Klimaatbuffer de Onlanden, Groningen, Drenthe, Nederland, Europa

Op 28 juni 2019 is, bij het sluiten van het Klimaatakkoord, afgesproken een Aanvalsplan Landschapselementen op te stellen. Dat beschrijft een groenblauwe dooradering van het landelijk gebied, en moet in fases gerealiseerd worden voor 2050. De uitvoering ligt bij Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel op verzoek van het kabinet. ‘Waterschappen hebben als beheerder van rivieren, beken, vaarten en sloten en wegen, kades en dijken een belangrijke rol bij het realiseren van de ambitie’, beschrijft het plan in het rapport van 28 september 2022.

Het Aanvalsplan heeft als ambitie een significante bijdrage te leveren aan het halen van onze Europese verplichtingen rondom biodiversiteit (Vogel en Habitatrichtlijn), de klimaatopgave (Parijs) en schoon water (Kaderrichtlijn Water). Dat moet bereikt worden met 10% gebiedseigen ‘groenblauwe dooradering’ van het landelijk gebied, onderschreven door onderzoek van de Wageningen Universiteit. Onder ‘groenblauwe dooradering’ vallen kleine landschapselementen van maximaal een paar hectare in omvang. Voor 50% van het landelijk gebied is de groenblauwe dooradering gerealiseerd in 2030 (met name prioritaire gebieden), voor 65% is het gerealiseerd in 2035 en voor 100% in 2050.
De coalitie van het Aanvalsplan bestaat, naast de ministeries van LNV, BZK en OCW, uit een brede selectie van maatschappelijke organisaties, provincies, waterschappen en bedrijven.

Kleine landschapselementen

Naast houtige elementen zoals singels, bomenrijen, houtwallen, heggen, hagen, knotbomen, graften, griendjes en hoogstam-boomgaarden, gaat het om elementen met een begroeiing van kruiden en ruigten en natte elementen zoals slootkanten, natuurvriendelijke oevers en poelen. Ook ecologisch beheerde sloten, keverbanken of kruidenrijke akkerranden vallen onder de Kleine Landschapselementen (KLE). Landschapselementen zijn bedoeld om de natuurlijke biodiversiteit te versterken en de waterkwaliteit te verbeteren. Ook kunnen ze grote hoeveelheden CO2 vastleggen, vooral bij houtige en moerassige elementen. Zo legt 1 ha landschapselementen 10 ton CO2 per jaar vast, en legt 1 ha natuurlijke oever 13 ton CO2 vast per jaar.

Verdeling ambitie

De coalitie benoemd in het plan dat er landelijk al zo’n 2 tot 3% van landschapselementen aanwezig is in het landelijk gebied. Daarnaast is de verwachting dat ongeveer de helft van de ambitie, 111.850 hectare, wordt ingevuld met houtige elementen. De andere helft wordt ingevuld met natuurlijke oevers, poelen, rietlanden, kruiden en bloemrijke randen. De staat van instandhouding van het bestaande areaal aan elementen is overigens onbekend: er wordt nog gewerkt aan een landelijk monitoringssysteem.

Rol waterschappen

Het plan doelt op het behalen van de doelen van de Europese Kaderrichtlijn Water (2027) en de daarvoor benodigde duurzame inrichting en beheer van oppervlaktewateren. Naast verdere verbetering van de waterkwaliteit, moet er ook meer leefgebied voor waterafhankelijke organismen worden gecreëerd. Waterschappen hebben zelf ook de ambitie om bij te dragen aan de realisatie van een blauwgroen netwerk, het ‘Nat natuurnetwerk Nederland’. In waterbeheerplannen en -programma’s van de waterschappen (planperiode 2022 – 2027) zijn naast waterkwaliteit ook concrete ambities voor ecologische verbindingszones, beekherstel en natuurvriendelijke oevers en ambities vastgelegd.
Verder zijn, voor de uitvoering van het Aanvalsplan, vooral het 7e Actieprogramma Nitraatrichtlijn en plannen voor klimaatadaptatie relevant. Maatregelen als bufferzones, attentiezones, natuurlijke klimaatbuffers, waterbergingsgebieden of brede beekdalen zijn hierbij van belang. Daarnaast nemen waterschappen ook maatregelen in het kader van het herstel van biodiversiteit door maaibeheer, stootbeheer (aanpassing van de Keur) en de inzet van bermen en waterkeringen.

Gebiedsgerichte aanpak

Via een gebiedsgerichte aanpak van provincies, gemeenten, waterschappen en maatschappelijke organisaties wordt invulling gegeven aan groenblauwe dooradering. In doelstelling en uitwerking sluit het Aanvalsplan ook aan bij het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG). Behalve landbouwgrond betreft het ook grond zonder landbouwfunctie, die in eigendom is van overheden en particulieren. Voor agrariërs en andere particuliere grondeigenaren staat voorop dat het financieel voldoende aantrekkelijk moet worden gemaakt om hen te verleiden bij te dragen aan groenblauwe dooradering. Deelname is op vrijwillige basis.

Financiering

Concreet gaat het Aanvalsplan uit van de aanleg en beheer van 12.000 hectare natuurvriendelijke oevers op gronden in eigendom van het waterschap, 18.000 hectare natuurvriendelijke oevers op landbouwgrond en de omvorming van 25.925 hectare aan watergangen naar ecologisch beheerde watergangen. De watergangen zijn gebufferd met kruidenrijke randen.

Voor een periode van 30 jaar (2050) voor de gehele ambitie is ca. 5,9 miljard euro nodig. Kosten voor de aanleg zijn geraamd op 1,63 miljard euro en de eenmalige grondvergoeding tot 2035 is 1,95 miljard euro. Uitgegaan is van ca. 80% in agrarisch areaal gelegen landschapselementen en 20% daarbuiten.

Lees hier het Aanvalsplan.