Burger Zwolle blijft veilig achter de dijken langs IJssel en Vecht

Rijcken vindt een extra waterkering rond Stadshagen (een voorziening in de tweede laag van beveiliging) geen goed plan en stelt dat het geld beter besteed kan worden aan de primaire dijken rondom het gehele gebied.
Het programma IJssel-Vechtdelta gaat uit van een aparte noodwaterkering die het water uit de wijk Stadshagen kan houden op het moment dat de dijken rond de Mastenbroekerpolder het zouden begeven (kans 1 op 2000). De kosten voor die extra kering zijn volgens provincie, gemeenten en waterschap niet hoog, omdat gebruik wordt gemaakt van een geluidswal die er toch al moet komen.
Pilot
De kering Stadshagen is een pilotproject binnen het Deltaprogramma en een van de onderwerpen die op 5 februari besproken worden tijdens en seminar over waterveiligheid in Zwolle.
Volgens Rijcken omzeilt de reactie vanuit de regio de kern van het vraagstuk. ‘ ‘Waarom Stadshagen wel extra beschermen en de overige wijken in dijkring Mastenbroek en de 5.000 andere woonwijken in Nederland niet? Ik begrijp het perspectief van de gemeente Zwolle wel, denk ik: het voelt alsof de geluidswal nagenoeg al een dijk is. Maar we hebben het over een dijkje achter een dijk achter een stormvloedkering achter een afsluitdijk, die hooguit ééns per eeuw achteraf onnodig wordt ingezet en ééns per dertig eeuwen misschien succesvol is, immers er kan van alles mis gaan met die coupures. Wanneer zijn we veilig genoeg?
Kwaliteit onderbouwing
“Het gaat mij om de kwaliteit van de onderbouwing. Simpelweg het aanhalen van “én-én” is het antwoord van iemand die niet kan kiezen of er geen verstand van heeft – de moeilijkheid is vermoedelijk de probabilistiek. Ik vind dat dit soort projecten, en vooral de gebrekkige onderbouwing, knaagt aan het elegante en krachtige beleid dat Nederland door de eeuwen heen heeft opgebouwd.”