Deltares lanceert screeningstool waterkwaliteit

De tool is een alternatief voor de generieke normen voor zware metalen die in de Europese Kaderrichtlijn Water worden gesteld. De tool, PNEC-pro genaamd, berekent locatie-specifieke normen ofwel PNECs (Predicted No-Effect Concentrations) . Er kan worden berekend of een watertype meer of minder bestand is tegen verontreiniging bij bepaalde gemeten concentraties.

Biobeschikbaarheid
Het grote voordeel van deze tool is volgens Vink dat ze uitgaat van biobeschikbaarheid, die afhankelijk is van het type en de samenstelling van het oppervlaktewater. Ze doet daarmee veel meer recht aan de beoordeling van de werkelijke toxiciteit. Vink wijst als voorbeeld op het verschil tussen het water in de Rijn en in een rijk organisch meertje. “ In Nederland en in Europa hebben we generieke normen voor stoffen die gelden in alle wateren. Een norm van 10 voor een bepaald metaal zou dan in zowel de Rijn als dat beekje dezelfde beschermende factor moeten hebben. Terwijl de samenstelling dermate uiteenloopt, dat dat niet zo is.”

BML
De methodiek om dat te tackelen is niet nieuw. Al langer zijn Biotic Ligand Models (BLM) die de toxiciteit van een element in relatie brengen met de samenstelling van het water. Het leidt wel tot ingewikkelde berekeningen. Vink: “Je moet eerst uitrekenen wat de samenstelling is van een oorspronkelijk watersysteem en vervolgens de vrije ion concentratie berekenen. Die maat voor toxiciteit moet je in relatie brengen met de oorspronkelijke norm en daarvoor moet je ook de samenstelling van het testmedium kennen. Je hebt dus een geavanceerde rekentool en een toxiciteitsdatabase nodig.” Volgens Vink zijn er op de hele wereld maar drie partijen die deze berekening aan kunnen.

Eenvoudig maar robuust
Dat was de reden dat gezocht werd naar een eenvoudigere tool die toch robuust is in zijn voorspelling en dermate wetenschappelijk onderbouwd is dat hij ook wordt geaccepteerd als methode. Dat is volgens Vink gelukt met de nieuwe versie van de tool waar vier jaar onderzoek van een promovendus aan vooraf ging.

De systematiek is opgenomen in het Nederlands wettelijk protocol voor toetsing en beoordeling van oppervlaktewateren en ook gebruikt als tweedelijns-beoordeling binnen de Europese Kaderrichtlijn Water en generieke normen. Vink: “Dat betekent dat de Kader Richtlijn Water naast de generieke toets ook deze tweedelijnsbeoordeling accepteert. Dat betekent dat de normen voor een bepaald water soepeler kunnen uitvallen, maar ook dat ze strenger kunnen zijn. “Het mooie is dat je veel beter differentieert in welk watertype er iets aan de hand is en dat een waterbeheerder veel makkelijker kan zien waar hij zijn investering voor het verbeteren van waterkwaliteit moet doen.”

Volgens Vink is deze nieuwe versie van PNEC-pro volledig ‘state-of-the-art’. “We hebben onder andere het metaal lood, inmiddels als prioritaire stof aangeduid, toegevoegd aan de tool. Ook zijn er sinds de eerste prototypes nieuwe toxiciteitsdata beschikbaar gekomen die we hebben gebruikt om betere voorspellingen te kunnen doen.”
Ook in andere EU-lidstaten is de tool al in gebruik.

PNEC-pro V6 is kosteloos te downloaden