijk is ontstaan,” licht Knapp toe. Daarnaast is gekeken naar graverij door dieren, specifiek de Amerikaanse Rivierkreeft. “Er is geen buitensporige graverij van rivierkreeften geconstateerd. De afschuiving zit veel dieper dan waar de rivierkreeften graven. Daarmee kunnen we de rivierkreeft als oorzaak uitsluiten.”

Wilnis

De dijkafschuiving vond plaats in een polder. De waterschade bleef beperkt tot ondergelopen weilanden. Daarin verschilde deze afschuiving met die in Wilnis in 2003. Toen liep een hele achterliggende woonwijk onder water. Sinds Wilnis houden waterschappen hun veendijken in de zomer beter in de gaten. Bij dijkinspecties letten inspecteurs op scheuren en vervormingen zodat een eventuele afschuiving vroegtijdig gesignaleerd kan worden. Ook worden veendijken tijdens extreem droge zomers, zoals dit jaar, natgehouden door ze te besproeien.

.