BTO-congres: Bacteriën uit biofilm lijken geen bedreiging voor drinkwater

KWR is hoofduitvoerder en coördinator van het meerjarige onderzoek voor de Nederlandse waterbedrijven, het bedrijfstakonderzoek BTO. Het is nog onduidelijk of drinkwater een rol speelt bij de verspreiding van micro-organismen die soms bij patiënten worden aangetroffen. Maar de drinkwatersector wil wel haar verantwoordelijkheid nemen en start vervolgonderzoek. “We willen onder andere weten of de drinkwaterstammen van de betreffende bacterie- en schimmelsoorten ook bij patiënten worden aangetroffen”, zegt Paul van der Wielen, onderzoeker bij KWR.
Biofilm
Bij de drinkwaterproductie worden deze micro-organismen in principe verwijderd, maar soms kan er eentje ‘tussen door schieten’ en zich vermenigvuldigen. Ook bij problemen in het leidingnet, bijvoorbeeld bij vervanging van pijpen, kunnen micro-organismen vanuit de lucht of de grond het waterdistributienet bereiken. Onderzoekers traceerden micro-organismen in de biofilm, een slijmerig laagje dat zich na verloop van tijd vormt op elke buiswand. Een bacterie of schimmel kan zich hieraan hechten. 
Aan de tap ofwel de drinkwaterkraan werden tijdens het onderzoek nauwelijks micro-organismen uit de biofilm waargenomen. Hieruit blijkt dat de uitwisseling van micro-organismen tussen de biofilm en het langsstromende water zeer beperkt is. Een randvoorwaarde vormt wel een goede conditie van het distributienet of een situatie waarbij het micro-organisme al eerder in de drinkwaterbron (veelal oppervlaktewater) was aangetroffen.
Temperatuur
Verder blijkt uit het BTO dat in drinkwaterinstallaties in gebouwen of woningen verhoudingsgewijs vaker micro-organismen die mogelijk ziekteverwekkend zijn, worden aangetroffen dan in het waterdistributienet. Doordat drinkwater in gebouwen vaker stilstaat en het drinkwater daar een hogere temperatuur heeft, is er meer kans op groei. Overigens lijkt een hogere temperatuur van het water minder effect te hebben op de groei bij de drie onderzochte micro-organismen dan bij bijvoorbeeld Legionella pneumophila het geval is.
De meeste micro-organismen in het drinkwater leveren geen enkel probleem op voor de gezondheid, maar een kleine categorie zou dat wel kunnen zijn. Vanuit het BTO deed KWR deed de afgelopen jaren onderzoek naar deze opportunistische pathogenen. Deze categorie bacteriën en schimmels is risicovol voor mensen met een verzwakt immuunsysteem, zoals ziekenhuispatiënten, zieke baby’s en ouderen. Naar de bekendste, Legionella pneumophila, is al veel onderzoek gedaan. Maar over de aanwezigheid van andere micro-organismen in het Nederlandse drinkwater was nog te weinig bekend. Daarom richtte het onderzoek zich op andere, ooit in Nederland waargenomen bacteriën: Pseudomonas aeruginosa en Stenotrophomonas maltophilia en de schimmel Aspergillus fumigatus.
Contact met de kraan
Na een uitbraak van de bacterie Pseudomonas aeruginosa in Noord-Ierland overleden vier baby’s, met overigens een onderliggende aandoening. De bacterie werd alleen 1 tot 2 meter vanaf de kraan terug in het leidingsysteem aangetroffen. Dit is, volgens Van der Wielen, een aanwijzing voor het feit dat niet het drinkwater, maar de mens zelf de oorzaak is van de verspreiding. Bijvoorbeeld doordat hand of mond in contact kwam met de kraan. Transmissie kan ook plaatsvinden bij contact tussen ziekenhuispatiënten, of via een waterig milieu zoals een gootsteen. Na de presentatie voegt hij toe dat  koeltorens waarschijnlijk een belangrijke route zijn voor verspreiding van Legionella pneumophila, voor andere micro organismen is dit niet bekend. 
Van der Wielen geeft aan dat de drinkwatersector het belangrijk vindt om vervolgonderzoek te doen. “De kans op verspreiding van ziekteverwekkende micro-organismen vanuit het drinkwater lijkt klein, maar kan (nog) niet volledig worden uitgesloten. Niemand weet hoeveel mensen ziek worden van deze micro-organismen, maar we hebben aanwijzingen dat het aantal ziektegevallen toeneemt. Steeds meer mensen kunnen dankzij de medische vooruitgang langer blijven leven met een verzwakt immuunsysteem.” 
Een extra aspect van het vervolgonderzoek betreft de voedingstoffen voor micro-organismen. “We willen de invloed van de hoeveelheid voedingsstoffen voor bacteriën, zoals aminozuren, eiwitten en suiker, verder onderzoeken. Deze komen in microhoeveelheden in het drinkwater voor. Ze worden overigens al standaard in de gaten gehouden, om te zorgen dat het water ‘biologisch’ stabiel blijft.” 
Bevordering groei
Verder heeft de overheid onlangs een norm aangenomen voor materialen van drinkwaterbuizen; harde buizen als pvc zijn beter dan het zachtere polyethyleen (pe).  Polyethyleen geeft meer stoffen af die groei van bacteriën kunnen bevorderen. Pe-buizen worden binnen gebouwen en woningen veel toegepast vanwege de buigbaarheid van het materiaal. Met het invoeren van de norm zullen materialen die veel groeibevorderende stoffen afgeven worden geweerd in het drinkwaterdistributiesysteem en in binnenhuisinstallaties.