AWP pleit voor Bestuursakkoord Medicijnresten

Verschillende partijen uit de geneesmiddelensector, de waterketen en wetenschap, onderzoek en innovatie waren op donderdag 30 januari op initiatief van het Tweede Kamerlid van de ChristenUnie Carla Dik-Faber in Den Haag bij elkaar gekomen. Tijdens een hoorzitting lieten Kamerleden van de vaste commissie voor Infrastructuur en Milieu zich informeren over de laatste stand van zaken in het zich al jaren voortslepende dossier over de effecten van geneesmiddelen in het oppervlaktewater en de gevolgen daarvan voor de drinkwatervoorziening.
Toxische cocktail
Tijdens de hoorzitting kwam onder meer de brief ter sprake die staatssecretaris Mansveld in juni 2013 naar de Tweede Kamer heeft gestuurd over haar aanpak om de waterkwaliteit te verbeteren. In haar brief gaat Mansveld volgens de AWP vooral in op humane geneesmiddelen, terwijl diergeneesmiddelen en bestrijdingsmiddelen ook een belangrijke rol spelen. “Het is moelijk voorspelbaar hoe toxisch deze cocktail van stoffen precies is. Meer onderzoek is daarom nuttig en noodzakelijk”, stelt AWP-voorzitter Peter Vonk. “Het bekende verhaal over platvis in de Noordzee die van geslacht veranderd als gevolg van de hoge waarden aan pil hormonen in het water, is illustratief voor de mogelijke gevolgen van ongewijzigd beleid.”

Fonds
De Unie van Waterschappen deed tijdens de hoorzitting het voorstel om een fonds op te richten van 800 miljoen euro. Niet alleen om onderzoek te doen, maar óók om alle rwzi’s in Nederland om te bouwen. Volgens Vonk is het op de website van de Unie niet duidelijk of de Unie ook zelf een bijdrage aan het fonds wil leveren of dat zij de rekening eenzijdig bij Nefarma neerlegt.

Scherpe regelgeving
De AWP-voorzitter vindt het begrijpelijk dat Nefarma niet enthousiast was omdat medicijnresten slechts drie procent van alle micro-verontreinigingen vormen. Tegelijkertijd is het probleem volgens hem wel iets groter dan de brancheorganisatie stelt. “Als je naast de humane geneesmiddelen ook de diergeneesmiddelen en hormonen uit de veehouderij meetelt, komt je volgens de brief van Mansveld op ca. negen procent uit.”
De Unie van Waterschappen had volgens hem beter kunnen vragen om scherpere regelgeving door het rijk. “Daarmee worden de investeringen in rwzi’s vanzelf rendabel. En de farmacautische industrie wil dan als vanzelfsprekend meebetalen, want de sector wil medicijnen blijven verkopen.”

Voorzorgprincipe
Uiteindelijk komt een deel van de medicijnresten terecht in de innamepunten en de grondwaterputten van de drinkwaterbedrijven. De AWP vindt, gezien vanuit het ‘voorzorg-principe’ dat de landelijke politiek nu al moet besluiten om een halt toe te roepen aan de verdere verspreiding van resten van humane- en diergeneesmiddelen in het milieu. “Het is wellicht een goed idee om een Bestuursakkoord Medicijnresten af te sluiten tussen waterschappen, rijk en brancheorganisaties”, meent Hans Middendorp van het landelijk bestuur van de AWP. “ Concrete stappen zijn noodzakelijk  om het probleem van de medicijnresten in het aquatisch milieu aan te pakken. Door de vergrijzing neemt het probleem alleen maar toe.”
Gescheiden inname
Den Haag zou volgens de AWP kunnen sturen op gescheiden inname van urine en ontlasting van mensen die zware medicijnen gebruiken. Ook decentrale verwerking van afvalstromen van ziekenhuizen en zorginstellingen behoeft meer aandacht. Daar komen immers veel medicijnresten in het afvalwater terecht. Stoffen die niet in het riool terecht komen, hoeven er later ook niet uitgehaald te worden op een rwzi, stelt de AWP. Daarom is de partij verheugd over de plaatsing van een Pharmafilter bij het St. Franciscusziekenhuis in Rotterdam. “Het rijk kan nu al voor ziekenhuizen en zorginstellingen een overgangstermijn instellen van bijvoorbeeld tien jaar om hun afvalstromen decentraal te zuiveren. De huidige technieken zijn immers al kostendekkend”, aldus Vonk.
Groene medicijnen
De AWP realiseert zicht terdege dat bij de ontwikkeling van medicijnen de effectiviteit op het genezingsproces en de veiligheid van de patiënt voorop staat. “Je kunt moeilijk bij patiënten aankomen dat het medicijn voor hun levensbedreigende ziekte niet mag worden gebruikt, omdat het niet biologisch afbreekbaar is”, aldus Middendorp. ‘Tegelijkertijd zal de ontwikkeling van ‘groene medicijnen’ die volledig biologisch afbreekbaar zijn, nog wel enige tijd op zich laten wachten.”
Den Haag zou volgens hem wel meer werk kunnen aansturen op afbreekbare hormonenstoffen. “Deze middelen worden in zulke enorme hoeveelheden verkocht, dat hier een uitdaging ligt voor de farmaceutische industrie. Want het alternatief is een bronheffing op de verkoop van anticonceptiemiddelen. En dat zal de farmaceutische industrie toch ook niet willen?”, aldus Middendorp.