De water- en stikstofcrisis los je niet op bij de rechter

Nederland koerst aan op een grote water- en stikstofcrisis. Overheden staan onder druk om snel met oplossingen te komen, maar moeten blijven werken aan een integrale en gebiedsgerichte aanpak. ‘Dat klinkt misschien soft, maar het levert betere resultaten op dan het inzetten van juridische dwang’, stelt Maarten Verkerk in dit opinieartikel.

‘Nederland riskeert watercrisis’, kopte de NRC op 18 maart. Het artikel beschrijft de slechte – of beter gezegd, de ‘niet-goede’ – toestand van het Nederlandse oppervlaktewater. Nederland scoort momenteel het slechtst van de hele EU op het gebied van oppervlakte­waterkwaliteit en -kwantiteit, waarbij een overmaat aan stikstof een belangrijke oorzaak is. Het artikel sluit af met een verwijzing naar het grondwater in Brabant en het Grondwaterconvenant, waaraan ik heb bijgedragen. In dit Grondwaterconvenant spreken dertien Brabantse partijen af om droogte en verdroging tegen te gaan, door het grondwater beter aan te vullen en min­der grondwater te onttrekken. Als we niet werken aan toekomstbestendig grondwaterbeheer, waterkwaliteit en een slimme aanpak van het stikstof-probleem, dan heeft dit grote financiële en economische gevolgen, bijvoorbeeld voor de landbouw, drinkwater­-bedrijven en voedingsmiddelenindustrie. Bovendien halen we de natuurdoelen dan niet. Je zou juridische middelen kunnen inzetten om duurzame maatregelen op het gebied van water en stikstof af te dwingen, zoals Urgenda ook deed bij het tegengaan van broeikasgassen. De vraag werpt zich dan ook op: moeten we doelen voor water en stikstof juridisch gaan afdwingen? Aan de hand van onze praktijkervaringen geven wij de voor­keur aan een aanpak gericht op samen­werken, met de juridische optie als stok achter de deur.

Geen softe, maar slimme aanpak
Gerechtelijke uitspraken helpen bij het formuleren van het ‘beste alternatief bij geen overeenkomst’. Anders gezegd: het zorgt voor een zwaard van Damocles in gebiedsprocessen. Dat is op zich een goede zaak, want het geeft gewicht aan het proces en de uitkomst ervan. Het rücksichtslos uitvoeren en handhaven van juridische besluiten kan echter leiden tot sectorale en subopti­male oplossingen, omdat de jurispru­dentie zich vaak op sectorale wetgeving baseert, bijvoorbeeld natuurwetgeving. Het loont dan ook de moeite om het proces van samenwerken een kans te geven. Stikstof- en wateropgaven zijn sterk gebonden aan gebieden waar mensen samen wonen, werken en leven en dat blijven doen. Ook na de maatregelen, die voor individuele gevallen echt pijn gaan doen, blijven de betrokkenen buren van elkaar. Hierin onderscheidt de water- en stikstofopgave zich van de veel mondialere opgave van het tegengaan van broeikasgassen. Het gevaar van het juridisch afdwingen van doelen, is dat omwille van snelheid er maatregelen worden bedacht die regionaal geen draagvlak hebben, suboptimale oplossingen geven of zelfs averechts werken. Zo zien we in Noord-Brabant een risico dat de melkveehouderij door allerlei maatregelen plaatsmaakt voor intensievere teelten met een grotere milieulast op water, stikstof en andere stoffen. Het integraal en gebiedsgericht werken kost tijd, wederzijds respect van de belangrijkste stakeholders en een sterke stok achter de deur. Als het ons lukt dat te bewerkstelligen, zal dat leiden tot de beste gebiedsgerichte oplossingen. In Noord-Brabant zijn de ingrediënten hiervoor aanwezig.

Grondwaterbeheer
samen oppakken Noord-Brabant kent een lange traditie van samenwerking op het terrein van water. In het Grondwaterconvenant bundelen dertien Brabantse partijen hun activiteiten op het vlak van grondwaterbeheer. De mogelijke juridische consequenties van het niet halen van maatschappelijke doelen benutten de partijen als motivatie om elkaar op te zoeken en samen werkbare oplossingen uit te werken. Het richtjaar is 2027, het jaar waarin de doelen voor de Europese Kaderrichtlijn Water moeten zijn gehaald en waarop ook de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen en provincie zijn gericht.

Integraal werken
Naast stikstof en water spelen er in Nederland nog tal van andere opgaven, zoals beperkte bedrijfsopvolging, vraagstukken rond de inrichting van vrijkomende agrarische bebouwing, marginale winsten in een deel van de boerenbedrijven, autonome ontwikke­ling naar intensievere teelten, de woning­bouwopgave, energietransitie en last but not least een veranderend klimaat. De Raad voor de Leefomgeving en infrastructuur benadrukt in het advies ‘Natuurinclusief Nederland’ het belang van het integraal en gebiedsgericht oppakken van deze opgaven. In Noord-Brabant is de Gebiedsgerichte Aanpak Groenblauw daarvoor een belangrijk vehikel.
Succesfactoren

De Gebiedsgerichte Aanpak Groenblauw, ondersteund door het Nationaal Programma Landelijk gebied, kan in Noord-Brabant een uitstekende motor zijn om zowel de doelen voor onder andere water, stikstof als natuur te halen, mits:1. de opgaven voor stikstof en water en andere opgaven samen kunnen komen, als drijvende kracht. Het bodem- en watersysteem is leidend voor volhoudbaar gebruik van het Brabantse platteland; 2. Rijk, provincie en waterschap de doelen voor gebieden voldoende kwantitatief kunnen beschrijven en bereid zijn over de integratie in de uitvoering mee te denken en mee te doen (van sectoraal beleid naar integrale gebiedsgerichte uitvoering);3. ondernemers in het landelijk gebied zich enerzijds open en kwetsbaar, en anderzijds zakelijk en objectief kunnen opstellen, kunnen aangeven wat zij zelf kunnen doen en waar zij hulp bij nodig hebben;4. terreinbeheerders, milieuorganisaties, ondernemers én overheden hun ‘beste alternatief van geen overeenkomst’ scherp hebben, maar zolang zij in gesprek zijn niet inzetten. Juridische instrumenten zijn daar een voorbeeld van;5. gemeenten actief meedoen, vanuit ruimtelijk én sociaal-economisch beleid, in het belang van de leefbaarheid van het platteland.

Hoe dat kan werken, laat onder meer het programma ‘Gebiedsgerichte Aanpak Vitale Peel’ zien. Daarin werken de gemeenten Asten en Deurne, boerenorganisatie ZLTO, de Brabantse Milieufederatie, Staatsbosbeheer, Waterschap Aa en Maas, Waterschap Limburg en de provincies Noord-Brabant en Limburg samen met de omgeving aan een toekomstbestendige en vitale Peel. Ook het integraal oppakken van de stikstof­opgave op Schiermonnikoog is leerzaam en inspirerend. Evenals het Maasheggenproject, waaraan mijn collega’s van Over Morgen meewerken. Dat project laat zien hoe maatschappelijke doelen gehaald kunnen worden door het gebied centraal te stellen. Al deze programma’s en projecten maken duidelijk dat een integrale en gebiedsgerichte aanpak betere resultaten oplevert dan het inzetten van juridische dwang.

Maarten Verkerk is senior adviseur klimaatadaptatie bij Over Morgen. Hij is o.a. mede-opsteller van het Grondwaterconvenant 2022-2027, projectleider van de herziening van het beregeningsbeleid in Noord-Brabant en betrokken bij de Gebiedsgerichte Aanpak Aa-dal Noord.