bresproef
Op de proeflocatie Flood Proof Holland wordt de bresgroei onderzocht van een zandlichaam. Proeven zonder en met een voorland moeten duidelijk maken of de bresgroei afneemt en een extra bescherming biedt aan zeedijken. (foto: Jac van Tuijn)

TU Delft onderzoeker Mario van den Berg groef op 27 juni op de testlocatie Flood Proof Holland in Delft een klein geultje in het zandbed van een nagebouwd dijklichaam. Enkele minuten ontstond een bres van een paar meter breed. De bresproef vond plaats als onderdeel van het Polder2C’s project dat zich richt op de echte sterkte van de Scheldedijk langs de Hedwigepolder.

“Heel bijzonder dat we hier nu eindelijk kunnen onderzoeken hoe snel een bres in een zandlichaam kan groeien”, zegt onderzoeker Mario van de Berg op de testlocatie van Flood Proof Holland. Op de testlocatie is een kale zanddijk nagebouwd om een zevental proeven mee te kunnen doen. Vanwege de verwikkelingen rond de PFAS-vervuiling in de Westerschelde, kon de brestest daar niet plaatsvinden. Daarom is uitgeweken naar de testlocatie in Delft.

Meer inzicht bresontwikkeling

De bresproeven moeten meer inzicht geven in de bresontwikkeling van klei-zanddijken. Hiervan zijn er in heel Nederland als onderdeel van de Deltawerken veel aangelegd. In die tijd was er onvoldoende klei voor handen om de primaire dijken helemaal van klei te maken. Daarom is gekozen voor een kern van zand.

Mario van den Berg
TU Delft onderzoeker Mario van den Berg graaft een sleufje in de top van het zandlichaam om de erosieproef op gang te helpen. (foto: Jac van Tuijn)

Overslag- en overloopproeven

De afgelopen twee jaar zijn in het kader van het Polder2C’s project op de Scheldedijk van de Hedwigepolder overslag- en overloopproeven gedaan om de sterkte van het kleidek op het binnentalud te onderzoeken. Daarbij is zover gegaan dat er gaten in het kleidek ontstonden en het onderliggende zand begon weg te spoelen. Als vervolg hierop kijken de onderzoekers nu hoe het zandlichaam reageert als het kleidek is aangetast en er een bres dreigt te ontstaan.

Invloed voorland op bresgroei

De proef op 27 juni was de derde. Hierbij zijn gegevens verzameld om bresmodellen te valideren. Bij vervolgproeven, later dit jaar, wordt onder meer een opstelling getest waarbij aan de voet van het zandlichaam een voorland is aangelegd. Bij twee daarvan zal het voorland van zand zijn, en bij de twee daarna van klei. Ook dan zal er een bres worden geforceerd en kijken de onderzoekers hoe snel het water een echte bres gaat vormen en hoe de groei daarvan verloopt. Door de testresultaten van de laatste vier proeven te vergelijke met die van de eerste drie, moet duidelijk worden wat de invloed is van een voorland op de bresgroei.

Dataset voor bresmodel

De meetresultaten van de bresproeven bij Flood Proof Holland worden gebruikt als dataset voor de uitbreiding van een bresmodel. Hierin kan het voorland expliciet worden meegenomen voor situaties dat een kleidek geen bescherming meer biedt. Zonder zo’n beschermende kleilaag zal erosie van de onderliggende zandkern de over hand krijgen.

Voorlanden

De situatie met een voorland is vergelijkbaar met de situatie in de Westerschelde en ook in de Waddenzee. Daar liggen aan de zeezijde estuaria met schorren en slikken die de oploop van golven sterk remmen. Onder gunstige omstandigheden kunnen die meegroeien met de zeespiegelstijging en vormen ze een natuurlijke verdediging van de zeedijken.

Uit eerder onderzoek is al gebleken dat de aanwezigheid van een voorland de faalkans van een dijk verkleind. “De faalkans zal nooit nul zijn”, vult Mario van den Berg aan, “maar door deze bresproeven kunnen we voorspellen wat de effecten zijn van schorren en slikken. Tot op heden worden die niet expliciet meegenomen. We willen aantonen dat een sterk voorland de ontwikkeling van een bres aanzienlijk afremt en het risico van een dijkdoorbraak aanzienlijk reduceert”