Brede coalitie aan de slag met waterrobuust en klimaatbestendig Nederland

Het moest een echt festival worden, aldus dagvoorzitter en programmadirecteur David van Zelm van Eldik van het Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering. En dus konden de deelnemers aan de bijeenkomst in De Fabrique naast het plenaire programma kiezen uit een gevarieerd parallelprogramma. In het Café Ruimtelijke Adaptatie werden lokale en regionale Ruimtelijke Adaptatiedeals ondertekend. De informatiemarkt bood de deelnemers uiteenlopende informatie met stands van publieke en private partijen. Ook konden zij meedoen aan een van de workshops, onder meer over de Klimaat stresstest en het 3Di waterbeheermodel. In verschillende workshops kon men kennisnemen van praktijkvoorbeelden van klimaatbestendige steden. De opzet van het programma bracht direct sfeer in de bijeenkomst, zo bleek. Van meet af aan werd er dan ook volop genetwerkt.


Schakelpunt
De bijeenkomst, die was georganiseerd door het Deltaprogramma Nieuwbouw en Herstructurering van het ministerie van Infrastructuur en Milieu, markeerde volgens programmadirecteur Van Zelm van Eldik een mooi schakelpunt tussen twee fases in het Deltaprogramma: ‘van bewustwording en beleidsontwikkeling naar aanpakken’.
“De afgelopen vier jaar hebben we hard gewerkt en de nodige kennis vergaard. Daardoor weten we nu veel meer over de opgave waar we met elkaar voor staan om Nederland waterrobuust en klimaatbestendig te maken. Het is bekend welke problemen we willen bestrijden, welke strategieën we daarvoor kunnen hanteren, en welke beslissingen moeten worden genomen. Nu het programma verder gaat als Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie komt het erop aan om ook daadwerkelijk met elkaar aan het werk te gaan.”

Ruimtelijke maatregelen
Dat is ook meteen de winst van het programma, zo meent Pier Vellinga, voorzitter van de Raad van Bestuur van het onderzoeksprogramma Kennis voor Klimaat. “We hebben het probleem van de klimaatverandering hanteerbaar gemaakt. Voorheen was het alleen maar iets vreselijks dat ons overkomt. Nu is er ook het gevoel dat we iets kunnen doen. We kunnen tal van ruimtelijke maatregelen treffen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen en een positieve bijdrage te leveren aan de leefbaarheid in de stad en op het platteland. Er zijn heel veel prikkels ontstaan om hier actief mee aan de slag te gaan.”

Deltabeslissing 

De Deltabeslissing Ruimtelijke adaptatie, die op Prinsjesdag 2014 naar de Tweede Kamer werd gestuurd, geldt daarvoor als beleidsmatige onderlegger, aldus Deltacommissaris Wim Kuijken. “Ik herinner me nog heel goed dat er bij aanvang van dit programma, nu zo’n vier jaar geleden, veel scepsis over bestond. Die is echter verdwenen. Steeds meer mensen erkennen dat deze Deltabeslissing een van de belangrijkste beleidsbeslissingen is voor de toekomst van Nederland. Wanneer hier serieus werk van wordt gemaakt, is Nederland in 2050 ook daadwerkelijk de waterrobuuste en klimaatbestendige delta die ons allen voor ogen staat. Het besef is er dat we niet meer kunnen volstaan met het voortdurend ophogen van onze dijken, maar dat een andere aanpak en een ander instrumentarium nodig zijn.”
Een groot deel van die aanpak en dat instrumentarium is te vinden op het Kennisportaal Ruimtelijke Adaptatie, dat tijdens het festival door Vellinga en Kuijken werd gelanceerd. Vellinga: “Op deze website is alle kennis uit veel  nationale en internationale onderzoeken, gebundeld en toegankelijk gemaakt. Daarnaast zijn er tientallen voorbeelden te vinden van de wijze waarop overheden en marktpartijen hiermee aan de slag gaan. Het kennisplatform is feitelijk een grote encyclopedie over klimaatverandering, die tegelijkertijd heel laagdrempelig is: alle beschikbare informatie is voor iedereen toegankelijk.”
Stimuleringsprogramma
Wie desondanks hulp nodig heeft, kan een beroep doen op het A-team, zo vertelde Andries Heidema, burgemeester van Deventer. “De wapens die wij de laatste eeuwen hanteerden in de strijd tegen het water, volstaan niet meer in deze tijd. We moeten zeker als gemeenten op zoek naar nieuwe antwoorden. Het A-team staat voor een groep deskundigen, die gemeenten kunnen informeren en op weg helpen. Daar kan iedereenzijn voordeel mee doen.”
Het A-team, dat eind dit jaar geformeerd moet zijn, maakt onderdeel uit van het Stimuleringsprogramma Ruimtelijke Adaptatie. In dat kader is volgens programmaleider Marcia van der Vlugt, een reeks van instrumenten ontwikkeld om mensen te laten zien wat de mogelijkheden zijn. “Relatief abstracte begrippen als waterrobuustheid en klimaatbestendigheid zijn vertaald in concrete ruimtelijke projecten die van water en klimaat een kans maken. De projecten die werkelijk een verandering in het denken en doen teweeg brengen, markeren wij als impactprojecten en kunnen vanuit het stimuleringsprogramma op de nodige ondersteuning rekenen, zodat ze uiteindelijk ook een voorbeeldfunctie kunnen gaan vervullen.”
Er zijn ook projecten die al gerealiseerd zijn of bijna gerealiseerd zijn. Deze dingen mee naar de Peilstok, een prijs voor het meest waterrobuuste en klimaatbestendige project. De 16 projecten die daarvoor zijn ingediend, waren  te zien  op het festival.. Hans Tijl, directeur Ruimtelijke Ontwikkeling bij het ministerie van IenM lichtte toe: “Deze prijs laat zien dat we niet bij nul hoeven te beginnen. We zijn er al volop bezig met waterrobuust en klimaatbestendig inrichten. De voorbeelden zijn een belangrijke inspiratiebron.” Tijdens het Deltacongres op 6 november worden de genomineerde projecten bekend gemaakt. Op 28 november tijdens het congres ‘Hitte in de Delta’ zal Pier Vellinga als voorzitter van de jury de prijs uitreiken. 
Intentieverklaringen
Dat het streven om Nederland waterrobuust en klimaatbestendig te maken breed wordt gesteund, bleek wel tijdens de ondertekening van de Algemene intentieverklaring ruimtelijke adaptatie.  Meer dan  100 vertegenwoordigers van overheden, bedrijfsleven,  onderwijsinstellingen,  kennisinstituten, en maatschappelijke organisaties, tekenden de intentieverklaring. Tegelijkertijd werden er tien regionale en lokale intentieovereenkomsten ondertekend. Daarmee is de steun voor het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie ongekend groot, zo stelde Secretaris-Generaal Siebe Riedstra van IenM: “Het is belangrijk dat we ons allemaal bewust zijn van de urgentie om adequaat te reageren op de gevolgen van klimaatverandering. Dat vereist dat het onderwerp van ons allemaal wordt. En dat lijkt nu toch te gaan gebeuren. Met de ondertekening van de intentieverklaring zijn er 10.000 organisaties met elkaar verbonden, met daarachter honderd-, tweehonderd- of misschien wel driehonderdduizend mensen die zich allemaal verbinden aan deze opgave. Dat is top!”.

Voorzorgsmaatregelen
Het festival werd besloten door mystery guest Henk Ovink, voorheen waarnemend directeur-generaal op het ministerie van IenM, en sinds 1 april 2013 adviseur van de Amerikaanse minister Shaun Donovan voor de wederopbouw van delen van de staten New York en New Jersey na de orkaan Sandy. Volgens hem maakte  die orkaan zeer duidelijk dat de gevolgen van klimaatverandering desastreus kunnen zijn, als er geen of onvoldoende voorzorgsmaatregelen worden getroffen. En daarom is dit Deltaprogramma ook zo belangrijk. Ovink: “Nederland heeft een voorsprong op de rest van de wereld, omdat we ons al eeuwenlang moeten beschermen tegen het water. Nu is het zaak om die voorsprong vast te houden.”
Het feit dat zo’n brede coalitie zich achter het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie schaart, ziet hij dan ook als pure winst. Zij het dat de intenties wat Ovink betreft nog wel wat mogen worden aangescherpt: “Nu staat er dat alle partijen zo veel mogelijk zullen doen om Nederland in 2050 klimaatbestendig te laten zijn. Gelukkig weet ik wat het antwoord zal zijn als ik jullie vraag wat er onder ‘zo veel mogelijk’ moet worden verstaan: alles.”