Deltaprogramma lost waterproblemen Randstad niet op

In het ontwerp Nationaal Waterplan 2008 werd nog erkend dat grote systeemingrepen nodig zijn om op korte termijn de geschetste problemen op te lossen. Alleen met grote waterloopkundige maatregelen is het mogelijk het omslagpunt zee en rivieren te verleggen naar een regio met veel minder risico’s en voldoende waterbergend vermogen. Het voorstel voor een nieuw Deltaprogramma dat op Prinsjesdag wordt gepresenteerd moet dan ook in het landsbelang door de Tweede Kamer worden teruggedraaid!

<div style=”text-align: center;”>

Dit zijn de waterproblemen die moeten worden opgelost in de Randstad
Gecombineerde wateropgave Randstad,  Afbeelding: ontwerp Nationaal Waterplan, 2008
Onvoltooide kustlijnverkorting
Eeuwenlang bedreigden binnendringende zeegaten laag Nederland. Het omslagpunt van zee en rivieren schoof verder landinwaarts en lag vanaf 1421 in de regio Dordrecht. In het zuidwesten ging men weer inpolderen en Zeeland werd een eilandenrijk, letterlijk land in zee. In 1953 werd duidelijk hoe kwetsbaar het land daar lag tussen de zeegaten. De eerste Deltacommissie wilde na de Watersnoodramp de kustlijn afsluiten, zoals dat ook gebeurd was bij de Zuiderzee. Het zou echter anders lopen: De Deltawerken verminderden de dreigende zeegatdynamiek, maar zo vlak na de oorlog ging men geen internationaal conflict aan door een dam in de Westerschelde te leggen. De politiek eiste eenvoudig dat de indertijd herstelde stadshavens van Rotterdam via de Nieuwe Waterweg in open verbinding moesten blijven met de zee. En zo komt het dat een halve eeuw later beide niet afgesloten wateren de grootste bedreiging vormen voor laag Nederland. 
Verzilting
Met het afdammen in compartimenten stopte door de Deltawerken de zoetwatertoevoer naar het zuidwesten. Met een stormvloedkering werd de Oosterschelde een doodlopende zeearm en in dezelfde hype werd de Grevelingen van een gepland zoet meer een zout meer. Zo kwamen de eilandpolders  pas echt in het zout te liggen (eerst was er nog veel brak water). Verzilting wordt langzaam een groot probleem. Alleen met zeesluizen in de Nieuwe Waterweg kan de sluipende verzilting van Nederland worden teruggedrongen. 
Omslagpunt op verkeerde locatie
Sinds de Deltawerken wordt het merendeel van het rivierwater naar de Nieuwe Waterweg geleid om daar verzilting tegen te gaan. Bij eb verdwijnt via de open monding tweemaal daags een enorme zoetwaterbel in zee en bij vloed schuift een zoute tong over de rivierbodem steeds verder landinwaarts. Het getij in de Nieuwe Waterweg maakt bovendien dat het water met kracht door het Spui en de Dordtse Kil stroomt, van en naar het getijloze Haringvliet. De dijken worden hierdoor ondermijnd en de waterveiligheid neemt af. Niet alleen daarom ligt het omslagpunt zee en rivieren op de verkeerde locatie, het ligt tevens tegen het gebied met de meeste bodemdaling en de meest kwetsbare dijkring van Nederland. Ook voor het rivierengebied brengt deze landinwaartse ligging heel wat risico’s met zich mee. Tal van dijkverhogingen zijn nodig voor het stijgende water, dat bij piekafvoer door gebrek aan berging niet genoeg kan doorstromen. Zowel de huidige ligging van het omslagpunt als het ontbreken van een ruime nationale noodberging geven een hoog waterveiligheidsrisico. 
Routeverlenging en -verlegging
Zeesluizen in de Nieuwe Waterweg halen de Randstad uit de gevarenzone, roepen een halt toe aan de verzilting en zorgen voor voldoende zoet water. Door routeverlenging naar zee, de zogenaamde S-bocht, komt het omslagpunt zee en rivieren in de Grevelingen te liggen, centraal in de nationale noodberging, die gevormd wordt door de gekoppelde voormalige zeegaten. Hoewel we de noodzaak van dijkverbetering nadrukkelijk onderschrijven, zal het toegenomen oppervlak aan waterberging en een gesloten Waterweg maken dat de meeste dijktrajecten minder urgent hoeven te worden verhoogd of versterkt. Dit brengt immers het beschermingsniveau omhoog, omdat bij hoge rivierafvoeren het moment van een kritieke situatie in het rivierengebied langer uitblijft. Enige tijdwinst is bij de immense inhaalslag van het dijkonderhoud zeer welkom.
Berekenen en analyseren
Een integrale systeembenadering kan leiden tot een fundamenteel andere aanpak van het Deltaprogramma en tot aanpassing van het Nationaal Waterplan. Met een goede maatschappelijke kosten- en batenanalyse kunnen plannen worden vergeleken op hun bijdragen aan waterveiligheid, zoetwatervoorziening en milieu. Ook het verplaatsen van het omslagpunt zee en rivieren vraagt nog om nadere uitwerking door deskundigen en dit lijkt ons een taak voor en de verantwoordelijkheid van de landelijke overheid. 

Clemens de Witte,  Adviesgroep Borm & Huijgens – integraal waterbeheer