Biobased slibverwerker GMB vergroot capaciteit en vermindert energieverbruik

GMB droogt op biologische wijze zuiveringsslib van zeven waterschappen op locaties in Zutphen en Tiel. Voordat het slib de biologische slibverwerker bereikt, is een groot gedeelte (tachtig procent) bij de rioolwaterzuivering op anaerobe wijze al een keer vergist. Daarbij wordt biogas teruggewonnen en wordt het vloeibare slib ingedikt, waardoor het volume afneemt.

Het ‘steekvaste’ zuiveringsslib, met de substantie van dikke modder, wordt bij GMB vanuit vrachtwagens naar de composteringstunnels overgeheveld. In de composteringstunnel wordt lucht geblazen, die zuurstof levert voor de ideale groeiomstandigheden van bacteriën. Als de bacteriën hun werk doen, neemt de temperatuur van de massa toe tot wel 70 graden Celsius. Het vocht verdampt en het slib droogt in. De vochtige, ammoniakrijke lucht wordt afgevoerd. Na de compostering blijf een droog, poederig product over, biogranulaat. Dit dient als biobrandstof voor energiecentrales. De compostering van een volgeladen tunnel neemt ongeveer tien dagen in beslag.

Hergebruik proceslucht
De beluchting van het slib kost energie, want de lucht moet met ventilatoren door de tunnels worden geblazen. Martin Wilschut: “We hebben de beluchting geoptimaliseerd, door dezelfde lucht in drie composteringstunnels te hergebruiken. De afvoerlucht bevat nog voldoende zuurstof voor de bacteriën in de opeenvolgende tunnel. De lucht bevat bovendien veel warmte, die de bacteriën in de opeenvolgende tunnel een vliegende start geeft. Omdat we minder nieuwe lucht in het proces hoeven te brengen, sparen we energie uit die nodig is om extra lucht in beweging te houden.”
Dankzij de optimalisering neemt het elektrisch verbruik van 45,6 kWh af naar 38 kWh per ton slib.


Zure wasser

Afvangen ammoniak
Na de gang door drie composteringstunnels gaat de warme, met vocht verzadigde lucht met ammoniak  naar een ‘zure wasser’: de warme lucht wordt ’gewassen’ in een douche met zwavelzuur, waardoor de ammoniak uit de lucht wordt verwijderd (en daarmee ook een groot deel van de geur). Er ontstaat ammoniumsulfaat, een waardevolle meststof voor de landbouw. Het vloeibare product wordt opgeslagen tot de landbouwsector er aan het begin van het groeiseizoen om vraagt. Het zijn in de regel loonwerkersbedrijven die met een tankauto naar de locaties komen om het ammoniumsulfaat af te nemen voor hun landbouwers. “De opslag zit nu bijna vol”, zegt Wilschut met het oog op het aankomende groeiseizoen. Door de uitbreiding van de productiecapaciteit (meer composteringstunnels en capaciteitsvergroting van de zure wasser) kan het GMB de productie van ammoniumsulfaat vergroten naar 18.000 ton per jaar.

Luchtkoelers regelen de temperatuur
De warme proceslucht die met een temperatuur van tussen de 60 en 70 graden de zure wasser verlaat, moet afkoelen voor de laatste behandelingstap met biologische filters. Daarvoor is een nieuwe vergrote luchtkoeler geïnstalleerd. Een eerste, kleine warmtewisselaar haalt de top van de warmte af. De tweede, grotere luchtkoeler brengt de temperatuur verder naar beneden. De lucht wordt gekoeld met (koud) effluent water uit de rioolwaterzuivering. Het effluent, enkele graden warmer, wordt vervolgens teruggevoerd naar de rioolwaterzuivering. Het zuiveringsproces kan hier met name in de wintermaanden efficiënter door verlopen.

Houtschors filters
Als laatste stap in de luchtbehandeling wordt de lucht door biologische filters van houtschors geblazen, waarmee de laatste geur wordt verwijderd. De proceslucht, met slechts een fractie geur, verlaat via een schoorsteen de installatie. “Door de optimalisering van onze processen, kan de geuruitstoot, ondanks de uitbreiding van de capaciteit, gelijk blijven of zelfs verminderen”, aldus Wilschut.

Aanbod slib neemt toe
De capaciteit is vergroot van 25 naar naar 28 composteringstunnels. Reden voor de uitbreiding en optimalisering van het productieproces, is de toename van de slibaanvoer: er kan op jaarbasis 23.000 ton extra zuiveringsslib worden verwerkt.

Behalve het steekvaste zuiveringsslib (260.000 ton per jaar), krijgt GMB steeds meer vloeibaar slib uit de industrie (200.000 ton), bijvoorbeeld van kaas- en aardappelproducenten. Dit vloeibare slib wordt ingedikt met een centrifuge, waarna compostering kan plaatsvinden. GMB verwacht meer aanvoer van slib van industriële oorsprong, maar ook vanuit rioolwaterzuivering.

Diverse Nederlandse slibdrogers, die met gas gestookt worden, worden de komende jaren uitgeschakeld. Wilschut: “Deze slibdrogers hebben een minder gunstige  CO2-footprint ten opzichte van de ‘biobased’ slibdroging. Biologische slibdrogers reduceren de CO2-footprint. Dit is gunstig voor de mja (meerjarenafspraak energie efficiëntie) van waterschappen, die natuurlijk ergens naar toe moeten met hun zuiveringsslib.”


Martin Wilschut

Nieuwe toepassingen
GMB is ook via het Nutriëntplatform bezig met onderzoek naar nieuwe toepassingen voor het biogranulaat, bijvoorbeeld in de landbouw. Biogranulaat, het laatste product in de keten van de afvalwaterzuivering bevat nog voldoende interessante nutriënten, zoals fosfaat, maar ook bijvoorbeeld sporenelementen zoals zink en kalium. “Een groot voordeel is dat biogranulaat, vanwege de hoge temperaturen, volledig gehygiëniseerd is. Dit is een belangrijk voordeel, want verspreiding van ziekteverwekkers via meststoffen moet je voorkomen.” Volgens de GMB-manager is er vraag naar dergelijke meststoffen. “Nederland kent een overschot aan meststoffen, maar in Zuid-Frankrijk en Oost-Europese landen, is er wel behoefte aan.

“Wij doen er alles aan om er ook dat laatste beetje energie uit het slib te persen”, aldus Wilschut.