Ons veiligheidsbeleid tegen overstromingen staat op een tweesprong. In de trajecten Veiligheid van Nederland in Kaart en Waterveiligheid 21e eeuw onderzoeken we de grootte van de werkelijke overstromingsrisico's in Nederland en kijken we op welke wijze we een beleid op basis van een risicobenadering vorm kunnen geven. Indien we werkelijk overstappen op een risicobenadering zijn we met Zwakke Schakels en Ruimte voor de Rivier bezig aan de laatste ronde maatregelen die uitgaan van het voorkómen van overstromingen op basis van een maximaal acceptabele waterstand.
Vragen bij het advies van Veerman
Ook het Advies van de commissie Veerman (Deltacommissie 2008) is helder: voorkóm overstromingen door de faalkans van de dijken en duinen zo klein mogelijk te maken. De commissie adviseert het veiligheidsniveau minimaal met een factor 10 te vergroten en ziet kansen voor nieuwe concepten als 'brede Deltadijken'. De commissie adviseert uit te blijven gaan van het versterken en verhogen van onze duinen en dijken op basis van een rationele economische benadering. Deze benadering, hoe logisch ook, roept vragen op: Gaan we door met een risicobenadering, waarin ook het beperken van de gevolgen onderdeel is van ons overstromingsbeleid? Of beperken we ons tot de (versterkte) doorzetting van de preventie?
Nadruk op preventie leidt ook tot problemen
Wij betogen dat alleen inzetten op de versterkte preventiebenadering uiteindelijk ook problemen kan opleveren. Wij willen pleiten voor een intelligente mix van versterkte preventie en beheersing van de gevolgen van een overstroming. En dat wij om dit te realiseren, een ruim debat hierover moeten voeren.
Versterkte preventie: het verhaal begint opnieuw
De commissie Veerman adviseert om in de toekomst in te blijven zetten op versterkte dijken en duinen. Vanuit een rationele afweging is deze benadering het meest efficiënt. Daarbij is de versterking technisch prima mogelijk en hebben we daarmee een ruime ervaring: we doen dit al eeuwen. De keuze is dan ook logisch. Toch loeren er op langere termijn potentiële gevaren in deze benadering. Het eerste gevaar is het zichzelf versterkende effect ervan. Juist door het verkleinen van de kans op een doorbraak nemen het bewustzijn van de effecten van een overstroming en de daarbij behorende consequenties van het leven in een delta (verder) af. Hierdoor zal de bereidheid om verder te investeren toenemen, en daarmee het te beschermen kapitaal. In een kosten-batenbenadering is dit weer aanleiding tot het verder versterken van de dijken: het verhaal begint weer opnieuw.
Tweede gevaar: minder schuilplaatsen, moeilijke evaucatie
Een tweede gevaar zien wij als wij 'met de gevolgenbril' naar deze benadering kijken. Bij een sterke stijging van de zeespiegel, nemen de gevolgen van een overstroming toe. Kijken we bijvoorbeeld naar Zuid-Holland: indien op dit moment een dijkdoorbraak zou plaatsvinden, overstroomt niet heel Zuid-Holland. Hierdoor is de overstromingsschade niet gelijk aan de economische waarde in de dijkring en kunnen bewoners op korte afstand mogelijk een 'veilig' heenkomen vinden. Indien de zeespiegel inderdaad sterk stijgt, neemt de schade bij een overstroming toe. En wordt het evacueren en beschermen van mensen lastiger: minder vluchtplaatsen op grotere afstand.
Kortom: we kunnen stellen dat alleen inzetten op een versterkte preventiebenadering mogelijk ongewenste bijeffecten heeft. Aanvullende maatregelen zijn wenselijk.
De risicobenadering
Al sinds begin jaren '90 kijken wij naar de mogelijkheden van een risicobenadering. Hierbij wordt zowel de doorbraakkans als de potentiële schade bij een overstroming in ogenschouw genomen. Ook de risicobenadering is een rationeel-economische benadering. Echter, risico op zichzelf is een leeg begrip. Interessant hierbij zijn de resultaten van het onderzoek 'Transnational risk assessment of the North Sea Region', een studie die wij in het kader van het Europese Safecoast-project het afgelopen jaar hebben uitgevoerd (Lees meer hierover: Waterforum Online, 25 september 2008) In deze studie hebben wij gekeken naar de overstromingsrisico's langs de gehele Noordzeekust: Vlaanderen, Nederland, Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk. Omdat de beschikbare gegevens dit nog niet toelieten en om politiek-bestuurlijke kwesties te vermijden, hebben we de studie vergelijkend uitgevoerd. In deze studie valt een aantal zaken op:
- Nederland is de veiligste delta in het Noordzeegebied, óók als we kijken naar risico's. Daarbij is de toename van het risico als gevolg van klimaatverandering in Nederland zeer klein ten opzichte van andere gebieden langs de Noordzeekust, zoals de regio's Antwerpen, Londen en Bremen-Hamburg. Juist de kleine kans op overstroming in Nederland, als gevolg van de hoge normering, maakt dat wijzigingen in de zeespiegel tot relatief weinig verandering leiden in het overstromingsrisico.
- Gebieden met een gelijk risico kunnen principieel verschillen in de kenmerken van een overstroming. Gebieden met een kleine kans op overstroming en een grote potentiële schade kunnen hetzelfde risico hebben als gebieden met een grote kans en kleine schade. Voor het maken van passend beleid zijn dit essentiële verschillen. Zo wordt het risico in Vlaanderen met name bepaald door de kans op overstroming en de toename daarvan in de toekomst, terwijl in Centraal-Holland juist de toename van de schade bepalend is voor de toename van het risico. Het komt zelfs voor dat gebieden met een vergelijkbaar risico, sterk verschillen in de mate waarin de kans of de schade bepalend is. In het ene geval ligt een op kansreductie gericht beleid (preventie) voor de hand, in het andere geval een op schadereductie gericht beleid (adaptatie).
- het ordegrootteverschil tussen kans en schade geeft problemen. Kansen zijn getallen in de orde 10-3 tot 10-10. Schadebedragen lopen in de miljoenen of zelfs miljarden euro's. Geringe wijzigingen in waterstanden leiden al tot grote veranderingen in kansen (factor 10 of meer) en dus tot grote veranderingen in risico. Substantiële toenames in schade, bijvoorbeeld 100% (factor 2!), zijn in dat geval nauwelijks terug te vinden in de risicogetallen. Dit is, zeker gezien de grote onzekerheden in de analyses, problematisch voor een gedegen analyse en beleid op basis van risico.
Benaderingen moeten op elkaar aansluiten
Wat betekent de risicobeschouwing nu voor de versterkte preventie die Veerman adviseert? We hebben geconstateerd dat alleen inzetten op een versterkte preventiebenadering mogelijk ongewenste bijeffecten heeft. Een aanvullende risicobenadering geeft daarbij de handvatten voor flankerend beleid. Ons inziens sluiten beiden benaderingen goed op elkaar aan, omdat beiden uitgaan van een rationeel-economische benadering.
Maatwerk per regio: voorbeeld Zeeland
Echter, om een risicobenadering succesvol te kunnen toetsen, is nuancering en diepgang in de analyses noodzakelijk. We hebben aangegeven dat risico op zichzelf weinig zegt: het gaat om de risicobepalende factoren en optredende onzekerheden daarin. En het gaat om regiospecifiek maatwerk. Interessant daarbij is nog een voorbeeld uit Zeeland: in het kader van het FLOOD-site project is gekeken naar de mogelijke toename van potentiële overstromingsschade in het Schelde-bekken in de toekomst. In één van de meest extreme scenario's neemt deze schade een factor 30 toe tot aan 2100. In dat geval wordt een 10 keer veiligere dijk dus overtroffen door een 30 keer hogere schade: het risico neemt dan toe.
Debat moet breder dan advies Veerman
Tenslotte: wij hebben betoogd dat juist een intelligente mix van versterkte preventie met een beheersing van de gevolgen, onze delta zo veilig maakt als we willen. Alleen, de consequentie van het advies van de commissie Veerman is dat de focus extra komt te liggen op preventie en versterking van dijken. Wij pleiten dan ook voor een blijvend ruimer debat, over de randen van het advies heen. Een debat dat niet alleen uitgaan van de versterkte preventie, maar een debat dat ook ingaat op de potentiële gevaren van deze benadering. Wij dragen daar graag aan bij!
Pieter-Jeroen Bart
Geert Roovers
senior-adviseurs bij Advies- en Ingenieursbureau Oranjewoud
Reactie op dit artikel kunt u mailen naar:
redactie@waterforum.net