Delfland onderzoekt in De Zoetwaterfabriek extra nazuiveringsstappen

Per dag wordt in de deze zomer gestarte pilot een deel van het gezuiverde afvalwater afgetapt. Vanuit het pompstation gaat 25 m3/u naar een eerste zandfilter. Stikstof (met bacteriën) en fosfaat (met metaalzouten) worden verwijderd. Het water stroomt vervolgens naar een ozoninstallatie waar de microverontreinigingen worden afgebroken tot kleine moleculen. Ozongas geproduceerd uit zuurstof wordt met injectoren en mengers in het water gebracht.

Reactietank
Vervolgens komt het water in een reactietank waar de ozon de tijd krijgt om te reageren met microverontreiniging. Ozon zorgt voor de afbraak van microverontreinigingen in kleine moleculen. In het onderzoek wordt geëxperimenteerd met verschillende ozonconcentraties om de optimale instelling te bepalen. Onderzocht wordt ook of het water voldoende gedesinfecteerd wordt.
Na de ozonbehandeling splitst de waterstroom zich in twee delen, het ene deel wordt over een zandfilter geleid, het andere deel over een koolfilter. De overgebleven moleculen worden in deze filters door de aanwezige  bacteriën verwijderd. Actief kool heeft opname-eigenschappen, zand niet. De pilot moet uitwijzen welke van deze twee filters het beste resultaat oplevert.
In een later stadium wordt gekeken of ook stikstof en fosfaatverwijdering in deze filters kan plaatsvinden.

In de pilot werken Hoogheemraadschap van Delfland, waterschap Vallei en Veluwe, drinkwaterbedrijf Evides en Stowa samen. De pilot bouwt voort op de eerder opgedane kennis bij Delft Blue Water.

Relevant
De pilot wint aan relevantie nu het RIVM vorige week een rapport naar buiten bracht waarin zorg wordt uitgesproken over de aanzienlijke hoeveelheden geneesmiddelresten in het oppervlaktewater. Enkele dagen later volgde een rapport over bestrijdingsmiddelen: het RIVM trof restanten hiervan aan bij een kwart van de 200 onderzochte drinkwaterwinputten.

Watergraaf Peter Glas bepleit ondertussen een vierde zuiveringstrap voor alle rwzi’s, de Unie van Waterschappen houdt vast aan de ketenbenadering waarin vooral gekeken wordt naar het voorkomen van vervuiling aan de bron.

Vierde trap én ketenbenadering
Voor Delfland is het én én. Naast het onderzoek in De Zoetwaterfabriek naar vierde traptechnieken zet het hoogheemraadschap zich in voor de ketenbenadering. “Het achterblijven van medicijnresten is een probleem dat in de gehele keten van afvalwaterzuivering opspeelt. Daarom is het van belang dat alle partijen zich inzetten voor het terugdringen van medicijnresten in oppervlaktewater”, aldus een nieuwsbericht van Delfland. Gewezen wordt op de Ketenaanpak Medicijnresten uit Water en de geslaagde proef in Deventer met het gebruik van plaszakken om röntgencontrastmiddelen uit het rioolwater te houden