Aboutaleb: miljarden nodig voor dijkversterking Zuid-Holland Zuid

Hoe blijven de inwoners in de regio Zuid-Holland Zuid ook in de toekomst beschermd tegen overstromingen? En hoe houden ze de beschikking over voldoende zoet water voor de groei en bloei van de regio? Deze twee vragen staan centraal in het advies van de Stuurgroep Rijnmond-Drechtsteden waaraan verschillende partijen vijf jaar hebben gewerkt onder leiding van de Rotterdamse burgemeester Aboutaleb. 

Kuijken zei alle aanbevelingen over te nemen in het nationaal programma om heel Nederland te beschermen tegen overstromingen, waarvoor jaarlijks 1 miljard euro beschikbaar is. 
Nieuwe normen
De auteurs wijzen er op dat de veiligheidsnormen (hoogten van de dijken) in het gebied dateren uit de jaren ’60 en vooral waren gebaseerd op de kans op extreme waterstanden. In het nieuwe beleid zijn de gevolgen voor mensen en waarden bij een overstroming in het gebied achter de dijk leidend. Ook betrekt de overheid bij het vaststellen van de norm de nieuwe inzichten over dijksterktes, faalmechanismen van dijken en de kans op evacuatie. Hierdoor is het mogelijk om geavanceerder en met meer precisie aan te geven waar het risico op overstromingen het grootst is.
Hogere eisen
Tegelijkertijd leiden de nieuwe normen tot hogere eisen voor de dijken (hoogte en sterkte) in grote delen van Rijnmond-Drechtsteden. Bestaande dijken, stormvloedkeringen en rivierverruiming blijven in de regio echter de basis, zo adviseert de Stuurgroep Rijnmond-Drechtsteden. De meeste gebieden in de regio liggen immers zo laag dat ze bij een overstroming zeer snel en diep onder water te komen staan.  Bovendien is er op veel plekken weining ruimte voor specifieke maatregelen of (meer) evacuatie. 
Dijkversterkingen
Dijkversterkingen zijn vooral nodig in de Albasserwaard, Krimpenenwaard en het Eiland van Dordrecht. “Daarbij proberen wij zoveel mogelijk gebruik te maken van innovatieve oplossingen, zoals geotextiel en verticale drainage, om de gevolgen voor de bestaande bebouwing zoveel mogelijk te beperken”, aldus wethouder Theo Boerman van de gemeente Hardinkxveld-Giessendam. Daar waar de veiligheidsnormen omhoog gaan, heeft de minister van Infrastructuur en Milieu de Tweede Kamer laten weten dat zij het werk in 2050 gerealiseerd wil hebben.
Buitendijkse gebieden
De Rijnmond en Drechtsteden tellen ook relatief veel buitendijkse gebieden met in totaal 15.000 bewoners en veel bedrijven. Grootschalige overstromingen van deze buitendijkse gebieden zouden voor veel schade en slachtoffers kunnen zorgen, bijvoorbeeld in een havengebied als de Botlek. De Maeslantkering in de Nieuw Waterweg blijft volgens de samenstellers van het advies essentieel om de veiligheid in het buitendijkse gebied te waarborgen. 
Daarnaast ontwikkelen verschillende partijen de komende jaren een ‘strategische adaptatie-agenda’ die schade beperkende maatregelen combineert met risicocommunicatie. Gemeenten en veiligheidsregio’s gaan inzetten op het ontwikkelen van rampenplannen( voor waterveiligheid) en risicocommunicatie over waterveiligheid. Rotterdam en Dordrecht ontwikkelen samen een ‘flood app’ die bewoners informeert over hoe te handelen als ze door een overstroming worden getroffen. De zelfredzaamheid van de bewoners staat daarbij voorop, lieten verschillende sprekers tijdens de aanbieding van het advies weten. 
Voldoende zoet water
De zoetwatervoorziening in Rijnmond-Drechtsteden en grote delen van West-Nederland leunt sterk op twee inlaatpunten (Gouda en Bernissen), naast een aantal kleinere inlaatpunten. Door verdroging en verzilting komt de zoetwatervoorziening in de toekomst in gevaar. Daarom kiest Rijnmond-Drechtsteden voor een robuuste zoetwatervoorziening en innovatieve maatregelen voor een slimmer en effectiever gebruik van zoetwater en tegengaan van het binnendringen van zout water. Bijvoorbeeld door bij Gouda alternatieve aanvoerroutes vanuit de Lek of het Amsterdam-Rijnkanaal te realiseren. 
Daarnaast is het Brielse Meer is een belangrijke bron van zoetwater in de regio. Vanuit de rivier bij Bernisse komt nu zoetwater in het meer. Bij extreme droogte is het de bedoeling dat de inlaatsluis aan de Plaatweg bij Spijkenisse vaker wordt opengezet zodat de zoetwaterkwaliteit in het meer op peil blijft. Verder moeten innovatie en efficiënter omgaan met water door burgers en bedrijven leiden tot waterbesparing.