Aa en Maas mogelijk vervolgd wegens nasleep brand Adappt Chemicals

Na de brand werd het bluswater tijdelijk opgeslagen in een nabezinktank op rioolwaterzuiveringsinstallatie Aarle-Rixtel.  onopzettelijk verwerkt en kwam in het oppervlaktewater van de Aa terecht. Het bluswater was als tijdelijke maatregel opgeslagen in een nabezinktank van het waterschap op de rioolwaterzuiveringsinstallatie.
Door zeer hevige regenval ontstond op 18 september een storing op de rwzi. Bij het handmatig overrulen van de software om de storing te verhelpen, werd onopzettelijk het proceswater met daarin fracties verwerkt bluswater  geloosd.

Onbedoelde lozing
Het waterschap meldde de onbedoelde lozing op 18 september ’s middags bij de milieuklachtencentrale van Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, zo’n vijf tot zeven uur nadat de dit bij het waterschap bekend was. Dit wordt mogelijk gezien als een te late melding.

De mogelijke vervolging komt voor het waterschap niet als een verrassing. “Wij hechten veel waarde aan transparantie, ook bij calamiteiten. Waterschap Aa en Maas heeft dit punt zelf naar voren gebracht, zoals we ook zouden doen bij ieder willekeurige andere betrokkenen”, aldus de woordvoerder Mol. De afdeling Handhaving van waterschap Aa en Maas werkt in deze situaties nauw samen met de Omgevingsdienst (bevoegd gezag). Mol: “In die afstemming is ter sprake gebracht dat dit zuiver moet worden benaderd, waarna de Omgevingsdienst de vervolgstappen hiervoor in werking heeft gesteld.”

Wrang
Aa en Maas-directeur Peter Verlaan lichtte 17 maart het ingezette onderzoek toe in een vergadering van de bestuurscommissie. Naast “zuiver” noemt hij het onderzoek daar “wel wrang”. “Het gaat niet om de inhoudelijkheid maar over de tijdigheid van de melding.”
Het waterschap is verplicht om een ‘ongewone bedrijfssituatie’ zoals de vervuiling van het water die ontstond na de brand te melden. “Die formulering laat ruimte voor intepretatie”, zei Verlaan in de commissievergadering. “Is dat direct midden in de nacht? Of de volgende ochtend?”
Het waterschap ging in dit geval pas over tot de melding nadat het waterschaps calamiteitenteam met het operationele team had overlegd. Verlaan: “De discussie gaat nu over deze uren. Had dat eerder gemoeten of hebben we het terecht laten afhangen van dat overleg?”

Evaluatie
Het waterschap liet eerder al twee evaluatierapporten maken over de nasleep van de brand.  Naast een interne evaluatie werd het COT Instituut voor Veiligheids – en Crisismanagement gevraagd de respons van het waterschap op de calamiteit te evalueren. Belangrijke aanbeveling uit deze rapporten is dat het waterschap ook voorbereid moet zijn op een scenario waarbij bluswater moet worden ontvangen waarvan de samenstelling onduidelijk is. Na de brand bij Adappt Chemicals, producent van chemische additieven voor verf, drukinkten en kleefstoffen, was er niet direct volledige informatie over chemische/ milieugevaarlijke stoffen voorhanden. Beleid rondom het ontvangen van ‘onbekend’ bluswater ontbreekt. De verschillende calamiteitenplannen voorzien hier niet in. Een eenduidig beeld over wanneer een calamiteitenplan moet worden opgeschaald ontbreekt bovendien. Ook de communicatie tussen gemeenten en waterschap liet te wensen over, zo blijkt uit de diverse evaluaties.

Medewerking
Het waterschap wacht af of het inderdaad tot strafrechtelijke vervolging komt als gevolgvan de late melding van de lozing van bluswater. “We hebben altijd te goeder trouw gehandeld en verlenen op alle mogelijke manieren medewerking aan het onderzoek door het Openbaar Ministerie”, aldus woordvoerder Mol.