Bedrijven moeten waterbezwaarlijkheid stoffen opnieuw beoordelen

Rijkswaterstaat heeft de afgelopen maanden in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu twee beleidsinstrumenten om de effecten van chemische stoffen en preparaten op de waterkwaliteit in kaart te brengen in lijn gebracht met Europese wet- en regelgeving op stoffengebied. Daarbij gaat het om de nieuwe Algemene Beoordelingsmethode stoffen en preparaten (ABM) en de Immissietoets die beiden op 1 juli 2016 van kracht zijn. 

CLP-verordening
De belangrijkste aanleiding voor de herijking van de ABM is de invoering van de Europese CLP-verordening in juni 2015. Deze verordening bepaalt dat dat producenten van chemische stoffen informatie voor de gebruikers kort samenvatten middels een gevaarsetiket. Daarnaast zorgt de CLP voor de indeling van chemische stoffen in gevaarscategorieën. 
Andere redenen om de instrumenten tegen het licht te houden waren de aanpak van zeer zorgwekkende stoffen in water en de komst van de Omgevingswet. In tegenstelling tot luchtemissie  was er voor de lozing van zeer zorgwekkende stoffen in het water nog niets geregeld. Daarbij gaat het om stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu omdat ze bijvoorbeeld kankerverwekkend zijn, de voortplanting belemmeren of zich in de voedselketen ophopen. 

Informatiebijeenkomst
VEMW heeft de leden 18 maart tijdens een drukbezochte bijeenkomst in Woerden geïnformeerd over de belangrijkste veranderingen. Tummers wijst op het belang van de ABM en de Immissietoets voor de vergunningverlening aan bedrijven die lozen op oppervlaktewater en het riool. “De ABM geeft inzicht in de waterbezwaarlijkheid van stoffen en mengsels. Op basis van de uitkomsten bepaalt het bevoegd gezag welke maatregelen een bedrijf moet nemen om de lozing van stoffen terug te dringen. Daarbij kun je denken aan substitutie, hergebruik of zuivering.”

Nieuwe indeling
De nieuwe ABM bevat vier categorieën om stoffen en mengsels in te delen, variërend van zeer zorgwekkende stoffen tot stoffen die van nature in oppervlaktewater voorkomen en niet milieubezwaarlijk zijn. Volgens Tummers is de nieuwe indeling vooral van belang voor leveranciers van chemische stoffen en mengsels. “De leveranciers moeten aan hun afnemers melden in welke categorie hun producten vallen. Het betekent dat ze dus opnieuw naar de waterbezwaarlijkheid van hun grondstoffen moeten kijken. De bedrijven blijven echter als lozer verantwoordelijk voor de indeling in de juiste gevaarscategorie”, benadrukt de VEMW-directeur Water. 

Immissietoets
De nieuwe Immissietoets is nodig voor het beoordelen van de toelaatbaarheid van (rest) lozingen in het licht van de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Het uitgangspunt is om de vervuiling bij de bron aan te pakken met de best beschikbare technieken. Zo ontstaat inzicht in het aandeel van een individuele lozing in de totale concentratie van een probleemstof in het oppervlaktewater. 
Tummers wijst erop dat in het geval van stoffen die in grondstoffen zitten die onlosmakelijk met het productieproces verbonden zijn, substitutie vaak geen optie is. “Denk bijvoorbeeld aan het ontstaan van benzeen bij de productie van aardolie. In zo’n geval is een nul-lozing niet haalbaar. Bedrijven moeten zich dan wel inspannen om de lozing zoveel mogelijk terug te dringen door middel van bijvoorbeeld in-proces-maatregelen.”

Vragen leden 
Volgens Tummers leven er naar aanleiding van de herijking van de instrumenten nog wel een aantal vragen onder de VEWM-leden. “Zo willen ze graag weten of er een overgangstermijn komt voor de ABM. Mogen ze nog een periode, bijvoorbeeld een jaar, met de oude indeling werken of moeten ze na 1 juli van dit jaar de nieuwe indeling gebruiken? Daar heeft het ministerie van IenM nog geen duidelijkheid over verschaft. Ook is nog niet duidelijk welke kosten gerechtvaardigd zijn bij de bepaling van saneringsinspanningen. Heldere en eenduidige kosteneffectiviteitscriteria zijn van groot belang. Daarnaast is IenM bezig met nieuw beleid rond opkomende stoffen. Deze stoffen kon je vroeger niet aantonen in het water, maar nu wel door verbeterde analysetechnieken. Ook komen er stoffen bij die nog niet bekend zijn. De leden vragen zich af of de huidige herijkte instrumenten straks weer volledig op de schop gaan”, aldus Tummers.