Het herstellen van natuur in de delta van onze grote rivieren Rijn en Maas is best een uitdaging, in het bijzonder aan de oevers van de Nieuwe Waterweg en het Scheur. Er is weinig ruimte in dit sterk geïndustrialiseerde en verstedelijkte gebied. Elke ingreep stuit op de belangen van de vele andere gebruikers, zoals de scheepvaart. Natuurontwikkeling hier vergt veel kennis van het systeem en de mogelijkheden die er zijn. Een nieuw rapport van de Proeftuin Sediment Rijnmond, ontwikkeld door Barend de Jong in opdracht van ARK Rewilding Nederland, geeft hier een heel goede inkijk in. Deze kennis is hard nodig, want natuur op de oevers van de enige permanent open verbinding tussen zee en rivier, is van groot belang voor trekvis, trekvogels én de menselijke bewoners van de Rijn-Maasmonding.

Proeftuin sediment Rijnmond
In drie pilotgebieden experimenteert het consortium met het toepassen van baggerslib. In december is een proef gestart en is er sediment aangebracht in de Groene Poort. Om de pilot goed te sturen was specifiek voor de locatie Groene Poort behoefte aan kennis over het functioneren van het ecosysteem en de ecologische potentie van nieuwe brakwatergetijdennatuur. Een voor Nederland uniek natuurtype.

Randvoorwaarden voor herstel in kaart
Barend de Jong beschrijft heel helder welke ‘vormende’ processen van oorsprong hier de dienst uitmaakten. Erosie van de oevers, waardoor er kliffen en getijdenkreken ontstonden. Of juist aanzanding, waardoor er schorren en slikken te vinden waren, ook wel bekend als de ‘oplaadstations’ van de trekvogels, omdat er zo veel voedsel te vinden is. Alle soorten ‘fysiotopen’ die zo ontstaan, hadden ook weer hun eigen kenmerkende planten, afhankelijk van de duur die ze overstroomden en het zoutgehalte op die plek. De oevers van de benedenrivier waren altijd in beweging, geen moment hetzelfde. Voor trekvis is dit de laatste open verbinding tussen de Noordzee en de grote rivieren Rijn en Maas. Estuaria vervullen daarnaast voor veel vissoorten een belangrijke rol als kraamkamer.

Er blijken nog veel van de randvoorwaarden voor herstel van een deltasysteem aanwezig zijn in de Nieuwe Waterweg en het Scheur. Er is in tegenstelling tot andere getijdenwateren zoals het Haringvliet en Hollands Diep nog een grote getijslag aanwezig (verschillen tussen eb en vloed) en de zoutgehaltes wisselen gedurende de dag. Echte kenmerken van een delta.

wat getijdennatuur nodig heeft
Op dit moment is echter een groot deel van deze benedenrivier met oorspronkelijke getijdennatuur versteend, door bedijking, verstedelijking en de havenuitbreiding in de afgelopen eeuwen. Dichtbij de zee, waar het permanent zout is, kunnen schelpdieren en wieren op de stenige oevers groeien en kunnen bijzondere leefgebieden ontstaan. In de meer brakke zones, dus iets verder bovenstrooms, kunnen juist weinig soorten floreren op deze harde oevers. Brakwatersoorten hebben, net als zoetwatersoorten, juist baat bij ‘zachtheid’, dus slikken en schorren met kreken en flauw oplopende zandige of slibbige oevers. En hoe groter de oppervlakte, hoe meer soorten er kunnen voorkomen.

Steeds meer partijen zoeken ruimte om zachte oevers in de delta weer ruimte te geven bijvoorbeeld in de vorm van kleine en grote getijdenparken. Niet alleen voor de unieke soorten die hiervan kunnen profiteren, maar ook voor mensen die kunnen genieten van natuur aan de oevers van hun stad.

Langetermijnvisie nodig
In het rapport wordt uitgelegd dat voor een echt duurzaam riviersysteem en natuurherstel de rivierbodem wellicht omhoog moet en er een flink oppervlakte aan kreken, slikken en schorren met bijbehorende vegetatie ontwikkeld dient te worden, door bijvoorbeeld de rivier te verbreden of havenbekkens (deels) om te vormen tot getijdennatuur. Vanwege de ligging in een sterk versteend havengebied is verondieping en rivierverruiming niet eenvoudig. Dit vraagt om een langetermijnvisie op de havenontwikkeling en het riviersysteem, waarbij zaken als klimaatverandering, zoetwatervoorziening, energietransitie, etcetera integraal meegenomen moeten worden. Tot die tijd kunnen meer technische natuurbouw-maateregelen kansen bieden voor getijdennatuur.

De pilot in de Groene Poort van Proeftuin Sediment Rijnmond is daar een voorbeeld van. Door het verondiepen van de rivieroever tussen damwanden of stortsteendammen met schoon baggerslib ontstaat een nieuw leefgebied voor waterflora en -fauna. Meer informatie over de pilot is te vinden op de website van het consortium. Als de pilot succesvol blijkt, kan deze uitgerold worden over een groter gebied.

De Proeftuin Sediment Rijnmond is een samenwerking tussen Wageningen University & Research, Port of Rotterdam, De Vries & van de Wiel, Rijkswaterstaat, Waterschap Hollandse Delta, Wereld Natuur Fonds, ARK Natuurontwikkeling en Natuurmonumenten. Deltares is penvoerder.

Lees ook het toekomstperspectief van ARK en WWF voor de Rijn Maasdelta.