Deltares-onderzoeker wil meer onderzoek naar effect nanoplastics

Vethaak wijst er in het artikel op, dat onlangs op de website van Deltares is gepubliceerd, dat de hoeveelheid nanoplastics snel groeit. “Ze worden door de industrie steeds vaker toegepast. Bijvoorbeeld om gericht medicijnen af te leveren in specifieke delen van het lichaam, maar ze worden ook steeds meer verwerkt in cosmeticaproducten, verven en lakken, elektronica en auto’s. Daarnaast neemt het aantal nanoplastics toe door fysische verwering van microplastics, die massaal in talloze producten worden gebruikt.”
Aangespoeld plastic afval. Foto: Wikimedia Commons

Andere eigenschappen
In 2012 publiceerde Vethaak samen met onderzoekers van de VU en de TU Delft een studie naar lozing van microplastics door rioolwaterzuiveringsinstallaties. Zij namen daarbij ook de kwestie nanoplastics mee. Wetenschappers  definiëren microplastics als alle deeltjes kleiner dan 5 millimeter. Nanodeeltjes zijn minder dan 100 nanometer groot, en hebben hele andere eigenschappen. Daarom is een andere aanpak nodig om nanoplastics te kunnen meten. 
Lokale ontstekingen
In het artikel wijst Vethaak er onder meer op dat veel van het experimentele onderzoek naar de effecten van plastic deeltjes wordt uitgevoerd met zogenaamde engineered  nanoplastics (speciaal door de industrie geproduceerde nanodeeltjes). Daaruit blijkt dat de zeer fijne plastic deeltjes gemakkelijk celmembranen kunnen passeren en verschillende organen bereiken. Ze kunnen dit beter dan deeltjes buiten de nanoschaal. De opgenomen deeltjes kunnen volgens Vethaak onder andere lokale ontstekingen, veranderingen in de genexpressie en een reeks van fysiologische effecten veroorzaken.
Niet verwijderd
Vroeg of laat komen de plastic nanodeeltjes via regenwater of via het afvoerputje in de douche in het riool terecht, stelt Vethaak. “Dat rioolwater gaat naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. In een verkennende studie vonden we dat behalve microplastics waarschijnlijk ook nanoplastics daar niet worden verwijderd, maar in het effluent terechtkomen. Via het effluent en de zee belanden ze uiteindelijk in zee.”
Aandacht monitoring
Vethaak pleit er voor dat er meer aandacht komt om de bronnen van de nanodeeltjes op land in kaart te brengen. “Op dit moment is er aandacht voor microplastics op zee door de Kaderrichtlijn Mariene Strategie (KRM) waar zwerfvuil een thema is. Er worden indicatoren ontwikkeld om het plastic probleem te kunnen monitoren. Maar als je plastics op zee wilt monitoren, moet je ook kijken naar de bronnen die vanaf het land komen. Zo kun je een balans opmaken. Daar zit echter een mismatch. In de reguliere afvalwaterbehandeling door waterbeheerders zijn microplastics geen issue. Dat komt omdat micro- en nanoplastics niet worden genoemd in de Kaderrichtlijn Water.”
Lastig meten
Het meten van nanoplastics en de kleinste microplastics in water (kleiner dan 10 micrometer)  is volgens de Deltares-onderzoeker lastig omdat methodes om de ultrakleine deeltjes rechtstreeks en routinematig in het milieu te kunnen meten nog ontbreken. “Maar daar wordt wel aan gewerkt. Bijvoorbeeld in het onderzoeksprogramma INTERREG, waarin Nederland, België, Frankrijk en Engeland samenwerken. Ook het Europese programma CLEANSEA besteedt aandacht aan microplastics op zee.”
Binding toxische stoffen
In het artikel komt ook hoogleraar Waterkwaliteit van de Wageningen Universiteit, Bart Koelmans,  aan het woord. Hij wijst er onder meer op dat de binding van toxische stoffen bij nanoplastics tijdens onderzoek wel 100 tot 1000 keer sterker bleek te zijn dan bij microplastics. Daarom pleit hij voor nader onderzoek dat moet aantonen in hoeverre nanoplastics extra hoge concentraties toxische stoffen rechtstreeks bij de cellen en in de weefsels van organismen brengen.
Verder onderzoekt de groep van Koelmans het gedrag en de verspreiding van nanoplastics in het watersysteem. Zo kijken de wetenschappers wat er met de nanoplastics gebeurt tijdens de reis van de bron naar de zee. “Daarvoor werken wij met een geavanceerd computermodel. De eerste uitkomsten van de verschillende scenario’s presenteren we op het congres van de Society of Toxicology and Chemistry (SETAC) in mei 2014”, aldus Koelmans.
Aandacht grootte stof
Europarlementariër Judith Merkies van de PvdA stelt in het artikel onder meer dat er in de Europese richtlijnen niet alleen aandacht moet komen voor de aard van een stof, maar ook voor de grootte. “Stoffen hebben op nanoniveau andere eigenschappen dan op microniveau. Kijk bijvoorbeeld naar asbest of naar zilver, waarvan de nanodeeltjes schadelijker zijn dan de grotere deeltjes. Tot nu toe maken de Europese (water) richtlijnen alleen onderscheid tussen prioritaire en niet-prioritaire stoffen. Dat moet wat mij betreft veranderen. Size matters”, aldus Merkies.