Aanpassing wet- en regelgeving noodzakelijk voor grootschalige ondergrondse wateropslag

Door klimaatverandering zal gedurende sommige perioden zeer veel neerslag vallen, waardoor de kans op wateroverlast toeneemt. In andere perioden zal het juist extreem droog zijn met droogte-, en zoutschade als gevolg. Verschillende organisaties en bedrijven experimenteren met ondergrondse berging van zoet water als oplossing voor dit probleem. 

Zo heeft de Zeeuwse tuinder Jan Rijk uit Ovezande vorig jaar zijn perenboomgaard doorlopend van zoet water kunnen voorzien, dankzij een proef met een nieuwe technologie ontwikkeld door KWR Watercycle Research institute, Meeuwse Goes en ZLTO.  De Freshmaker infiltreert via een horizontale put zoet oppervlaktewater in ondiepe regenwaterlenzen die drijven op zout water. Door aan de onderzijde van deze lenzen zout water te onttrekken en dit af te voeren naar zee, ontstaat er over de lengte van de putten een dikke zoete bel, waaruit de tuinder op elk moment naar behoefte zoet water kan pompen. 
Massa bereikt
Het is slechts een van de vele voorbeelden van de verschillende proefprojecten die momenteel in ons land plaatsvinden. Tijdens het recente symposium ‘Markt voor ondergrondse wateropslag’ van de Stichting Waterbuffer, STOWA en Kennis voor Klimaat werd duidelijk dat de verschillende projecten gezamenlijk een bepaalde massa hebben bereikt. “De waterschappen en provincies willen daarom wet- en regelgeving zodanig aanpassen dat er nog meer projecten van start kunnen gaan”, stelt de directeur van de Stichting Waterbuffer, Carl Paauwe. De huidige wet- en regelgeving is volgens hem vooral geënt op het strenge regime van het Infiltratiebesluit bodembescherming. Daarbij gaat het voornamelijk om grootschalige infiltratie van zoet water voor de drinkwatervoorziening. Bijvoorbeeld door water uit rivieren via leidingen naar de duinen te transporteren om het vervolgens te infiltreren. De huidige proefprojecten zijn qua schaal en technologie hiermee niet te vergelijken. 
Afwegingskader ontwikkelen
Paauwe wijst er verder op dat de Stiching Waterbuffers samen met STOWA, een groot aantal waterschappen en provincies in overleg is om een afwegingskader te ontwikkelen dat bijdraagt aan eenduidige beoordeling van de vergunningaanvragen. Dat zou volgens hem voor een doorbraak in het aantal projecten kunnen betekenen.
Een ander belangrijk thema dat tijdens het congres aan bod kwam, is de manier waarop ondernemers meer aan het stuur zouden kunnen komen. Bijvoorbeeld door proefprojecten tot ‘showcases’ te ontwikkelen, zodat er nog meer belangstelling voor komt. “Daarvoor is het essentieel dat er nog meer inzicht komt in de kosten en baten van ondergrondse wateropslag”, benadrukt Paauwe. Ook op het gebied van marketing en communicatie over de proefprojecten valt volgens hem nog een wereld te winnen. 
Techniek verbreden
De technologische ontwikkelingen gaan snel en ondernemers, zoals installatiebedrijven en draineurs, bedenken steeds vaker nieuwe toepassingen. Denk bijvoorbeeld aan verschillende putten, waarmee je een hoger rendement kunt halen. Paauwe gaat er vanuit dat ondergrondse wateropslag een nog veel grotere vlucht kan nemen als de technieken niet alleen worden ingezet voor de zoetwatervoorziening, maar ook gebruikt kunnen worden om wateroverlast te voorkomen. “Vooral voor dichtbebouwde steden kan dit een interessante optie zijn, omdat hier weinig vrije ruimte boven maaiveld aanwezig is om extra oppervlaktewater aan te leggen. De potentie is groot en daarom zijn wij op zoek naar steden om proefprojecten uit te voeren. Ook het buitenland, met name delta’s, kan van onze ervaringen leren. Deze gebieden hebben immers niet alleen te kampen met neerslagoverschotten en wateroverlast, maar ook met watertekorten door overexploitatie van grondwatervoorraden. Onze kennis kunnen wij op termijn exporteren.”