Digitale transformatie bij waterschappen en industrie verloopt langzaam (foto: Pixabay).

De digitale transformatie biedt grote kansen voor waterschappen om continuïteit in een snel veranderende wereld te realiseren. Toch gaat de omslag langzaam. “Waterschappen maken nauwelijks gebruik van de mogelijkheden. Net als de industrie”, stelde Siert Wiersema, adjunct directeur van Aerzen Nederland, onlangs in een webinar. Dat komt volgens hem mede omdat het merendeel van de managers overspoeld wordt door de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen elkaar opvolgen.

Digitale transformatie staat volop in de belangstelling. Zo vond 18 maart het KNW-webinar ‘Waarom is digitaal transformeren zo lastig?’ plaats. Het webinar richtte zich onder meer op de manier waarop waterschap Rivierenland en waterschap Rijn en IJssel hier invulling aan geven. Maar wat is het nu eigenlijk?

Nieuw is het zeker niet. Het German Water Partnership bedacht tien jaar geleden al het concept Wasser 4.0. Hierbij gaat het onder meer om de voorspelbaarheid en de verbetering van bijvoorbeeld waterzuiveringsprocessen. Hoe? Door de inzet van slimme sensoren, kunstmatige intelligentie en andere vernuftige digitale oplossingen.

Invoering gaat langzaam

Toch verloopt het proces bij waterschappen en industrie vooralsnog langzaam, stelde Wiersema in het webinar. Hij verwees naar een recent promotieonderzoek van dr. ir. Roland van de Kerkhof van de Universiteit Tilburg. De academicus onderzocht waarom Tata Steel de mogelijkheden van condition based maintenance nog nauwelijks benut. Hoewel het technisch mogelijk is, het bedrijf kosten kan besparen en uitval van machines en apparaten kan voorkomen, gaat de invoering traag.

Nieuwe inzichten

Het onderzoek leidde tot verschillende nieuwe inzichten. Vaak is het bij toepassingen van nieuwe CM-technieken onzeker hoe goed deze in staat gaat zijn om falen vroegtijdig te detecteren. Hierdoor is het lastiger voor managers om anderen te overtuigen van het nut van de CM-technieken en ze mee te krijgen bij het invoeringsproces.
Ook kost het bij veel nieuwe toepassingen van CM-technieken tijd om de data en de analyses op orde te krijgen. De technologie moet goed worden ingericht. En het kost tijd voor de data-analisten kundig genoeg zijn om de data te beoordelen en te verwerken. Ook moeten er voldoende leermomenten zijn, bijvoorbeeld om de data-analyses te onderzoeken als een machine uitvalt.

Blowers van Aerzen (foto: Aerzen).

Ver-van-mijn-bed-show

Daar komt bij dat de oude generatie managers de voorspellingen niet altijd gelooft. Zeer herkenbaar, stelde Wiersema. “De jongere garde bij Aerzen vindt het heel vanzelfsprekend om met de nieuwe technieken te werken. En ze geloven in de uitkomsten van de analyses. Maar voor de managers die erover moeten beslissen, is het nog steeds een ver-van-mijn-bed-show. Ze hebben zoiets van ‘we hebben toch al een goed systeem’ of ‘vroeger was dat toch ook niet nodig.’” Meer referenties van succesvolle digitale transformatieprojecten zijn nodig om ze te overtuigen. “Gelukkig zijn er altijd wel bedrijven die hiermee vooroplopen.”

Proefprojecten en experimenten

Tijdens het KNW-webinar bleek dat het lastig is voor managers om waterschappen- met de vele bestuurslagen- mee te krijgen in het veranderingsproces. Bovendien gaan veel oudere medewerkers binnenkort met pensioen en is het lastig om geschikte jongeren te vinden en te behouden.

Nieuwe technologie, zoals kunstmatige intelligentie en machine learning, zou kunnen helpen bij het borgen van kennis en het uitvoeren van taken. Vooralsnog blijft het bij proefprojecten en experimenten vanwege de enorme potentie die gloort. “Aan de ene kant is het een hele conservatieve markt. Maar er zitten genoeg enthousiaste mensen die voorop willen lopen”, zegt Wiersema.

Managers overspoeld

Hoewel er steeds meer data beschikbaar komt, weten veel managers nog niet wat ze hier nu precies mee kunnen doen, signaleerde de adjunct directeur van Aerzen Nederland. En dat is een gemiste kans, want door de inzet van moderne technieken is het steeds beter mogelijk om te voorspellen wanneer een compressor of een ander apparaat gaat uitvallen. Organisaties kunnen zo tijdig maatregelen nemen, zoals vervanging of reparatie.
Bovendien wordt het merendeel van de managers die over digitale transformatie moet beslissen, overspoeld door de snelheid waarmee technologische ontwikkelingen elkaar opvolgen. Bestaande organisaties moeten snel inspelen op deze ontwikkelingen. Maar door de snel veranderende marktomstandigheden is dat vaak een flinke uitdaging. Businessmodellen staan onder druk en zijn vaak vandaag al niet meer toereikend om mee te kunnen in de markt.

Uitrol 5G-netwerk

Een andere factor waarom de digitale transformatie in de ogen van Wiersema achterblijft, is de vertraging van de uitrol van het 5G-netwerk in Nederland. Hoewel een organisatie als smartindustry.nl op haar website de ambitie uitspreekt dat Nederland in 2021 ‘het meest flexibele en het best digitaal verbonden productienetwerk van Europa heeft’, laat dat nog volgens hem nog wel even op zich wachten.

Kunstmatige intelligentie

Hoe nu verder? De sleutel naar het verwaarden van data is volgens hem de inzet van kunstmatige intelligentie. Tijdens het webinar gaf hij voorbeelden hoe Aerzen hierop inspeelt. Zo heeft de producent en leverancier van blowers en compressoren een speciale business unit Digital Systems opgericht die klanten ondersteunt bij het digitaal transformatieproces.

Eind 2020 lanceerde Aerzen de basismodule Machine Park Management. Hiermee kunnen bijvoorbeeld waterschappen op afstand 24/7 de prestaties van hun assets monitoren. En krijgen ze automatisch een melding als er iets mis is.

De module speelt volgens Wiersema in op de trend van onbemande waterzuiveringsinstallaties. Hiervan zijn er overigens nog maar weinig echt onbemand. Ook hoeven waterschappen hiermee minder personeel te vervangen dat met pensioen gaat. In 2021 komen hier twee nieuwe modules bij: Energy Management en Condition Monitoring.