“Casus Meander Ziekenhuis onthult risico meerlaagsveiligheid”

Door: Esther Rasenberg

Zijn de aanpassingen aan het Meander ziekenhuis een desinvestering?
“De vraag is welke analyse er is gemaakt van de problemen, de mogelijke oplossingen en de verantwoordelijkheden. Dta blijkt niet uit het artikel. Je kan als overheid niet zeggen: we weten niet precies wat de risico’s zijn, maar er is sowieso altijd een restrisico; dus we verplichten lokale partijen daar iets aan te doen, onafhankelijk van de kosten, de alternatieven op een hoger schaalniveau en van de te verwachten ontwikkelingen in de tijd. De overheid zou moeten zeggen: wij laten u zien hoe de huidige risico’s zijn samengesteld, wat de onzekerheden zijn en hoe we verwachten dat deze veranderen in de tijd. Samen bekijken we of we die risico’s accepteren en, zo nee, wat we er aan kunnen doen. Als deze analyse goed gemaakt was voor het Meander ziekenhuis, denk ik dat Meander druk op de overheden zou hebben gezet, al helemaal gezien de specifieke vorm van dijkring 45. Ze hadden bijvoorbeeld samen met andere zorginstellingen in de dijkring een gewichtige brief naar de minister, de gedeputeerde en de dijkgraaf kunnen sturen met het verzoek om de Grebbedijk en eventueel de keringen in het noorden en westen aan te pakken, alvorens zelf meerkosten te gaan maken.”
Had het ziekenhuis kunnen weten dat versterking van de Grebbedijk in de toekomst een reële optie was?
“Het ziekenhuis niet, maar de provincie en het waterschap wel. Rond de eeuwwisseling was dijkversterking echter zeer impopulair. Nu is meerlaagsveiligheid populair. Maar op de langere termijn gaat het niet om wat populair is, maar om wat handig is. In het rapport Veiligheid Nederland in Kaart (VNK) uit 2012 is te zien wat de gevolgen zijn van het versterken van de Grebbedijk. Zulke goede berekeningen als van VNK waren er tien jaar geleden nog niet, maar de voorlopers waren er al wel. Bovendien kan je met een sigarendoosbenadering ook al een heel eind komen.” 
Lokaal Individueel Risico (met 10-5 als de bekende ‘Basisveiligheid’) zonder en met versterking van de Grebbedijk (het verlengen van de kwelweglengte met 40 meter bij enkele dijkvakken)
Bron: Overstromingsrisico Dijkring 45, Veiligheid Nederland in Kaart 2012. 

Heeft de provincie kosten en verantwoordelijkheden die bij de overheid horen te liggen, doorgeschoven naar het ziekenhuis?

“Zo simpel is het ook weer niet. Bij velen heerst het oprechte idee, of misschien een gevoel, dat ziekenhuizen extra beschermd moeten worden – een heel begrijpelijk gevoel. Bij overstromingsrisicobeleid en ruimtelijke ordening spelen abstracte ideeën, idealen wellicht, een grote rol. Zoals meerlaagsveiligheid in de beleidsdocumenten uitgelegd wordt, is dat méér beschermingslagen in het algemeen een goede zaak is. Maar je zou met evenveel overtuiging kunnen roepen dat één supersterke laag in het algemeen een goede zaak is! Persoonlijk geloof ik minder in grootse algemene ideeën en meer in een pragmatische aanpak van probleem-oplossingen-afweging. Maar bij risico’s valt dit niet mee, vooral het bepalen en interpreteren van kansen en onzekerheden is moeilijke materie. Achter een algemeen idee aanlopen is veel makkelijker. 
Misschien dat het Meander ziekenhuis de provincie juridisch kan aanvechten voor het ontlopen van wettelijke verantwoordelijkheden. Dat zou boeiend zijn voor het debat over meerlaagsveiligheid maar voor de twee partijen natuurlijk heel vervelend. De vraag is nogmaals welke analyse de provincie Utrecht heeft gemaakt. Het lijkt me belangrijk dat de waterwereld lering trekt uit de Meander casus, en overigens ook uit Westergouwe, waar, lijkt me, de randvoorwaarden op een vergelijkbare manier veranderen door de nieuwe plannen voor de Hollandse IJssel.
Wat is er nodig om desinvestering te voorkomen?
“Desinvesteringen liggen op de loer als invulling van de tweede laag over de schutting gegooid wordt bij de lokale partijen zoals gemeentes en ontwikkelaars, bijvoorbeeld via een standaard watertoets. Ik denk eerder aan instrumenten, betaald door overheden verantwoordelijk voor waterveiligheid, die er op gericht zijn om de lokale partijen juist zo min mogelijk werk te bezorgen – zij hebben immers al vele zaken aan hun hoofd, waar water er maar één van is. 
Startpunt van deze instrumenten is helder onderscheid tussen de verschillende waterissues. Inhoudelijk en qua verantwoordelijkheden zijn er grote verschillen. Het omgaan met neerslagpieken gaat om centimeters, het mogelijk falen van de regionale keringen om decimeters en overstromingen vanuit primaire keringen gaat om meters. De woordvoerder van de provincie Utrecht haalt dit in haar reactie op de Meander casus door elkaar en ontwijkt daarmee de hamvraag. En ik vind dat het Deltaprogramma dit met de termen ‘waterrobuustheid’, ‘klimaatbestendigheid’ en ‘waterbestendige ruimtelijke inrichting’ dikwijls ook doet.”
Hoe kunnen die instrumenten worden ingezet?
“Per issue moeten er eerst sigarendoosberekeningen gemaakt worden en pas daarna zware modelberekeningen. Algemene bouw­voorschriften zijn mijns inziens pas aan de orde als na veel casussen goed onderbouwde algemene conclusies zijn te trekken. Vaak zal uit de sigarendoosberekening blijken dat een lokale partij geen maatregelen hoeft te treffen omdat de overkoepelende overheid veel goedkoper, integraler en toekomstgerichter bepaalde doelen kan bereiken; dat is nu eenmaal inherent aan een watersysteem. Zie dat dan niet als een gemiste kans om de markt in te schakelen of om te decentraliseren – dat zijn ook weer van die algemene ideeën die soms goed zijn, maar soms juist niet. Het met rust kunnen laten van lokale partijen is juist een mooie uitkomst, die toont hoe goed de wateroverheden hun diensten aan de maatschappij verlenen!”