De Nederlandse watersector staat hoog aangeschreven in het buitenland, maar de succesfactor zit toch vooral in samenwerking met lokale marktpartijen. Dat blijkt uit een gesprek met de Nederlandse ambassadeurs Margriet Vonno (Singapore) en Dirk Janssen (Panama) naar aanleiding van de jaarlijkse Ambassadeursconferentie en de Bedrijvendag op 29 januari in Den Haag.

Ruim 600 Nederlandse ondernemers grepen dit jaar hun kans om vragen te stellen aan 140 ambassadeurs. De diplomaten waren ook dit jaar weer even terug in Nederland voor de jaarlijkse Ambassadeursconferentie in Den Haag. Op de Bedrijvendag vonden meer dan 1.000 speeddates plaats. Veel daarvan gingen over kansen voor de Nederlandse watersector, zoals in Singapore en Panama.

De grote zaal van de Fokker Terminal in Den Haag stond vol kleine tafels. Ondernemers, innovators en investeerders uit alle economische sectoren kregen 15 minuten de tijd om in gesprek te gaan met ambassadeurs, consuls en consuls-generaal. Die waren de hele week in Nederland om samen de ontwikkelingen in Nederland, het beleid van de regering en de belangrijkste punten voor het nieuwe jaar te bespreken. Zo hadden de ambassadeurs ook een gesprek met minister Cora van Nieuwenhuizen over de rol van de Nederlandse diplomatie in de brede internationale wateragenda van te veel, te weinig, te vies water.

Lokale watermarkten
Die inbreng verschilt sterk per land, zo blijkt uit gesprekken met twee ambassadeurs: Margriet Vonno die met watervraagstukken in Singapore heeft te maken en Dirk Janssen die betrokken is bij watervraagstukken in Panama.
De overeenkomst voor beiden is dat Nederland een hoog aanzien heeft bij het oplossen van waterproblemen. Het succes voor Nederlandse bedrijven om daarbij betrokken te raken is echter sterk afhankelijk van de kennis van de lokale watermarkt en de kunde om al in de tenderfase lokale partijen te betrekken. Zowel Vonno en Janssen laten weten dat hun ambassades hierbij desgevraagd een actieve rol in kunnen spelen.

Eerste polder voor Singapore
De inzet van Nederlandse waterkennis en –kunde richt zich volgens ambassadeur Vonno in Singapore momenteel heel sterk op de aanleg van de eerste polder. Singapore heeft steeds minder beschikking over zand voor hun landaanwinningen. Daarom besloot de overheid om op het eiland Pulau Tekong een polder aan te leggen, geheel naar Nederlands voorbeeld. Volgens Vonno hebben Nederlandse adviseurs als emeritus professor Kees d’Angremond daarbij een grote rol gespeeld. “Voor ons in Nederland zijn polders heel gewoon maar voor Singapore is het een enorme stap. Daarom is het ook belangrijk geweest dat we Singaporezen naar Nederland hebben gehaald om ze hier te laten zien hoe wij met gemalen onze polders drooghouden.” Volgens Vonno spelen dit soort relaties op de achtergrond een heel grote rol. Uiteindelijk is het Boskalis gelukt om in een consortium met een Japans bedrijf de opdracht voor de aanleg van de polder binnen te halen. Een project van 800 miljoen euro dat in 2022 klaar moet zijn.

Springplank naar Zuidoost-Azië
“De Singaporese overheid hecht heel erg aan een consortia met een Japans bedrijf. Daarmee versterkt het land zijn rol als belangrijke economische hub in Zuidoost-Azië”, aldus Vonno. Volgens haar laat de Nederlandse watersector nog veel kansen onbenut waarbij ze onderkent dat er vanuit omringende landen, zoals China, vaak goedkope oplossingen worden aangeboden. “Singapore wil naar een circulaire economie en wil daarmee in de regio een voorbeeldfunctie hebben. Afvalwaterbehandeling is daar een onderdeel van”. Volgens Vonno ligt er voor Nederlandse watertechnologiebedrijven een grote kans om met Singapore hierin samen op te trekken en het land te zien als een link naar de hele Zuidoost Aziatische watermarkt.

Eenvoudige waterbehandelingstechnieken
In Singapore is de watervoorziening al op een heel hoog peil. Het land lonkt heel erg naar Nederlandse bedrijven om samen innovatieprojecten op te zetten. Vooral energiezuinige membraanfiltratie staat er erg in de belangstelling. Dat is heel anders in Panama, zo laat ambassadeur Dirk Janssen weten. “Het land heeft een ambitieus waterplan in uitvoering van 10 miljard dollar waarbij heel veel afvalwater- en drinkwaterinstallaties gebouwd moeten worden. Maar in de tenders wordt vooral gevraagd om bewezen technieken. Water is er goedkoop dus mag de waterbehandeling ook niet veel kosten. Dus zijn Nederlandse watertechnologie met hun high-tech oplossingen hier minder kansrijk.”
Volgens Janssen probeert zijn ambassade vooral via de weg van de financiers, zoals de
Inter-American Development Bank, andere voorwaarden in de tenders te krijgen zodat Nederlandse watertechnologiebedrijven meer kansen krijgen. Maar ook hij wijst erop dat lokale partnerschappen heel belangrijk zijn. “Het gaat er uiteindelijk om met lokale partijen aan tafel te zitten zodat iedereen een goed zicht krijgt op de techniek die Nederlandse bedrijven aanbieden”.

Nieuwe plannen voor Panamakanaal
Janssen meldt dat Panama alweer broedt op nieuwe plannen voor het Panamakanaal. Het kanaal is nog maar net vergroot voor de Neopanamax vrachtschepen met een diepgang van 15,2 m. De scheepvaart staat niet stil en heeft al plannen voor nog grotere vrachtschepen. Volgens Janssen loopt Panama tegen een probleem aan als het Panamakanaal ook voor deze toekomstige generatie megavrachtschepen geschikt gemaakt moet gaan worden. “Het water in het kanaal komt allemaal uit een centraal hooggelegen meer en als de sluizen nog grote gemaakt gaan worden, dan verliezen die zoveel water naar de beide oceanen dat het peil in het kanaal niet meer kan worden gehandhaafd. Zeker niet als het land gebukt blijft gaan onder aanhoudende droge zomers als gevolg van El Nino.”Janssen voorziet een mooie uitdaging voor de Nederlandse waterbouwsector om met oplossingen te komen.