BO3-technologie
Pilotteam BO3-technologie

Een consortium onderzoekt de komende maanden de verwijdering van een breed palet aan microverontreinigingen uit afvalwater op rwzi Horstermeer met de BO3-technologie. Een duurzaam alternatief voor ozonisatie met 50-75 procent minder energieverbruik, daardoor een lage CO2-voetafdruk én geen bromaatvorming. De pilottesten zijn naar verwachting in het voorjaar van 2023 afgerond. De uitkomsten en inzichten van het onderzoek worden daarna vastgelegd in een STOWA-rapportage.

In samenwerking tussen de Wageningen Universiteit (vakgroep Environmental Technology) en Royal HaskoningDHV is in TKI-verband de afgelopen jaren de BO3-technologie ontwikkeld voor een duurzame verwijdering van een breed palet microverontreinigingen uit afvalwater.

Op lab-schaal zijn veelbelovende onderzoeksresultaten behaald. Zo is gebleken dat door de lage ozondosis er geen vorming van bromaat optreedt (meetgrens <0,2 μg/L. Dat is volgens de betrokken partijen een groot pluspunt gezien de huidige regelgeving aangaande bromaat.

Het ministerie van IenW stelde vorig jaar een norm voor de toxische stof bromaat in oppervlaktewater vast: 1 microgram per liter. Bromaat kan ontstaan bij zuiveringsprocessen die zijn gebaseerd op ozontechniek. Verschillende waterschappen, waaronder het Hoogheemraadschap van Delfland, moesten op zoek naar alternatieve technieken om microverontreinigingen te verwijderen.

Haalbaarheidsstudie

Binnen het STOWA Innovatieprogramma Microverontreinigingen Verwijdering is daarom een haalbaarheidsstudie naar full-scale toepassing uitgevoerd. Hieruit bleek dat de BO3-technologie ten opzichte van referentietechnieken als ozonisatie, GAK-filtratie en PACAS veruit het duurzaamste alternatief is met laag energie- en grondstoffenverbruik.

De volgende stap in de ontwikkeling van de technologie is de opschaling van lab naar pilot. Op de rwzi Horstermeer is daarom aangevangen met pilottesten. Onder praktijkcondities wordt de BO3-technologie onderzocht in een samenwerking tussen Waternet, STOWA, de Wageningen Universiteit en Royal HaskoningDHV. Naast de verwijdering van microverontreinigingen wordt ook de afname van de ecotoxiciteit gemonitord middels biologische effectmetingen. Doordat de BO3-technologie de afbraakprocessen biodegradatie, adsorptie en ozonisatie combineert wordt een breder palet aan microverontreinigingen verwijderd ten opzichte van ozonisatie of actiefkoolbehandeling. Dit komt de waterkwaliteit ten goede.

Lager energieverbruik

De ervaringen uit de lab-testen en inzichten vanuit de haalbaarheidsstudie tonen dat het energieverbruik 50-75% lager ligt t.o.v. traditionele ozonisatie. Dit resulteert in een CO2-voetafdruk die 50% lager is dan de referentietechnieken én in voordelen op operationele kosten in de huidige tijden met hoge energieprijzen.
Tevens biedt het kansen voor rwzi’s met een beperkte vrije transformatorcapaciteit, een probleem dat zich in de praktijk al voordoet bij de energie-intensieve ozoninstallaties. Wegens grote drukte bij de netbeheerders betekent het verzwaren van de transformatorcapaciteit soms jaren projectuitstel. Met de BO3-technologie bestaat de mogelijkheid dit dilemma voor te blijven.

Proef afgerond

Waterschap Amstel, Gooi en Vecht startte na de zomer van 2020 op rwzi Horstermeer een andere proef met een combinatie van ozon en actief kool om micro’s uit afvalwater te verwijderen. Hierbij werkte het waterschap nauw samen met andere onderzoeken waaronder de puurwaterfabriek NieuWater op rwzi Emmen. Deze proef is vorige maand afgerond.