Annemieke Nijhof: “Overheid moet burgers royaler compenseren”

Het WRR-briefadvies bevat een set vragen die de overheid moet helpen bij het formuleren van
een verbeterd, dossier overstijgend risico- en veiligheidsbeleid. Het betreft
tien kernvragen die op alle dossiers zijn toe te passen, variërend van ‘Zijn de
aanleiding en het publieke belang duidelijk?’ tot ‘Hoe is de verdeling van
lusten en lasten en risico’s over verschillende groepen, regio’s en in de tijd en is deze verdedigbaar?’

Beta’s versus burgers
De Rli pleit in zijn advies ‘Risico’s gewaardeerd, naar een transparant en adaptief risicobeleid’ voor een
flexibele toepassing van rekennormen. Ook roept de Rli op om  lusten en lasten van risico’s rechtvaardiger
verdelen in de samenleving. In het advies neemt de Rli duidelijk afstand tot een ‘puur
rationele’ benadering van risico’s. “Het risicobeleid is wel erg gedomineerd
door de bèta’s. Burgers begrijpen de risicobenadering niet. Er ontstaat een ‘insider
– outsider’ probleem.  Maar met burgers
kun je heel goed praten over kosten en baten. Wat we ook zien, is dat burgers
veel meer op ‘effect’ van een risico zijn gefocust.”

Annemieke Nijhof (voorzitter raadscommissie Rli), staatssecretaris van I en M Wilma Mansveld en André Knottnerus (voorzitter WRR).

Gesprek aangaan
De Rli concludeert dat een klassieke cijfermatige
berekening  onvoldoende ruimte laat voor
andere inzichten, een bredere afweging en voor maatwerk. Een voorbeeld zijn de
aardbevingen in Groningen door de gaswinning van de NAM.  Nijhof: “Je kunt toch niet gewoon zeggen:
Pech voor u dat u hier woont. Ga met deze mensen het gesprek aan. Soms is er
helemaal geen geld nodig. Mensen zijn vaak bang, kijk hoe je angst kunt
wegnemen. Als er tijdelijk problemen zijn, dan laat je bewoners toch een weekje
op vakantie gaan in een bungalowpark? En mensen die nog bang blijven, kun je
ook andere trajecten, bieden, in medische of psychische ondersteuning. Als er
dan nog mensen ongerust blijven, dat zijn er misschien maar enkelen, kun je
toch zeggen dat je mensen helpt om te verhuizen. Processen verlopen soepeler
als je de dialoog aangaat. Ga verhalen ophalen bij mensen, kijk wat de
achterliggende gedachten zijn, Vaak zijn mensen boos uit onmacht, of is er
angst, die niet met geld of argumenten zijn weg te nemen.”

Niet alle risico’s wegnemen
Tegelijk relativeren de Rli als de WRR de mogelijkheid om
alle risico’s weg te nemen. “We leven in een relatief veilige samenleving, hoe
kosteneffectief is extra overheidsbeleid gericht op minder risico’s?” schrijft
Rli in zijn persbericht. Risicovolle activiteiten kunnen voor de gehele
samenleving economisch goed zijn, maar voor individuen onacceptabel, wat noopt tot
extra (dure) maatregelen. 

Risicobenadering
Nijhof vindt de nieuwe risicobenadering in het
Deltaprogramma een belangrijke verbetering binnen in het Nederlandse
risicobeleid, omdat zowel de kans op overlijden door een overstroming als het
(economische) effect van een overstroming op de samenleving worden benoemd en
meegewogen.  “Dat is voor het eerst, echt
baanbrekend.”

Beperkt risicobesef
Tegelijk zijn er leerpunten voor de Deltaorganisatie, Nijhof
verwijst naar het intussen bekende OESO-rapport waarin wordt geconcludeerd dat
het overstromingsrisico bewustzijn van de Nederlander, die in de diepste Delta
ter wereld woont, ver onder de maat is. “Door dit beperkte risicobesef zijn in
het verleden verregaande maatregelen als nood overlooppolders mislukt. Gelukkig
biedt Ruimte voor de Rivier nieuwe mogelijkheden.”

Transparante communicatie
Nijhof heeft als advies voor de uitvoering van het
Deltaprogramma om eerlijk en  transparant
met burgers te communiceren.  “De
overheid moet een goed verhaal hebben. Je moet laten zien dat we op de ene plek
maatregelen nemen om op andere plekken problemen te voorkomen.  Veel burgers zijn best bereid hun deel te
dragen. Maar als er echt onoverkomelijke problemen zijn  – bijvoorbeeld bewoners die weg moeten  – biedt dan actief hulp aan door ze
bijvoorbeeld uit te kopen.  Wees als
overheid ruimhartiger in het compenseren van bewoners die echt nadeel
ondervinden.”

Samenhang in risicobeleid
De maatschappelijke discussie over risicobeleid is gevoed
met concrete incidenten (Chemiepack, Odfjell ) en de onrust over aardbevingen
in Groningen. De politiek constateerde de samenhang in het risicobeleid
onvoldoende was en risico’s niet op een gelijkwaardige manier werden berekend.
In 2013 hebben minister Schultz van Haegen en staatssecretaris van
Infrastructuur en Milieu Mansveld, aan de WRR en andere adviesorganen en
instituten gevraagd te ondersteunen in het proces naar meer samenhang in de
risicobeoordeling en –afweging binnen het veiligheidsbeleid van het
departement. Ook was het de vraag of het risico beleid juist niet teveel ramp
gedreven zou zijn.” Verder zijn er vragen rond opkomende vraagstukken, zoals nieuwe
stoffen in het water of nanotechnologie. “Een probleem is dat de risico’s
hiervan nog niet kwantificeerbaar zijn.”

Kennis niet vertaald naar beleid
De ingeschakelde adviesorganen zijn niet over een nacht ijs
gegaan. Een groot aantal bekende risicodossiers werd geanalyseerd, van
nanotechnologie en overstromingen tot gewasbescherming en chloortransport,  evenals de talrijke adviezen en nota’s over
de thematiek. Er is veel kennis over risicobeleid, concludeert Nijhof, maar
deze is volgens haar nog onvoldoende terug te vinden in het beleid.

De adviezen zijn opvallend praktisch gebleven.  Een van de tips is om regelmatig
risicodossiers te evalueren: een APK voor alle gevoelige dossiers. Nijhof: “Neem
legionellabeleid: dit is ontstaan als gevolg van een ramp,  bijvoorbeeld een uitbraak. Maar sluit het
beleid nog steeds aan bij de huidige opvattingen?” En nog een advies: “Wacht
niet met communiceren tot je uitgedacht bent. Als je het gesprek met burgers al
goed voert, ga je al heel anders kijken.”