Er zijn veel verschillende soorten blauwalg en die vormen niet allemaal een gezondheidsrisico. (foto: Wikimedia Commons).

Meet de giftigheid van de blauwalg en niet de concentratie. Dat stelt Miguel Lurling, onderzoeker Aquatische Ecologie en Waterkwaliteitsbeheer aan Wageningen University & Research (WUR) deze week in Focus. Op de website zwemwater.nl is te zien dat er op dit moment voor zo’n 45 Nederlandse zwemwateren een zwemverbod is afgekondigd.

Volgens algenexpert Lurling zouden waterbeheerders de gezondheidsrisico’s met een andere meetmethode beter in kaart kunnen brengen. Hij pleit voor het onderzoeken van gifstoffen om zo te kunnen vaststellen of de blauwalg een gevaar vormt of niet. Het beter onderbouwen van zwemwaarschuwingen leidt tot meer vertrouwen bij zwemmers, denkt de WUR-onderzoeker.

Protocol

Waterschappen controleren zwemwater via het blauwalgenprotocol. De twee gangbare methodes uit het overheidsprotocol meten concentraties blauwalgen. De ene methode telt het aantal cellen in het proefmonster om tot een schatting van het aantal blauwalgen te komen. De andere methode gebruikt een pigmentmeting. Volgens het protocol is ook een microcystine-meting toegestaan. Daarin wordt niet gekeken naar het aantal blauwalgen, maar naar de gifstoffen die ze uit kunnen scheiden. In het blauwalgenprotocol staat de kanttekening dat met deze methode de giftigheid mogelijk wordt onderschat.

Beter diagnose

Volgens Lurling zouden waterbeheerders toch vaker kunnen kiezen voor de gifstoffenmeting. Er zijn wel 2000 soorten blauwalg en er zijn maar zo’n 40 soorten giftig. Door het meten van gifstoffen kun je een betere diagnose stellen, stelt de WUR-onderzoeker. Hij verwijst in Focus naar een zwemverbod voor de Kralingse Plas in Rotterdam. ‘Dat werd genegeerd, maar de zwemmers werden niet ziek. Dat draagt niet bij aan geloofwaardigheid. En dat kan dan weer tot problemen leiden als er wel iets aan de hand is.’