Afsluiten Nieuwe Waterweg verlaagt kosten en vergroot veiligheid

Spaargaren in woordvoerder van de groep ingenieurs die indertijd op leidinggevende posities waren betrokken bij de laatste Deltawerken: de bouw van de Oosterscheldekering en van de Maeslantkering. Eerder lieten zij van zich horen vanwege problemen met ontgronding rond de Oosterscheldekering. Over hun nieuwe voorstel is overleg geweest met directeur-generaal Dronkers van Rijkswaterstaat en minister Schultz van Haegen van Infrastructuur en Milieu.
 
Met de presentatie van het voorstel wil Spaargaren bereiken dat de beslissing over het al dan niet afsluiten van de Nieuwe Waterweg als een van de majeure keuzes in de Tweede Kamer aan bod komt, en dat het plan even volwaardig wordt voorgelegd als het voorstel van Deltacommissaris Kuijken om de Nieuwe Waterweg niet af te sluiten. Kuijken noemt onder andere de kosten en de nadelige gevolgen voor de scheepvaart.
In het interview maakt Spaargaren duidelijk dat de kostenberekening er inmiddels heel anders uit ziet: verzwaring van de dijken in het gebied van de Rijnmond en de Drechtsteden gaat zo’n 5,5 miljard euro kosten, de oplossing die Spaargaren c.s. aandragen is 2 miljard goedkoper. Dat de scheepvaart hinder ondervindt is een van de nadelen van het plan, maar niet onoverkomelijk.
 
Volgens Spaargaren staat in het voorstel de veiligheid voorop. Hij doelt op een situatie waarin er tegelijkertijd sprake is van stormvloed op zee en hoge rivierafvoeren. ‘In ons plan geven we de rivier de ruimte om grotendeels af te stromen, terwijl gesloten keringen in het Haringvliet en de Nieuwe Waterweg de storm buiten houden. Zorg je daar niet voor, dan loopt de waterstand in het Rijnmond-Drechtstedengebied flink op. Het is als het ware een badkuip die volloopt terwijl de afvoer dicht zit.’
 
De huidige faalkans van de Maeslantkering speelt een grote rol. ‘Die is door allerhande oorzaken 1:100, terwijl de Deltacommissaris de dijken – terecht – een norm geeft van 1:100.000. Beide valt niet met elkaar te rijmen.’
 
Bij een sluizencomplex is het keren van een stormvloed wél gegarandeerd, en dat maakt het ook mogelijk om het rivierwater af te voeren naar het Volkerak-Zoommeer en de Oosterschelde. In combinatie met pompen in de Nieuwe Waterweg en bijvoorbeeld de Haringvliet resulteert een hoogwaterstand die zelfs bij de meest extreme rivierafvoer lager is dan de hoogwaterstand waar nu mee wordt gerekend. ‘We belasten de dijken daardoor veel minder, wat de veiligheid ten goede komt.’ In de voorstellen van de Deltacommissaris gaat de hoogwaterstand juist omhoog.
Spaargaren wijst daarnaast op het voordeel voor de zoetwatervoorziening. ‘De sluizen houden het zout vanuit zee tegen. Grote hoeveelheden zoetwater door de Nieuwe Waterweg naar zee laten stromen is daarvoor niet meer nodig.’ Vooral in tijden van extreme langdurige droogte beschikt Nederland dan over een zoetwatervoorraad waar de landbouw en industrie ruim voldoende aan hebben.
Frank Biesboer, hoofdredacteur De Ingenieur