Beoordelingscriteria nieuwe normen mikpunt voor vragen Tweede Kamer

Het verslag van de vragen en opmerkingen van de Tweede Kamer-leden is vastgesteld op 26 april. Begin april stuurde minister Schultz een voorstel voor de wijziging van de Waterwet naar de Tweede Kamer. Als de Tweede en de Eerste Kamer dit voorstel aannemen, zullen de dijken vanaf 1 januari 2017 op basis van de nieuwe normen worden beoordeeld. In 2050 moeten alle primaire keringen aan de nieuwe normen voldoen.

Instrumentarium
De minister wil haast maken met de nieuwe wetgeving en de introductie van de nieuwe normen, maar het beoordelingsinstrumentarium moet nog worden ontwikkeld. Als het voorstel wordt aangenomen, mag de kans dat iemand overlijdt door een overstroming niet groter zijn dan 1:100.000 per jaar. De meeste politieke partijen vragen zich af of het instrumentarium voor een inwerkingtreding op 1 januari 2017 überhaupt klaar kan zijn. Daarnaast twijfelen de fracties of de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over voldoende kennis en expertise beschikt om de nieuwe wet te kunnen handhaven.

Het ILT heeft zelf al aangegeven dat de voorbereidingstijd en de totstandkoming van het wettelijk beoordelingsinstrumentarium erg beperkt is. En ook de twijfels van de leden van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu lijken zich te concentreren op het tijdig ontwikkelen van die beoordelingscriteria. De leden van de SP-fractie stemmen niet in met het voorstel van de minister om de wet met terugwerkende kracht in werking te laten treden. Zij zouden graag een aantal alternatieven voor inwerkingtreding met terugwerkende kracht zien.

‘In 2011 is via het Bestuursakkoord Water afgesproken dat de volgende beoordelingsronde zou worden uitgesteld in afwachting van de totstandkoming van een nieuw normenstelsel. Er is met deze wet weliswaar een nieuw normenstelsel, maar belangrijke zaken als het beoordelingsinstrumentarium ontbreken vooralsnog. De stelling dat beheerders van keringen tot wie de normen primair gericht zijn, geen nadeel van een eventuele inwerkingtreding ondervinden, voelt niet goed. Dat nadeel komt immers pas in beeld nadat het wettelijke beoordelingsinstrumentarium ontwikkeld is’, stelt de SP.

Expertise
De VVD vraagt zich af of de provincies voldoende expertise in huis hebben om nieuwe provinciale normen voor waterkeringen vast te stellen die niet als primair worden aangemerkt. Een aantal van die waterkeringen is nu immers nog in beheer bij de waterschappen. Verder willen de Tweede Kamer-leden weten wat de juridische gevolgen zijn als een kering niet aan de norm voldoet. Wie is verantwoordelijk en bestaan er mogelijkheden om deze risico’s te verzekeren?

Signaleringswaarde
Ook over de signaleringswaarde is onduidelijkheid. Bij primaire waterkeringen wordt een signaal gegeven dat voorbereidingen moeten worden getroffen om de dijk te gaan versterken. Voor elke primaire dijk is daarnaast een ondergrens vastgesteld. Daar mag de dijk niet onder komen omdat dan niet meer aan de afspraken wordt voldaan. De PvdA leest in het voorstel van de minister dat als gevolg van afronding de signaleringswaarde en de ondergrens in dezelfde klasse kunnen vallen. De partij pleit er voor om toch uit te gaan van niet afgeronde waarden, zodat toch signalering kan plaatsvinden voordat de norm wordt overschreden. 

Dijktrajecten
Ten slotte willen de kamerleden weten of de dijkringen volledig worden losgelaten of dat ze wel als zodanig blijven functioneren. In het wetsvoorstel worden de 95 dijkringen opgedeeld in 183 dijktrajecten. De SP wil graag meer duidelijkheid over de hoge gronden die nu een rol spelen in de waterveiligheid. Wat is er nodig om ervoor te zorgen dat deze gronden hun functie kunnen blijven vervullen.