deltacommissaris
De watersnood in Limburg heeft laten zien dat het niet mogelijk is om te allen tijde wateroverlast of zelfs regionale overstromingen te voorkomen. Het advies van de deltacommissaris is daarom om niet op plaatsen te bouwen waar het water zich verzamelt bij extreme neerslag of wanneer het tijdelijk niet kan worden afgevoerd, met name in beekdalen en diepe delen van polders (foto: Romaine/CC).

Bij de keuze voor nieuwe woningbouwlocaties wordt veel te weinig rekening gehouden met het bodem- en watersysteem en de langetermijngevolgen van klimaatverandering. Zo’n 820.000 nieuwe woningen zijn gepland in gebieden die kwetsbaar zijn voor die gevolgen, stelt de deltacommissaris. “We hebben snel nieuwe woningen nodig, maar we moeten het wel in één keer goed doen!”

Deltacommissaris Peter Glas schrijft dit in zijn tweede advies over woningbouw en klimaatadaptatie aan de ministeries van Binnenlandse Zaken en Infrastructuur en Waterstaat. Het eerste advies, dat ging over de stappen die op korte termijn nodig zijn om te komen tot een aanpak voor klimaatadaptief bouwen, stuurde hij begin september. In dit tweede advies gaat de deltacommissaris in op de vraag hoe de woningbouwopgave rekening kan houden met langetermijngevolgen van klimaatverandering en hoe het water- en bodemsysteem hierin meer sturend kan zijn bij de woningbouwopgave.

Harde conclusie

De conclusie is hard: Glas constateert dat er bij de woningbouwopgave onvoldoende wordt gekeken naar de langetermijngevolgen van klimaatverandering en de eisen die water en bodem stellen. “We hebben snel nieuwe woningen nodig, maar daarbij is het wel van belang dat we het in één keer goed doen, flexibiliteit inbouwen en volgende generaties niet klemzetten met problemen en schade”, stelt de deltacommissaris. “De overstromingen in Limburg hebben recent laten zien hoe kwetsbaar we zijn in de gebouwde omgeving. Ik roep daarom op dat we scherper kijken waar we gaan bouwen en hoe we bouwen.”

Minder in de Randstad…

Wat betreft dat ‘waar we bouwen’ wil Glas eigenlijk af van een verdere concentratie van woningbouw en werkgelegenheid in de Randstad (‘laag Nederland’). De huidige woningbouwplannen richten zich daar juist wél op. Glas noemt dat overigens ‘logisch’, gezien de enorme vraag naar woningen in dit gebied en de daar aanwezige werkgelegenheid en infrastructuur. “Maar dit leidt wel tot steeds verdere concentratie van investeringen in een gebied dat op de lange termijn steeds meer bloot staat aan de gevolgen van zeespiegelstijging en bodemdaling”, stelt de deltacommissaris vast. Rekening houden met de verandering van het klimaat op de lange termijn is volgens hem nodig omdat woningen in de regel met een levensduur van vijftig tot honderd jaar worden gebouwd en de wegen en openbare voorzieningen naar die woningen vaak nog een langere levensduur hebben. “Hoewel nog onduidelijk is wat de uiteindelijke omvang van de zeespiegelstijging zal zijn en op welke termijn we deze kunnen verwachten, zijn de potentiële risico’s voor de veiligheid niettemin groot. Aangezien de versnelling van de zeespiegelstijging in de meeste scenario’s exponentieel verloopt, wordt de responstijd snel kleiner.”

…meer in hoger gelegen delen

Glas adviseert dan ook om te onderzoeken hoe de verstedelijking en daarmee gepaard gaande investeringen op lange termijn anders over Nederland kunnen worden verdeeld, en een beweging op gang te brengen naar plaatsen waar dit vanuit het oogpunt van klimaatverandering het minst kwetsbaar is, de hoger gelegen delen van ons land. “Daarmee kunnen voor toekomstige generaties de risico’s van lock-in situaties in laag Nederland worden beperkt. Ik roep het ministerie van BZK (of een toekomstige minister van wonen of ruimtelijke ordening) op om dit samen met het ministerie van IenW uit te werken, in afstemming met regionale overheden”, aldus Glas.

Ruimte voor water én waterkeringen

Aan de basis van het advies ligt een ‘Bouwstenendocument’, waarvoor Sweco, Defacto, Deltares en Ecorys gegevens hebben aangeleverd. Naar aanleiding van dat document roept de deltacommissaris Rijk en regio op om op voorhand ruimte te reserveren voor maatregelen die nodig zijn bij een toekomstige zeespiegelstijging van 2 meter op de Noordzee. Ook moet er ruimte behouden blijven in de buitendijkse gebieden langs de grote wateren en rivieren. Die ruimte is nodig voor toekomstige versterkingen van de primaire waterkeringen, voor extra waterberging en voor een goede afvoer van het water. Met name benoemt de deltacommissaris de ruimte die nodig is voor tijdelijke berging van rivierwater bij het vaker sluiten van de Maeslantkering. Het Kennisprogramma Zeespiegelstijging komt volgend jaar met een doorrekening van de benodigde extra ruimte langs de primaire waterkeringen. Uit het rapport van Sweco, Defacto, Deltares en Ecorys blijkt dat ruimtelijke plannenmakers en waterbeheerders in ieder geval rekening moeten houden met een extra reservering van 20 tot 50 meter voor toekomstige dijkversterkingen.

Buitendijkse woningbouw

In zijn advies gaat Peter Glas ook in op de (on)mogelijkheden van buitendijks bouwen: “Door hogere en frequentere piekafvoeren op de rivieren is meer ruimte nodig voor een veilige afvoer en waterberging in het rivierbed. Voorkomen moet worden dat buitendijkse investeringen het waterbergend en stroomvoerend vermogen van de rivier gaan inperken, nu en in de toekomst. (…) Ik denk hier aan een nadere inperking of uitsluiting van buitendijkse woningbouw en andere niet-riviergebonden bouwactiviteiten. Dit kan tevens gevolgen hebben voor bestaande objecten in buitendijks gebied. Deze zullen – indien kan worden onderbouwd dat ze belemmerend zijn voor de afvoer en waterberging – (klimaatadaptief) moeten worden aangepast, of eventueel geleidelijk opgeruimd dan wel verplaatst moeten worden.”

Adaptatiestrategieën voor het benedenrivierengebied

Voor het benedenrivierengebied is de situatie anders, geeft de deltacommissaris aan. Daar ligt weliswaar veel buitendijks, hooggelegen dichtbebouwd gebied, maar dat vormt – zo dicht bij zee – nauwelijks tot geen beperking voor het stroomvoerend vermogen en waterberging. Voor dit buitendijks gebied is het volgens Glas wél van belang om adaptatiestrategieën te gaan ontwikkelen, die rekening houden met de te verwachte waterstanden door de zeespiegelstijging en de veranderende rivierafvoeren, nu en op lange termijn.

IJsselmeergebied

Buitendijkse bebouwing in het IJsselmeergebied mag van de deltacommissaris geen beperking opleveren voor eventuele peilverhogingen en voor de zoetwatervoorraad. Ook adviseert hij niet te bouwen op plaatsen waar het water zich verzamelt bij extreme neerslag of waar het tijdelijk niet kan worden afgevoerd, zoals in de beekdalen en in de diepe delen van polders. Volgens de deltacommissaris is het verder nodig om in de bouwplannen rekening te houden met het opvangen van veel regenwater bij extreme buien, door in deze plannen ruimte te creëren voor waterberging en infiltratie van het water in de bodem.

Bouwen op slappe bodem

Ten slotte vraagt de deltacommissaris nog aandacht voor bebouwing in gebieden met een slappe (zettingsgevoelige) ondergrond. Bij het bouwrijp maken van grond in deze gebieden moeten extra maatregelen worden genomen om verzakking van woningen en wegen te voorkomen. Ook adviseert hij bij woningbouw als eis te stellen dat er grondwaterneutraal wordt gebouwd, om langetermijneffecten van verdroging, verzilting en bodemdaling te voorkomen.

deltacommissaris
De ‘Geschiktheidskaart woningbouwplannen’ van Sweco, Deltares en BoschSlabbers, onderdeel van het Bouwstenendocument (bron: Staf deltacommissaris).