Foto: Deltacommissaris Peter Glas opende het 13e Deltacongres in Haarlem met de oproep aan waterbeheerders actief deel te nemen aan gesprekken over gebiedsplannen (Jac van Tuijn)

De tijd van wachten op nieuwe beleidsbrieven, handreikingen en maatlatten is voorbij. Provincies staan onder tijdsdruk nu snel aan de slag te gaan met hun  landelijk ingekaderde gebiedsplannen. Waterbeheerders moeten mee om de tafel, hun inbreng leveren en het verschil maken. Dat was de centrale boodschap op het 13e Deltacongres in Haarlem.

Jeugddijkgraaf Fien Snelting van waterschap Rijn en IJssel was een van drie jongeren die op bezoek waren geweest bij vooraanstaande projecten uit het Deltaprogramma. In een film die op het Deltacongres werd getoond, deden ze hun verslag. De voorspellingen dat de zeespiegel gaat stijgen en het weer extremer wordt, houdt de drie jongeren duidelijk bezig.

Dit artikel is alleen zichtbaar voor PREMIUM abonnees

Schrijf je nu gratis in om toegang te krijgen tot PREMIUM artikelen. Alleen je emailadres is voldoende. Je kunt dan alle PREMIUM artikelen gratis lezen tot 1-1-2023. Het abonnement eindigt dan automatisch. Je zit nergens aan vast. Meer informatie over WaterForum PREMIUM lees je hier.
Wij gebruiken uw emailadres alleen om u toegang te geven tot PREMIUM artikelen

Fien was op bezoek geweest bij de aanleg van de piekberging in de Haarlemmermeer door het hoogheemraadschap van Rijnland. In haar haar bijdrage had ze een duidelijke boodschap: “Iedereen moet gewoon in actie komen. We moeten wat doen en niet op onze kont blijven zitten.”

Klimaatverandering bijbenen

Deltacommissaris Peter Glas gaf met een andere bewoording dezelfde boodschap bij de uitvoering van het Deltaprogramma. Het moet sneller kunnen om de klimaatverandering volgens hem te kunnen bijbenen en weersextremen op te vangen. “We zijn al over een aantal knikpunten heen”, zo constateerde hij, doelend op de oplopende temperaturen en de langere, droge voorjaren. Er moeten volgens Glas snel keuzes gemaakt worden. “Welke ruimtelijke ontwikkelingen moeten we vermijden om ons niet op slot te zetten voor aanpassingen die later nodig zijn?” Hij riep de ruim 1.900 deelnemers van het Deltacongres op tot actieve deelname aan de gebiedsgesprekken die provincies nu organiseren rond allerlei thema’s, zoals stikstofreductie, energietransitie, woningbouw en biodiversiteit.

Ruimte voor uitvoering

In een rondje bestuurders pleitte directeur-generaal Michèle Blom bij Rijkswaterstaat tijdens het Deltacongres voor meer ruimte voor de uitvoering. Ze refereerde daarbij aan het programma Ruimte voor de rivier. Gedeputeerde Hans Kuiper van de provincie Drenthe wees op het belang om het beginsel ‘water-bodem-sturend’ meer invulling te geven. “Het zal het moeilijk maken woningen te bouwen, wegen aan te leggen en industrieterreinen aan te leggen”, voorspelde hij. Maar de bescherming van water en bodem hoeft volgens hem geen belemmering te zijn. “Als je naar een bepaald gebied kijkt dan kan er van alles wél, zo hield hij de congresgangers voor. Hij riep op om in de gesprekken over de nieuwe gebiedsinrichting niet op voorhand te veel ruimte weg te geven. “Dat komt in de praktijk wel”, zo luidde zijn advies.

Dilemma

Voorzitter Rogier van der Sande van de Unie van Waterschappen benadrukte het dilemma voor de waterbeheerders. “Hoe gaan we water en bodem sturend maken? Niet omdat wij het graag willen, maar omdat het gewoon moet. We lopen tegen grenzen aan. Tegelijk wil je ook naast die agrariër en gemeente staan. Wij als waterschappen zijn altijd faciliterend geweest en dat moeten we blijven doen. Tegelijk zien we de grenzen in de tijd.” Waterschappers zullen er volgens Van der Sande vaker op moeten wijzen: dit kan niet meer en om daarmee de opstapeling van de ruimtelijke problemen in de toekomst te voorkomen.

Aan de slag

Kwartiermaker Johan Osinga van LNV en nationaal verantwoordelijke voor de transitie landelijk gebied, ging op het Deltacongres in op de vele lijntjes die in een deltagebied uiteindelijk uitkomen bij het watersysteem. “We hebben de neiging om het alleen over stikstof te hebben. Als op de hoge zandgrond van Gelderland een waterput uitdroogt dan maakt het niet veel meer uit hoeveel stikstof er op de grond terechtkomt, want de grote stressfactor voor de bodem is de droogte. Daarom is het beter om, los van beschikbare potjes, te kijken wat de beste oplossing is in een gebied. Hoe langer we wachten met de besluitvorming, hoe ingewikkelder het wordt”, zo waarschuwde Osinga. “Houd op met alles precies te willen weten. We weten ongeveer waar we naartoe moeten.”

Eén keer langskomen

Osinga riep alle bestuurders op hun gebiedsprocessen te synchroniseren onder het Nationale Programma Landelijk Gebied (NPLG). Hij wees op de 24 miljard euro die klaar ligt in het transitiefonds, maar allereerst moeten er voor de gebieden “nog forse puzzels worden gelegd”.

Provincies hebben hierin de rol van gebiedsautoriteit zodat die langs democratische weg ook een transitieplan kunnen vaststellen”. Volgens Osinga moeten hierin het NPLG en het Deltaprogramma samenkomen. De startnotitie NPLG is in juni door het kabinet gepubliceerd en daarin is aangegeven hoe de provincies voor natuur, water en klimaat tot lange termijn gebiedsplannen kunnen komen. De provincies hebben daar nog tot juni 2023 de tijd voor, waarna het Rijk het hele NPLG-programma definitief vaststelt.

Foto: Jeugddijkgraaf Fien Snelting op locatie bij het piekbergingsproject in de Haarlemmermeer.

Deltafilm 2023

Bekijk de hele Deltafilm 2023 op de website Nationaal Deltaprogramma.