Op praktijkcentrum De Marke in Hengelo (Gld.) wordt dit jaar bekeken of het mogelijk is om met een betere stikstofbenutting een kwalitatief hogere grasopbrengst te halen. Daartoe werd eind februari voor het eerst drijfmest verdund met water uitgereden (foto: NPPL).

Brancheorganisaties van agrariërs willen maatwerk als alternatief voor het 7e actieprogramma Nitraatrichtlijn. Ondernemers kunnen kiezen hoe zij aan het verbeteren van grond- en oppervlaktewaterkwaliteit gaan werken: óf via een generieke aanpak (het 7e APN), óf via een uitgewerkte maatwerkaanpak. De partijen starten in december met het ministerie van LNV met het opstellen van een stappenplan om de maatwerkaanpak verder uit te werken.

Minister Schouten van LNV heeft in september tijdens een debat in de Tweede Kamer toegezegd dat zij de maatwerkaanpak gezamenlijk met de sector verder uitwerkt. Deze aanpak maakt volgens LTO Nederland nu een serieuze kans als volwaardig alternatief voor agrariërs om te kiezen wat voor hen het beste werkt om de waterkwaliteit te verbeteren, in plaats van generieke regels.

Doelen niet ter discussie

“Wij stellen de doelen uit het 7e actieprogramma niet ter discussie. En denken dat we met goede maatregelen een heel eind kunnen komen. Maar dan moeten agrariërs wel meer vrijheid krijgen om maatregelen in te zetten die bij de bedrijfsvoering passen”, benadrukt Tineke de Vries, portefeuillehouder bodem en water bij LTO Nederland.

Generieke maatregelen, zoals het zaaien van rustgewassen, zijn goed om het organische stofgehalte in de bodem te verhogen om meer water vast te houden. Maar een agrariër verdient hier volgens haar niets mee. “Vooral bij intensievere teelten op zandgronden, zoals maïs, kan het een agrariër duizenden euro’s per jaar kosten.”

Uitwerking

De betrokken partijen werken de maatwerkaanpak de komende maanden samen met het ministerie van LNV uit. Doel is om voor 2023 aan alle door de minister gestelde criteria te voldoen. Zo heeft ze nog vragen over de uitvoerbaarheid, bijdrage aan het doelbereik, juridische borging en handhaafbaarheid. De maatwerkaanpak moet namelijk tot minimaal dezelfde verbetering van waterkwaliteit leiden. In 2022 beslissen de partijen of ze met de maatwerkaanpak doorgaan om deze in te voeren gedurende de looptijd van het 7e APN.

Doel centraal

“Het doel moet in de maatwerkaanpak centraal staan”, licht De Vries toe. Vervolgens moet er een vertaling komen van het gebiedsdoel naar het bedrijfsdoel. Agrariërs kunnen dan aan de slag met maatregelen die bij het bedrijf passen. “Bijvoorbeeld door eerst eens te meten hoeveel stikstof een bodem bevat wanneer nitraat in het grondwater een probleem is.”

Meer grasland

Een andere mogelijke maatregel is om agrariërs te stimuleren meer grasland aan te leggen om de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater te verbeteren. Dat werkt goed in veenweidegebieden, maar niet in zandgebieden. Daar verdringt onkruid het gras in tijden van droogte, bleek tijdens een webinar van de betrokken brancheorganisaties.

Andere teelt

Agrariërs zouden ook kunnen kiezen voor de teelt van andere gewassen die minder stikstof vragen, stelt De Vries. Of gewassen, zoals suikerbieten, telen die juist stikstof opnemen. Een andere maatregel is om kunstmest veel gerichter te doseren, de zogeheten precisielandbouw. De portefeuillehouder bodem en water wijst ook op de mogelijkheid om voor duurzamere gewasbeschermingsmiddelen te kiezen. “Of middelen die minder uitspoelen. Hiervoor kunnen we meer bewustwording bij agrariërs creëren.”
Agrariërs kunnen wat haar betreft zelf metingen uitvoeren om te kijken of ze voortgang boeken. “Handhaving is een taak voor de overheid. Dat moet ze zelf regelen.”